Stad en Heerlijkheid Borculo

Watermolens op de Borculose Berkel

 

Home       Nieuws       Sitemap        Gebied        Geschiedenis       Inventarissen       SSHB         Contact         Index

Inhoud:
  De molen van de hof te Vaarwerk in Eibergen
De Mallemse Molen
De Borculose watermolen
De Nieuwe Molen in Olden Eibergen
De molen van de havezate De Borg in Rekken
Literatuur








Het verdeelwerk in Haarlo: links de Berkelstuw richting Borculo, rechts de stuw in de Bolksbeek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 


 

 

 




 

 

 

 

Mallemse Molen

 


Sluis te Mallem met aanlegplaats



Het terrein van de hof te Mallem, 1997.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Literatuur:
H. Hagens, Molens Mulders Meesters. Negen eeuwen watermolens in de Gelderse Achterhoek, Salland en Twente (Almelo, 1979)

 

Inleiding
Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de oudste watermolens te vinden zijn op locaties waar het verval het grootst was. De bronnen geven echter aan, dat de oudste watermolens juist te vinden zijn in Olden Eibergen, ten westen van Eibergen. Vanaf Eibergen is er nog maar een betrekkelijk gering verval van de Berkel, hetgeen zich in het verleden uitte door het sterk slingerende ("serpenterende") verloop van de rivier in het gebied tussen Eibergen en Haarlo.

De molen van de hof te Vaarwerk
Het kapittel van het hoogadellijk vrijwereldlijk vrouwenstift in Vreden (Dld.) bezat in Olden Eibergen de hof te Vaarwerk. Het was een grote hof die als centrale fungeerde voor de tientallen in de heerlijkheid Borculo gelegen goederen van dat kapittel. Bij een hof, kortweg te omschrijven als het centrum van een grootgrondbezit met daaraan verbonden hofrechtspraak, kon een molen behoren. De molen van de hof te Vaarwerk, tevens de oudst bekende molen op de Berkel,  wordt vermeld in de goederenlijst van graaf Hendrik van Dahl, heer van Diepenheim, uit 1188. Over de echtheid van deze lijst zijn vaak twijfels geuit, maar de kern dateert uit 1188. In ieder geval moet hij vóór 1331 afgesloten zijn, omdat de heer van Diepenheim in dat jaar zijn heerlijkheid met de daaraan verbonden rechten en bezittingen verkocht heeft aan de bisschop van Utrecht. In de lijst is sprake van het recht van zwanendrift van de heer van Diepenheim op de wateren vanaf de molen Vaarwerk bij Eibergen tot bij Goor. Deze vermelding heeft aanleiding gegeven tot discussies over de oorspronkelijke loop van de Berkel. Gesuggereerd wordt dat de huidige bovenloop van de Berkel tot het verdeelwerk bij Haarlo de oude bovenloop van de Regge is geweest. Een andere optie pleit voor een loop door de huidige bovenloop van de Bolksbeek en vervolgens overgaand in de Kattenbeek/Twijgraven. Deze loop wordt op een kaart in het Deventer archief als "Olde Berckel" aangeduid. Ten behoeve van de watervoorziening bij het kasteel Borculo, zou de Berkel tussen Haarlo en Borculo gegraven zijn. Dit stuk Berkel is in ieder geval geen natuurlijke loop, omdat hij enkele oude en hooggelegen bouwlandcomplexen doorsnijdt. De oude Berkel zou zijn voortzetting vinden in de Bolksbeek en vandaar verder naar het noordwesten. Feit is ook, dat wanneer de bolksbeek niet afgesloten zou worden door een stuw, het water door de Bolksbeek zou gaan.

Tekst van de akte uit 1188

Zoals gebruikelijk in de Middeleeuwen was de schrijftaal vaak het Latijn, het Engels van die tijd. Er staat: "Item pastus cignorum de molendino Vorewerch apud Ecberghe usque Westervle, et a Westervle ascendendo et descendendo aquam versus Lochem et Gore, quamdiu durat communitas, que vulgariter dicitur marka pertinens ad curiam Stochem", in de vertaling: "vervolgens de zwanendrift vanaf de molen Vorewerch bij Eibergen tot aan het Westervlier, en van het Westervlier stroomopwaarts het water in de richting van Lochem en Goor, zolang de gemeenschap bestaat die in de volksmond marka wordt genoemd, behorend tot de hof te Stochem".

