Alle berichten van Stad en Heerlijkheid Borculo

Naamgeving viaducten en Berkelbrug nieuwe N18

Er wordt hard gewerkt aan de nieuwe N18 tussen Enschede en Groenlo. Momenteel worden de zandbanen aangelegd en dat geeft een prachtig kijkje in de geschiedenis van de bodem. In de buurschap Hupsel, bijvoorbeeld, kun je oude grintgaten vinden, waar grint voor aanleg van wegen (bijv. voor de weg Ruurlo-Winterswijk) werd uitgegraven, gezeefd en vervolgens weer gedicht werden, op enkele uitzonderingen na, zoals de ballastputten en restanten van grintgaten in bosschages naast de huidige N18.  Je ziet ook dat de samenstelling van de bodem in een betrekkelijk klein gebied  sterk wisselt:  in Hupsel is de bodem erg grintachtig, en in Olden Eibergen bestaat hij hoofdzakelijk uit  zand. Verderop, richting Mallem, zijn weer meer kleileemresten te verwachten. Een veldnaam als de ‘Weusten Es’ (woeste es) herinnert aan die onvruchtbare bodem. Kortom, ondanks de verwoesting van cultuurhistorisch landschap door de nieuwe N18, het is momenteel een interessante tijd voor de liefhebbers van geologie, geomorfologie en archeologie.

De archeologen zijn (met mager resultaat) vertrokken. De oorspronkelijke bodem van deze bouwkamp aan de Leugemorsweg in Olden Eibergen, aangelegd op een rivierduin, blijft verweesd achter totdat er de te verleggen weg richting Stokkersbrug overheen komt.

Intussen zijn de vergunningen aangevraagd voor de bouw van viaducten, bruggen en tunnels. In betrekkelijke stilte hebben die een naam gekregen. Deze week stuurde Rijkswaterstaat mij op verzoek een lijstje met de namen van de nieuwe kunstwerken. Hier de namen van  kunstwerken die in het tracé in de voormalige gemeente Eibergen gebouwd worden:

Nr. Km. Kunstwerk Naam
8 236,4 Fietstunnel Kerkdijk l Hupsel
9 238 Viaduct over N18 Nieuwe verbindingsweg aansluiting Eibergen De Kiefte
10 239,6 Viaduct over N18 Lintveldseweg Vinkennest
11 240,5 Viaduct over N18 N822 (Borculoseweg) Olden Eibergen
12 241,1 Brug over Berkel N18 – Berkel en fietsverbinding Stokkert
13 242,2 Viaduct over N18 N823 (Needseweg) Leugemors
14 242,9 Fietstunnel Oude Needseweg Bijenkamp

Ik heb de nummers van de kunstwerken verwerkt in een huisnummerkaart van de gemeente Eibergen uit 1969 (toen de wegen in het buitengebied een naam kregen):

De wat mij betreft meest onzinnige keuze is die van de naam ‘Vinkennest’ voor het viaduct in de Lintveldseweg over de N18 (nr. 10) in Olden Eibergen. Dit viaduct wordt gebouwd in het Oldeneibergse Veld, waarnaar het dan ook genoemd had moeten worden.

De kruising van de Lintveldseweg met de Stokkersweg. Van de Lintveldseweg (links) splitst zich hier de Oude Borculoseweg ag (rechts). Deze laatste weg wordt als gevolg van de doorsnijding door de nieuwe N18 afgesloten. In het bos op de achtergrond was tijdens de Tweede Wereldoorlog een kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst gevestigd. Een herinneringsplaquette langs de nieuwe weg zou niet misstaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het viaduct over de Borculoseweg (nr. 11) heeft de naam ‘Olden Eibergen’ gekregen. Ook die naam getuigt op deze plek van te weinig historische kennis. Dit viaduct ligt helaas als een bult op de Oldeneibergse Es, die dan ook de naamgever had moeten worden. Het viaduct lijkt overigens een ernstige belemmering te worden voor het zicht op Eibergen vanuit de richting Haarlo. Vanaf  de Eibergse kant is het nu definitief onmogelijk geworden nog iets te beleven van de baan van de tornado van 1 juni 1927, dit jaar precies 90 jaar geleden, ook al omdat de (op zich nu gevaarlijke) kruising met de Stokkersweg verdwijnt en verplaatst wordt. Nooit meer zal het verhaal verteld kunnen worden van de automobilist die op die dag vanuit Eibergen komende voor de kruising moest stoppen voor de ‘overstekende’ tornado. Eerder heb ik daar o.a. over geschreven:

