Stad en Heerlijkheid Borculo

Aamschot, erve en adellijk huis in de Waterhoek onder Haarlo
 

                   Home     Weblog   Sitemap    Gebied     Geschiedenis    Inventarissen  Berkel   SSHB    Contact    Colofon    Index

Inhoud:


Het Aamschot en omgeving op de kadastrale kaart van 1832. In de omgeving ligt ook het erf Oldijk, dat mogelijk herinnert aan een door J.H. Hofman nooit gevonden buurschap Oldendijck, die tot het kerspel Eibergen behoorde.

Het Aamschot ligt in de buurschap Waterhoek tussen Haarlo en Borculo achter de Baote. Met het nabijgelegen, maar verdwenen goed en havezate Fokkink, behoort het tot de oudste goederen in deze omgeving. Het wordt in 1188 al genoemd. In de tweede helft van de 15de eeuw kwam het in handen van de heer van Borculo die er een zomerhuis bouwde. In de 17de eeuw trad verval in en werd het (weer) een boerderij die in 1820 in particuliere handen kwam.

Kerngegevens
?1188: Goederenlijst Graaf von Dahl, heer van Diepenheim, nrs. 58 en 69:

"Item domus Hest de Amerscoten: III scepel siliginis et minutam decimam"
"Item mansus in Amerscote I molt fabe, XVI scepel avene, XXXII scepel braci".

Vertaald betekenen deze zinnen: "Voorts uit het erf (of goed) van Hest de Amerscoten vier schepel fijne tarwe en de kleine of smalle tiend", en: Voorts uit een erf in Amerscote: 1 molder bonen, 16 schepel haver en 32 schepel gemouten graan".

De Overijsselse (Utrechtse) leenregisters:
Dat hiermee het onder Haarlo/Waterhoek gelegen goed Aamschot mee bedoeld wordt, blijkt uit de leenregisters van de bisschoppen van Utrecht, die in 1331 de Diepenheimse bezittingen gekocht hebben. Volgens die registers (2) gaf het goed to Amerschoten 3 schepel rogge en een smalle tiend, exact hetzelfde als in de lijst van 1188. In de Utrechtse leenadmistratie komt het goed voor het eerst voor op 25 augustus 1394 als Pijlgrijm then Rhede ermee beleend wordt. De volgende beleningen zijn:

1404, juli 16: Arent Sticke van Lichtenhorst;
1417, dec. 29: Gert van den Tye na opdracht door Aernt Stycke Pelegrymssoen;
1433, okt. 30: Sweder van Warmloe na opdracht door Gert van Tye;
1437, aug 11: Wibbelt van Warmloe na de dood van zijn vader Zweder van Wermeloe, en:
ongedateerd, maar tussen 1437, aug. 11 en 1455, mrt 24: Sweder van Warmloe (?).

Daarna verdwijnt het uit de Utrechtse leenregisters. Hoewel niet bekend is hoe, moet na 1455 de heer van Borculo eigenaar zijn geworden van het Aamschot. Toen in 1553 de eerste (en tevens laatste) graaf uit het Huis Bronkhorst op zijn geliefde huis Eerbeek overleed, liet zijn weduwe, Maria van der Hoya zu Bruckhausen, door de uit Vreden afkomstige bisschoppelijke notaris Theodorus Kernebecke een inventaris opmaken van de inboedel van de familiekastelen. Het betreft de inboedels van het kasteel Borculo, het zomerhuis Amerschott, het huis Bronkhorst, het huis Eerbeek en het huis thom Lechtenfoirde. Op basis van de beschrijvingen van de inboedel is het mogelijk een rangorde aan te brengen tussen de kastelen. Het rijkst uitgerust was het Huis Eerbeek op de Veluwe. Daarna volgden Borculo, Bronkhorst, Aamschot en Lichtenvoorde. Deze lijsten zijn bijzonder, omdat ze een van de weinig bewaard gebleven boedelinventarissen zijn van kastelen en havezaten in Oost-Nederland in de 16e eeuw. Wat de positie van Borculo zo mogelijk nog unieker maakt, is dat er ook boedelinventarissen uit de late 16e eeuw en 1e helft van de 17e eeuw bewaard gebleven zijn van huis Mensinck in Geesteren en havezate De Hoeve in Dijkhoek. Met deze beschrijvingen is het mogelijk om een beeld te krijgen van het leven van de adel op het platteland vóórdat de gevolgen van de oorlogsverwikkelingen in de Republiek en in het vorstbisdom Munster greep gekregen hebben op het platteland. Het zijn de nadagen van de heren van Borculo uit het Huis Bronkhorst: het geslacht dat Borculo aanzien bezorgd heeft.

De verdere geschiedenis
In het verpondingskohier van 1646 wordt in de buurschap "Diek" het "huys Ameschot" vermeld. Het hoort toe aan de heer van Borculo. Het werd getaxeerd op 60 gulden. Havezathe de Hoeve werd getaxeerd op 67 gulden, maar dat was inclusief zeven molder bouwland. De havezathe Mensinck in Geesteren deed 39 daler (= (fl. 58,50). Naast het huis was er ook een erve "Hameschot" (sic), dat eveneens in eigendom toebehoorde aan de heer. De belastbare pachtwaarde van de boerderij werd getaxeerd op 146 guldens, 6 stuivers en 4 penningen. De pastoor van Eibergen kreeg een schepel rogge, de koster een spint. Het erf behoorde vanouds her tot het kerspel Eibergen. Vandaar.