De locatie van de molen is ook bekend, althans er wordt verondersteld dat het voormalige "Hanninkgat" aan de Stokkersweg in Olden Eibergen de vroegere molenkolk geweest is. In de jaren '30 van de twintigste eeuw is deze kolk dichtgegooid met het Eibergse huisvuil. Van een gat werd het een bult, inversie dus. Overigens zijn er in het landschap aanwijzingen dat de Berkel ook hier vergraven is geweest, waarschijnlijk met het doel om de molen van voldoende water te voorzien.

De voormalige molenkolk

In de oudere literatuur wordt stellig beweerd dat de Nieuwe Molen in Olden Eibergen de opvolger van de molen van de hof te Vaarwerk geweest zou zijn, maar die bewering moet naar de prullenbak verwezen worden. Er wordt zelfs een jaar van verplaatsing genoemd, namelijk 1662. Recent onderzoek heeft aangetoond dat de Nieuwe Molen tussen 1533 en 1553 nieuw gebouwd is door de heer van Borculo. Deze was toen nog geen leenbezitter van de hof te Vaarwerk.

De Mallemse Molen
Van Middeleeuwse oorsprong is ook de molen van de hof te Mallem in de gelijknamige Eibergse buurschap. In de inmiddels bekende goederenlijst van graaf Hendrik van Dahl uit 1188 komt de "curtis [=hof] Mallande" voor. Deze hof met hetgeen er bijhoorde is in 1331 met de meeste andere Diepenheimse  bezittingen in bezit gekomen van de bisschop van Utrecht. In de periode 1379 - 1394 was Henric van Wexten leenman van de bisschop. In die jaren is er alleen nog maar sprake van de hof te Mallem, nog zonder molen. Tussen 1394 en 1449 moet de heer van Borculo leenbezitter van de hof zijn geworden, maar daarvan is geen vermelding bekend. In 1449 transporteerde heer Otto van Bronkhorst en Borculo de hof aan Mattheus van Schonevelde geheten van Grasdorp. In 1449 was de leenband met Utrecht niet meer aanwezig, hoewel het leen tot de opheffing van het leenstelsel in 1795 nog aangeduid werd als "Stichts leen" (het Sticht = Utrecht). De heer van Borculo trad voortaan op als leenheer. De versterking van de positie van de heer van Borculo in Mallem kan ook samenhangen met het huwelijk op 10 december 1418, van Otto van Bronkhorst-Borculo met Agnes van Solms uit Ottenstein. Door dit huwelijk verwierf Bronkhorst enkele honderden lenen, waaronder de halve tiend over de "hoff to Mallenden".
De molen bestond al in 1430 en was toen reeds eigendom van de heer van Borculo. Van Schonevelde kreeg op 11 mei van dat jaar de molen te "Mallemen" in vruchtgebruik. Voordien was Evert van Baeck er de eigenaar van.
Het is in ieder geval de heer van Borculo geweest die hof en molen verenigd heeft tot  één complex. Vanaf 1449 tot 1795 vormden hof en molen een leengoed van de heer van Borculo. Achtereenvolgens werden leden uit de volgende geslachten met het huis, molen en vestenis te Mallem beleend:
- Van Schonevelde geheten van Grasdorp (1449, 1458, 1470)
- Van Viermundt (1519, 1581)
- Van Keppel (1617-1795).
Het huidige molencomplex dateert uit de achttiende eeuw. De oliemolen, die op de linkeroever stond, is in het begin van de twintigste eeuw gesloopt. De sluis (foto links) is gebouwd ten behoeve van de Berkelscheepvaart. Het deftige muldershuis (foto onder) diende in de achttiende en negentiende eeuw ook als  verblijfplaats voor de heer van Mallem. Het Huis te Mallem is zeer vermoedelijk al in de eerste helft van de achttiende eeuw gesloopt.

Het Muldershuis te Mallem


De Nieuwe Molen in Olden Eibergen

In het tweede kwart van de zestiende eeuw werd door graaf Joost van Bronckhorst, heer van Borculo, in het westen van de buurschap Olden Eibergen een nieuwe watermolen gebouwd. Getuigen verklaarden rond 1600 dat op die plek geen oudere molen heeft gestaan. Zoals hierboven vermeld, was deze molen niet de opvolger van de molen van de Hof te Vaarwerk.

Kaart van de Nieuwe Molen en omgeving, ca. 1845