In het tijdschrift Hemel en Dampkring van juli 1927 is een verslag te lezen van hetgeen W.K. Post uit Amsterdam op de bewuste dag meemaakte, toen hij van Eibergen naar Haarlo reed. Hij was een toevallige ‘stormchaser’, zoals de tegenwoordige avonturiers genoemd worden die in de Verenigde Staten op tornadojacht gaan. Op de Eibergse Es gekomen (toen nog praktisch onbebouwd) zag Post aan de horizon een onheilspellende wolk. Het was een afhangende wolk, die volgens een schetsje vrij stomp, maar wel trechtervormig was. De wolk was niet scherp belijnd en eindigde in een veel ijler kolom:

“Toen de wolk nader kwam, zag men in het onderste gedeelte de draaiing zeer, zeer duidelijk van links naar rechts. Vlak bij zijnde zag men nog duidelijk de daarin aanwezige wolkjes den cirkelgang maken. Om de wolk zag men donkere voorwerpen rondslingeren. Ze maakten op afstand den indruk van groote zwarte vogels. (…)
Links van ons, dus ten zuiden van den weg Eibergen – Haarlo, lag een boerderij, die na afloop der bui voor een groot deel van pannen beroofd was. [Dit moet of Florijn/Slotboom of Kolthof zijn geweest, BtVw] Hoe ze verdwenen heb ik niet gezien. M’n aandacht was gespannen bij de wolk, of we er buiten bleven of niet. Op een 50 meter afstands is ze ons gepasseerd. Ik zat vooraan, dus zag op den weg: daar ging een blauw-grijze wolk over den weg, waartegen de groote golven van geel hooi uit een verwaaiden hooiberg scherp afstaken”.

Ook de tornado van 1 juni 1927 verdient een monument in Eibergen, want dat is er helemaal nog niet. Misschien kan er iets gedaan worden in combinatie met dat geheel nieuwe landschapselement in het Berkeldal, dat in de volksmond al de ‘eiberg’ genoemd wordt.

De huidige kruising Stokkersweg-Borculoseweg is een van de gevaarlijkste in Berkelland, ondanks allerlei maatregelen. Door de aanleg van de nieuwe N18, die iets voorbij dit punt de Borculoseweg kruist, verdwijnt deze gevaarlijke kruising.

 Het viaduct over de Needseweg (nr. 13)  in Mallem heeft de naam ‘Leugemors’ gekregen, een van de grote gewaarde erven in de mark en buurschap Olden Eibergen. De gesloopte huizen aan de ‘fietsspoorbaan’ stonden nog net op Mallems grondgebied. Hoewel het erve Leugemors niet ver weg ligt, was hier een vernoeming naar de Leugemorshoek meer op zijn plaats geweest. In de notulenboeken van de Mark van Mallem komt die naam voor als benaming van het westelijk gedeelte van die buurschap. In de loop van de tijd werden ook de ten noorden van de Berkel in Olden Eibergen gelegen boerderijen en huizen ertoe gerekend. De buurtvereniging Leugemorshoek bestrijkt in ieder geval dat gehele gebied. Alternatieve benamingen voor dit viaduct hadden kunnen zijn: Bals, naar een oud geestelijk goed van de kerk van Eibergen. Het ligt  nu aan de Needseweg, maar vroeger lag het  meer in de richting van de huidige Leugemorsweg en voormalige spoorbaan. Voorts:  de Haanhutte, naar het voor de nieuwe weg gesloopte kleine boerderijtje tussen Watergaitjan aan de Needseweg  en Alferink aan de Wolinkweg. Ook het dichtbij het viaduct gelegen en inmiddels gesloopte erfje annex café Watergaitjan was een optie geweest.