Maar ook in de oudst bekende rekening van de heerlijkheid Borculo uit 1580-1581 komen posten voor die betrekking hebben op het beheer van het erf Aamschot. Sinds 1579, na het overlijden van de gravin-vruchtgebruikster, werd de heerlijkheid bestuurd door ambtenaren van de bisschop van Munster, die de heerlijkheid aan zich getrokken had. Vandaar dat we in de rekeningen naast de gebruikelijke Borculose maat, steeds een omrekening in Munsterse maat tegenkomen. De pachters waren natuurlijk alleen de Borculose maten bekend, terwijl de Munsterse ambtenaren deze maat moesten omrekenen ten behoeve van hun baas in Munster. 

Het erf wordt gerangschikt onder de buurschap Harloe, waarvan de Waterhoek, met de erven Fokkink, Aamschot, Havikhorst, de Blenke, Holdijk, Braakman en Dievelaar, deel uitmaakte. In de jaarrekening van rentmeester Nicolaas van Trier en die begon op St. Michaelis (29 september) 1580 en liep tot Michaelis 1581 worden o.m. vermeld:

"Die bawman auff Amerschotte gibt Borckeloesche maiszen vierzehen molder roggen. Ist Munstermaiszen funff molt, elff scheffell, sechs bechers, zwei drittentheill eins bechers" en aan gerst gaf de "Amerschatter bawerei": "Borckeloescher mass sechs molder gersten. Ist Munster mass zwei molt, sechs scheffell, sechs becher".

Het Aamschot heeft tot in het midden van de 17e eeuw zeker aanzien genoten. Maar toen was het ook gebeurd. Omstreeks 1665 was het "huys ofte slot Ameschot" in pacht bij Derck van Nottelen, die er met de bijbehorende "gaerdens ende boomgarden 34 daler voor gaf. Na zijn dood werd het met toestemming van zijn weduwe verpacht aan Jan Pyeck:

"Notandum, datt nu den 26sten october 1667 het voorscreven slot Aemeschot met de gaerdens ende bomgarden, soe als het in sijn geheel is liggende, weder verpacht is, en met bewiligenge van die weduwe van Derck van Nottelen, oever gelaeten aen Jan Pyeck, tegenwoordigh knegt van Derck Grooten Veldinck, soe hij hetselve sall aenfangen aenstaenden may 1668 ende ter pacht betaelen op may 1666 26 daler".

Deze bewoordingen geven wel aan dat het "slot" al aardig afgezakt was: nog wel adellijk c.q. burgerlijk bezit, maar niet meer door de adel bewoond of daarvoor bestemd.

In hetzelfde pachtboek komt ook een erf Aemeschot voor, dat lag in de buurschap Dijcke. Het was verpacht voor een bedrag van 108 daler of 162 guldens. Uit het rapport van aankoop van de heerlijkheid Borculo uit 1777 blijkt dat het erf in pacht was bij Hendrik Ameschot, die er 182 gulden voor neer moest tellen. Een slot Ameschot komt al sedert 1736 in de boeken van Borculo niet meer voor. Òf het was voor dat jaar vervreemd òf het was al gesloopt. De Van Limburg-Stirums zullen in hun nadagen in Borculo niet de middelen meer gehad hebben om er een zomerverblijf op na te houden. Voor de havezaten en kasteeltjes in de noordoostelijke Achterhoek was de 18e eeuw, evenals dat ook voor vele Twentse havezaten gold, rampzalig.

De boerderij Aamschot kwam in 1820 onder de hamer. Het werd verkocht voor een bedrag van fl. 6800,--.

Documenten:
Een boedelinventaris van het Zomerhuis Aamschot uit 1554.
Archieven:
Nationaal Archief (NA), Collectie Van Limburg Stirum, inv.nr. 113, Inventaris van de inboedel van Borculo, Bronckhorst, Eerbeek en Lichtenvoorde, in lijftocht bezeten door Maria van Hoya, 1554.
Gelders Archief (GA), Archief van de Staten van het Kwartier van Zutphen, inv.nr 302, Kohier van de stad en schependom Borculo en de voogdij Geesteren.
Staatsarchiv Mümster (StAM), Fürstentum Münster, Landesarchiv, inv.nr. 504, nr. 7, Rekening van de heerlijkheid Borculo over 1580-1581
. (zie SSHB-publicaties)
Koninklijk Huisarchief, Portefeuille Willem III, inv.nr. A16, VII 7-8. Pachtboek van de heerlijkheid Borculo 1666-1668.
NA, Nassause Domeinraad-Hoofdarchief, inv.nr. 5413, Rapport wegens de aankoop van de heerlijkheid Borculo, 1777, blz. 233.
GA, Inventaris van de domeinarchieven van het eerste ressort, inv.nr. 502, Stukken betreffende de verkoop van domeingoederen.
Gedrukte bronnen:
(1) F. Philippi und W.A.F. Bannier, "Das Güterverzeichniss Graf Heinrichs von Dale (1188)", in: Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap, 25 (1904) 365-443, nrs. 58 en 69.
(2) E.D. Eijken, Repertorium op de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen 1379 - 1805, deel 7, nr. 1754 (Zwolle 1995).
Verpondingskohieren 1646.
Links:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Goederenregister_van_de_graaf_van_Dale

http://www.archive.org/stream/bijdragenenmede18nethgoog/bijdragenenmede18nethgoog_djvu.txt (tekstuitgave en pdf-bestand artikel Philippi en Bannier).
http://www2.historischcentrumoverijssel.nl/overijssel/leenrep/index.htm (digitale versie van het hierboven genoemde Repertorium).