|
Stad en Heerlijkheid Borculo Aamschot,
erve en adellijk huis in de Waterhoek onder Haarlo Home Weblog Sitemap Gebied Geschiedenis Inventarissen Berkel SSHB Contact Colofon Index |
|||||
Inhoud:
|
Het Aamschot ligt in de buurschap
Waterhoek tussen Haarlo en Borculo achter de Baote. Met het nabijgelegen,
maar verdwenen goed en havezate Fokkink, behoort het tot de oudste goederen
in deze omgeving. Het wordt in 1188 al genoemd. In de tweede helft van de
15de eeuw kwam het in handen van de heer van Borculo die er een zomerhuis
bouwde. In de 17de eeuw trad verval in en werd het (weer) een boerderij die
in 1820 in particuliere handen kwam.
"Item domus Hest de Amerscoten:
III scepel siliginis et minutam decimam" Vertaald betekenen deze zinnen: "Voorts uit het erf (of goed) van Hest de Amerscoten vier schepel fijne tarwe en de kleine of smalle tiend", en: Voorts uit een erf in Amerscote: 1 molder bonen, 16 schepel haver en 32 schepel gemouten graan".
De Overijsselse (Utrechtse)
leenregisters:
1404, juli 16: Arent Sticke van Lichtenhorst; Daarna verdwijnt het uit de Utrechtse leenregisters. Hoewel niet bekend is hoe, moet na 1455 de heer van Borculo eigenaar zijn geworden van het Aamschot. Toen in 1553 de eerste (en tevens laatste) graaf uit het Huis Bronkhorst op zijn geliefde huis Eerbeek overleed, liet zijn weduwe, Maria van der Hoya zu Bruckhausen, door de uit Vreden afkomstige bisschoppelijke notaris Theodorus Kernebecke een inventaris opmaken van de inboedel van de familiekastelen. Het betreft de inboedels van het kasteel Borculo, het zomerhuis Amerschott, het huis Bronkhorst, het huis Eerbeek en het huis thom Lechtenfoirde. Op basis van de beschrijvingen van de inboedel is het mogelijk een rangorde aan te brengen tussen de kastelen. Het rijkst uitgerust was het Huis Eerbeek op de Veluwe. Daarna volgden Borculo, Bronkhorst, Aamschot en Lichtenvoorde. Deze lijsten zijn bijzonder, omdat ze een van de weinig bewaard gebleven boedelinventarissen zijn van kastelen en havezaten in Oost-Nederland in de 16e eeuw. Wat de positie van Borculo zo mogelijk nog unieker maakt, is dat er ook boedelinventarissen uit de late 16e eeuw en 1e helft van de 17e eeuw bewaard gebleven zijn van huis Mensinck in Geesteren en havezate De Hoeve in Dijkhoek. Met deze beschrijvingen is het mogelijk om een beeld te krijgen van het leven van de adel op het platteland vóórdat de gevolgen van de oorlogsverwikkelingen in de Republiek en in het vorstbisdom Munster greep gekregen hebben op het platteland. Het zijn de nadagen van de heren van Borculo uit het Huis Bronkhorst: het geslacht dat Borculo aanzien bezorgd heeft.
De verdere geschiedenis Maar ook in de oudst bekende rekening van de heerlijkheid Borculo uit 1580-1581 komen posten voor die betrekking hebben op het beheer van het erf Aamschot. Sinds 1579, na het overlijden van de gravin-vruchtgebruikster, werd de heerlijkheid bestuurd door ambtenaren van de bisschop van Munster, die de heerlijkheid aan zich getrokken had. Vandaar dat we in de rekeningen naast de gebruikelijke Borculose maat, steeds een omrekening in Munsterse maat tegenkomen. De pachters waren natuurlijk alleen de Borculose maten bekend, terwijl de Munsterse ambtenaren deze maat moesten omrekenen ten behoeve van hun baas in Munster. Het erf wordt gerangschikt onder de buurschap Harloe, waarvan de Waterhoek, met de erven Fokkink, Aamschot, Havikhorst, de Blenke, Holdijk, Braakman en Dievelaar, deel uitmaakte. In de jaarrekening van rentmeester Nicolaas van Trier en die begon op St. Michaelis (29 september) 1580 en liep tot Michaelis 1581 worden o.m. vermeld: "Die bawman auff Amerschotte gibt Borckeloesche maiszen vierzehen molder roggen. Ist Munstermaiszen funff molt, elff scheffell, sechs bechers, zwei drittentheill eins bechers" en aan gerst gaf de "Amerschatter bawerei": "Borckeloescher mass sechs molder gersten. Ist Munster mass zwei molt, sechs scheffell, sechs becher". Het Aamschot heeft tot in het midden van de 17e eeuw zeker aanzien genoten. Maar toen was het ook gebeurd. Omstreeks 1665 was het "huys ofte slot Ameschot" in pacht bij Derck van Nottelen, die er met de bijbehorende "gaerdens ende boomgarden 34 daler voor gaf. Na zijn dood werd het met toestemming van zijn weduwe verpacht aan Jan Pyeck: "Notandum, datt nu den 26sten october 1667 het voorscreven slot Aemeschot met de gaerdens ende bomgarden, soe als het in sijn geheel is liggende, weder verpacht is, en met bewiligenge van die weduwe van Derck van Nottelen, oever gelaeten aen Jan Pyeck, tegenwoordigh knegt van Derck Grooten Veldinck, soe hij hetselve sall aenfangen aenstaenden may 1668 ende ter pacht betaelen op may 1666 26 daler". Deze bewoordingen geven wel aan dat het "slot" al aardig afgezakt was: nog wel adellijk c.q. burgerlijk bezit, maar niet meer door de adel bewoond of daarvoor bestemd.
In hetzelfde pachtboek komt ook een erf
Aemeschot voor, dat lag in de buurschap Dijcke. Het was verpacht voor een
bedrag van 108 daler of 162 guldens. Uit het rapport van aankoop van de
heerlijkheid Borculo uit 1777 blijkt dat het erf in pacht was bij Hendrik
Ameschot, die er 182 gulden voor neer moest tellen. Een slot Ameschot komt
al sedert 1736 in de boeken van Borculo niet meer voor. Òf het was voor dat
jaar vervreemd òf het was al gesloopt. De Van Limburg-Stirums zullen in hun
nadagen in Borculo niet de middelen meer gehad hebben om er een
zomerverblijf op na te houden. Voor de havezaten en kasteeltjes in de
noordoostelijke Achterhoek was de 18e eeuw, evenals dat ook voor vele
Twentse havezaten gold, rampzalig.
|