Links van de Needseweg komt het nieuwe viaduct over de N18. De nieuwe weg zelf wordt aangelegd tussen het derde en vierde spoorbaanhuis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De brug (nr. 12) in de nieuwe N18 over de Berkel krijgt de naam ‘Stokkert’. Dit is een naam voor een perceel nabij de Stokkersbrug, die er mogelijk ook zijn naam aan ontleende. Wat meer historisch onderzoek had ook kunnen leiden tot de keuze voor de naam ‘Markenbrink’, eveneens een perceel nabij de Stokkersbrug, maar wel een perceel met geschiedenis. De Markenbrink was, zoals de naam kan suggereren, grond van de mark van Olden Eibergen. Deze grond werd eeuwenlang verpacht om met de opbrengst de Stokkersbrug, die een markenbrug was, en de markenwegen te onderhouden. Ook werd de pachtopbrengst gebruikt voor het Oldeneibergse  aandeel in het onderhoud van de  kerkhofmuur of ‘glinde’ rondom de oude Eibergse kerk. Toen de mark verdeeld werd (1853) werden de opbrengsten van de verkoop van de Markenbrink gereserveerd voor het onderhoud van Stokkersbrug en markenwegen.

Detail van een kaart van de verdeling van de mark van Olden Eibergen, midden 19de eeuw. De perceelnummers 248 (direct ten zuiden van de brug) en 247 (huidige Stokkersweg) behoorden aan de mark. Het perceel met het nummer 249 hoorde in 1810 toe aan Jacobus te Baak. Dat perceel heette het ‘Krommeland’. Wie het zich nog kan herinneren weet, dat in de bocht van de Stokkersweg ten noorden van de Berkel, nog tot in de jaren ’60 een restant van de hierboven afgebeelde Berkeltak zichtbaar was.

Dan de fietstunnel in de Oude Needseweg (nr. 14), die de naam ‘Bijenkamp’ krijgt, naar het naastgelegen Sportpark en historische veldnaam. Een goed alternatief was de naam ‘Mallerhaar’ geweest. Op een provinciale kaart uit 1845 wordt het aangrenzende Needse gebied (dat behoorde tot het veld van de mark van Hoonte) genoemd als het ‘Mallerhaarsche Veld’. De Mallerhaar, als onderdeel van het Mallemse Veld, kreeg door de Eibergse  predikant-dichter Willem Sluiter bekendheid:

De Mallerhaer
Brand u in den heeten Somer
Op de Mall’mer Haer, de son/
Word daer door als dan niet loomer/
Maer stelt God daertoe een bron.
Hebt gij/ langs die dorre heyde/
Blad noch schaduw tot verdek/
Dat dan God/ met sijn geleyde/
Tot uw ziels verquikking strekk’.
Detail van de kaart met de ontworpen wegen en waterleidingen in de mark van Mallem ten behoeve van de verdeling, 1839. Op deze kaart zijn de oude en nieuwe wegen getekend. Zo blijkt dus de Leugemorsweg tussen Lubbersman (Te Nijenhuis) en Vunderink een markenweg te zijn. Dat geldt ook voor de huidige Rietmolenseweg, Mallemer Peppelendijk en Woestenesweg. Ook de markenstenen op de grens met Hoonte worden vermeld. De nieuwe N18 loopt hier een klein stukje door Mallem, beginnend bij ‘Q’, vervolgens over de weg van Neede naar Oldenkotte (een oude hessenweg) en dan langs de grenzen van Eibergen, Neede en Haaksbergen verder. Bij de drie markenverdelingen die ik tot nu toe gezien heb, was één principe vrijwel steeds hetzelfde: de markenwegen en, zo mogelijk ook, de waterleidingen worden rechtgetrokken om tot een goede en goed opmeetbare verdeling te komen. Bij de nieuwe waterleidingen was een uitgangspunt dat deze van laagte naar laagte werden geleid, met als gevolg dat de lager gelegen marken al bezwaren indienden als zij het gevoel hadden benadeeld te worden.

Op de grens van de buurschappen Hupsel en Olden Eibergen, maar hoofdzakelijk in eerstgenoemde,  wordt de afslag Eibergen van de nieuwe N18 gerealiseerd. Ook hier komt dus een viaduct (nr. 9),  dat de naam De Kiefte krijgt. Daar was wel een betere naam te vinden. ‘De Kiefte’, is een ouder boerderijtje, dat lag in de mark van Hupsel tegen het punt waar de grenzen van de marken van Hupsel, Olden Eibergen en Eibergen bij elkaar kwamen. Het huis bestaat nog en ligt aan de oostzijde van de N18, niet ver van het punt waar de afslag van de nieuwe N18 op de huidige N18 aansluit. In tegenstelling tot de nieuwe afslag, ligt de Kiefte hoog in het (Hupselse) veld. Toen in het kader van de markverdelingen wegen en waterwegen ontworpen moesten worden, werden waterwegen aangelegd door natuurlijke laagten met elkaar te verbinden.  Vlakbij de Kiefte lag in de mark van Eibergen het Venneslat (een slat is een laagte. moerassig gebied). Het Venneslat werd gevoed door beekjes of goten in het Eibergse Veld. Het Venneslat werd naamgever van de Vennslatsgoot, die door een klein stukje Olden Eibergen liep om na het Hofveen de grens te vormen tussen de buurschappen of marken van Olden Eibergen en Hupsel.

Detail van een kaart van de mark van Eibergen, behorend bij het verdelingsplan, 1851. Het erfje de ‘Kiewit’ ligt in Hupsel tegen de grens met de marken van Eibergen en Olden Eibergen. Ook de Venneslatsgoot is te volgen via de mark van Olden Eibergen tot de grens met Hupsel.

Bij de verdeling van de marken van Hupsel en Olden Eibergen werd in onderling overleg afgesproken om de markgrens (denkbeeldig) recht te trekken om tot rechte en goed opmeetbare percelen te komen.
De mark van Olden Eibergen, verdeeld in 1855, leidde de Venneslatsgoot door het Hofveen naar de grens met Hupsel, zoals op bijgaand kaartje met het ontwerp van wegen en waterleidingen te zien is. Ik sta er zo uitvoerig bij stil, omdat dit een gebied is waarin een nogal ingrijpende ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt en het historisch gezien een knooppunt van drie marken is geweest.

Detail van een ongedateerde kaart van de geprojecteerde wegen en waterleidingen in de mark van Olden Eibergen. Het Hofveen heeft zijn naam te danken aan het feit dat hier de inwoners van Hupsel oorspronkelijk verplicht waren turf te steken voor de heer van Borculo. Ten tijde van de verdeling van de mark werd er nog turf gestoken door de inwoners van Olden Eibergen. Het lijkt erop dat de Stokkersweg ten zuiden van de Kuipersweg ontworpen is om dit gedeelte van de Oldeneibergse mark (het Hofveen) te ontsluiten.

In het Oldeneibergse verdelingsplan, heet het voetpad van Hupsel naar Eibergen nog het ‘Hupselsche Kerkdijkje’, thans (nog) de Wesselsdijk. In het eenvoudige Hupselse wegen- en waterleidingenplan zijn nauwelijks ontwikkelingen in het noordoostelijk deel waar te nemen. We zien er vanaf de weg Eibergen-Groenlo, het begin van de Hupselse Dwarsweg (naar Wessels), de Borkinkweg, die dan nu voor een deel verdwijnt onder het asfalt van de nieuwe N18, de Kerkdijk en de Eimersweg (wegnamen vanaf 1969). De Eimersweg ten oosten van de weg Eibergen-Groenlo wordt eveneens doorsneden door de nieuwe N18 en houdt daarmee eigenlijk op te bestaan.

Detail uit de kaart van geprojecteerde wegen en waterleidingen in de mark van Hupsel, 1843. De buurschap is geheel geconcentreerd rond de Hupselse Es, het erve Bruinink uitgezonderd. Slechts hier en daar hebben in het veld het veld ontginningen plaatsgevonden, zoals rond de Kiewiet. Op de kaart is de denkbeeldige grens tussen Hupsel en Olden Eibergen getekend, die het verdelingswerk gemakkelijker moesten maken. Feitelijk was de Venneslatsgoot de grens tussen beide marken.

Voor het viaduct over de N18 bij de afslag Eibergen (nr. 9) had m.i. beter gekozen kunnen worden voor de naam Hofveen (of Hofvenne), dat in de directe nabijheid lag. De echte Kiefte komt door de nieuwe N18 eerder verderaf dan dichterbij te liggen.

De benaming ‘Hupsel’ voor de fietstunnel (nr. 8) getuigt ook al niet van veel historisch besef. Namen als ‘De Keet’ of ‘Hupselse Veld’ hadden dan meer voor de hand gelegen, temeer daar de naam ‘Hupsel’ de naam is van een boerderij aan de Hupselse Esweg, dus een eind weg: Scholte (van) Hupsel of Scholte(n). Het voormalige truckerrestaurant ‘De Keet’ is gebouwd op bij de markverdeling aan J.H. Schurink op Eimers toegedeelde veldgrond.

Bennie te Vaarwerk

 

Please follow and like us:

Van oud naar nieuw: terugblikken en vooruitkijken

Laatste bladzijde van het vonnis van het Hof van Gelderland in de zaak tussen graaf Joost van Limburg Stirum en de vorstbisschop van Münster, 1615.
Laatste bladzijde van het vonnis van het Hof van Gelderland in de zaak tussen graaf Joost van Limburg Stirum en de vorstbisschop van Münster, 1615.

Het afgelopen jaar 2016 stond in het teken van de vierhonderdste verjaardag van de incorporatie van de Heerlijkheid Borculo in de provincie Gelderland en Graafschap Zutphen. Die gebeurtenis, die een aanvang nam met het vonnis van het Hof van Gelre en Zutphen op 20 december 1615, en vervolgens uitgevoerd werd in januari (Lichtenvoorde) en februari 1616 (Borculo), is misschien wel het meest bepalend geweest is de geschiedenis van beide gebieden. Zonder dat vonnis was Borculo waarschijnlijk geëindigd als Duits grondgebied. Aan deze gebeurtenissen werd alleen in Borculo en Lichtenvoorde aandacht geschonken, maar niet in Eibergen, Geesteren  en Neede, plaatsen die in 1615 ook overgingen van Münster naar Gelderland. Een van de gevolgen van de overgang was dat de kerken in de Heerlijkheid in calvinistische zin werden hervormd. In Lichtenvoorde en Borculo werd de hervorming hoogstpersoonlijk ingevoerd door de grote Zutphense predikant Wilhelmus Baudartius.  Alleen in de kerk van Borculo werd bij deze gebeurtenis stilgestaan. Hier lieten alle andere plaatsen verstek gaan. Het is te betreuren dat enkele heemkundekringen zo weinig historisch besef aan de dag leggen.

Grafmonument voor vorstbisschop Christoph Bernhard von Galen in de Domkerk van Münster.
Grafmonument voor vorstbisschop Christoph Bernhard von Galen in de Domkerk van Münster.

De poging, in 1665-1666, van vorstbisschop Christoph Bernhard von Galen om de Heerlijkheid Borculo te heroveren op Gelderland en de Republiek, liep op een grote mislukking uit. Weliswaar werd het gebied veroverd en voerde Von Galen zelf de troepen aan die Borculo belegerden en (snel) bezetten,  maar al voor het eind van het jaar 1665 was duidelijk dat de verovering moest mislukken. Dit ‘landoorlogje’ (Poelhekke) heeft altijd in de schaduw gestaan van de oorlog die in 1672 uitbrak, ons ‘Rampjaar’.  Aan de ‘Eerste Münsterse Oorlog’ kwam een eind op 18 april 1666 toen de Vrede van Kleef werd gesloten en Von Galen al zijn bezette gebieden weer op moest geven en de Heerlijkheid Borculo weer terug moest zetten naar de verhoudingen van vóór de oorlog. Overigens werden de  bepalingen van Kleef  in 1674 in de Vrede van Keulen bevestigd.

Koopcontract Borculo en Lichtenvoorde, 27-12-1776
Handtekening en zegel van stadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau onder het koopcontract van de heerlijkheden Borculo en Lichtenvoorde, 27 december 1776 op ‘Ons Hoff te ’s Graevenhage’ (= het Binnenhof).

Wat de Heerlijkheid Borculo (en Lichtenvoorde) betreft, werpt een nieuw jubileum alweer zijn schaduw vooruit. In 2026/2027 kan de 250ste verjaardag herdacht worden van de aankoop van de Heerlijkheden Borculo en Lichtenvoorde door stadhouder Prins Willem V, die daardoor Heer van Borculo en Lichtenvoorde werd. Op 27 december j.l. was dat precies 240 jaar geleden.

Laatste bladzijde van het verdrag tussen Gelderland en Münster over de plaatsing van stenen op de overeengekomen grens, 1766. (GldA)
Laatste bladzijde van het verdrag tussen Gelderland en Münster over de plaatsing van stenen op de overeengekomen grens, 1766. (GldA)

Een ander jubileum  van formaat had betrekking op de herdenking van de 250ste verjaardag van het verdrag van Burlo van 1765, dat de grenzen tussen Gelderland en Münster grotendeels definitief vastlegde. De fraaie stenen, voorzien van de wapens van beide landen en het jaartal 1766 getuigen daar nog van. Het jubileum werd regionaal opgepakt, met o.a. een tentoonstelling en een brochure. Die laatste maakte het gemis aan een goed historisch onderzoek echter niet goed. Op regionaal en provinciaal niveau kreeg de landsgrensvaststelling van 1766 weinig aandacht. Dat geldt zeker voor de grens tussen de Heerlijkheid Borculo en het kerspel Vreden.

In november verscheen een fraai vormgegeven boek met artikelen van ‘streekhistoricus’ Hendrik Odink. De liefhebbers van de regionale geschiedenis zouden wellicht nog meer gediend zijn met de publicatie (op het internet) van diens onuitgegeven geschriften en – vooral – van diens aantekeningen. Datzelfde geldt ook voor Odinks grote voorbeeld, meester Heuvel.

Bij de tentoonstelling van de missaalrest op 10 september 29016 is een doorlopende diavoorstelling gemaakt. Hierin wordt ingegaan op de achtergronden van het document en de Reformatie tussen 1517 en 1616 in Eibergen in het bijzonder.
Bij de tentoonstelling van de missaalrest op 10 september 29016 is een doorlopende diavoorstelling gemaakt. Hierin wordt ingegaan op de achtergronden van het document en de Reformatie tussen 1517 en 1616 in Eibergen in het bijzonder.

De vondst van een missaalrest in het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers verschafte een mooie gelegenheid om iets over de achtergronden van de 16de eeuwse kerkhervorming in Eibergen te vertellen.

2016 was ook het jaar waarin een begin werd gemaakt met de aanleg van de nieuwe N18 ten westen van Eibergen. Hij doorkruist enkele archeologisch waardevolle gebieden in Hupsel en Olden Eibergen. Mogelijk (en eigenlijk ook hopelijk) werpen de opgravingen in Olden Eibergen aan weerszijden van de Berkel een licht op de nog ongeschreven geschiedenis van Eibergen. De nieuwe weg scheert rakelings langs een perceel dat vroeger de naam ‘Kerkhof’ droeg. In januari 2017 zal meer duidelijk worden. De nieuwe weg maakt op veel plaatsen een bruut einde aan de infrastructuur die in wezen in de 19de eeuw met de verdeling van de marken van Hupsel, Olden Eibergen en Mallem is ontstaan en die tot de aanleg nog goed in het landschap zichtbaar was. Ik hoop in de loop van 2017 nog op deze veranderingen terug te komen.

De 'Kastanjefabriek' is eindelijk weer onder de pannen, kerst 2016.
De ‘Kastanjefabriek’ is eindelijk weer onder de pannen, kerst 2016.

In 2017 is het 180 jaar geleden dat Eibergen zijn eerste vaste oeververbinding kreeg met Mallem. De ‘Nieuwe Brug’ (zo heet hij nog steeds) krijgt in 2017 een opvolger als een nieuwe brug over de Berkel in Olden Eibergen wordt gebouwd voor de nieuwe N18. Deze brug, die iets ten westen van de Stokkersbrug wordt gebouwd, ligt in een gebied dat ooit de ‘Markenbrink’ heette. De mark van Olden Eibergen heeft dit perceel in het Berkeldal steeds onverdeeld gelaten, want de pachtopbrengst werd gebruikt voor het onderhoud van de Stokkersbrug (die een markenbrug was)  en weg naar Neede,  en, in een verder terugliggend verleden, voor het onderhoud van het Oldeneibergse aandeel in de ‘glinde’ of kerkhofmuur rondom de Eibergse kerk. De bouw van de ‘Nieuwe Brug’ had alles te maken met de komst van textielfabrikant J.B.P. Bouquié naar Eibergen. Die vestigde zijn fabriek aan de noordzijde van de Berkel op een perceel veldgrond van de mark van Mallem. Die fabriek staat er nog steeds en is, althans wat het buitenmuurwerk betreft, grotendeels ongewijzigd gebleven. Misschien is deze fabriek nog wel het enige textielmonument in Oost-Nederland uit de pionierstijd van de textielindustrialisatie in de Noordelijke Nederlanden na de afscheiding van België in 1830. Momenteel wordt de ‘Mallemse fabriek’, ‘Kastanjefabriek’, ‘fabriek van Bouquié’ of ‘Gemavo’ verbouwd tot hotel. Het belooft een fraai visitekaartje voor Eibergen te worden.

De ‘Nieuwe Brug’ bij Eibergen werd in december 1837 zwaar op de proef gesteld bij één van de grootste overstromingen van de Berkel, waardoor de brug bijna wegspoelde. Deze brug is overigens het begin geweest van de latere N18. In de jaren ’50 van de 19de eeuw werd de grote weg van Groenlo door Eibergen (Groenloschestraat/Hagemanstraat) aangelegd. Eibergen kreeg zijn eerste rondweg in de jaren ’30 van de 20ste eeuw: de huidige burgemeester Wilhelmweg.

Jarenlang hing dit bord bij de collectie mircofilms in de Borculose Bibliotheek in het Hof aldaar.
Jarenlang hing dit bord bij de collectie mircofilms in de Borculose Bibliotheek in het Hof aldaar.

Tenslotte werd de opheffing van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo eindelijk een feit. Bestuurlijk liep het al langer moeizaam, terwijl anderzijds veel bronnen inmiddels gedigitaliseerd zijn en via websites beschikbaar zijn gekomen. Een belangrijk doel, het nader toegankelijk maken van de oud-rechterlijke archieven van Stad en Heerlijkheid is ook grotendeels gehaald. De indexen staan op deze website en zijn inmiddels ook aan het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers beschikbaar gesteld. Zo af en toe zal er via deze site nog een nieuwe index aan toegevoegd worden. De collectie microfilms wordt ondergebracht bij de Historische Vereniging Borculo, nadat daartoe overleg is geweest met de vier gemeentelijke heemkundekringen. Het archief van de SSHB is ondergebracht bij het Erfgoedcentrum.

De auteur van dit blog/website op het (voormalige) bouwland de 'Heugte', het land aan de Leugemorsweg in Olden Eibergen, voor het al uitgegraven tracé van de nieuwe N18.
De auteur van dit blog/website op het (voormalige) bouwland de ‘Heugte’, het land aan de Leugemorsweg in Olden Eibergen, voor het al uitgegraven tracé van de nieuwe N18.

Rest mij mijn volgers en passanten een fijne jaarwisseling te wensen en alle goeds voor het nieuwe jaar 2017,

Bennie te Vaarwerk

 

 

Please follow and like us:

Open Monumentendag in Berkelland en Groenlo 2016

Het was me het Open Monumentendagje wel. Er was veel te beleven en nog meer aangekondigd in Berkelland en omgeving. Dat laatste was voor mij reden om naar Groenlo te gaan, maar de kelders van het voormalige stadhuis bleken op Open Monumentendag (en andere dagen) alleen op afspraak geopend. Ook de Oude Calixtuskerk was gesloten voor individuele bezoekers. Het leek in Groenlo wel Gesloten Monumentendag. Jammer. Op de heenweg over de fietsspoorbaan gereden. Door de komst van de nieuwe N18 wordt deze onder de oude gemeente Eibergen op maar liefst drie plekken doorsneden. Een tocht naar Groenlo zal t.z.t. een langdurige onderneming worden, maar dat geldt straks ook voor zo’n tochtje met  de auto. Misschien moet er tussen beide plaatsen maar een extra glasvezelverbinding aangelegd worden of een dronedienst ingesteld worden. De mais moest hier en daar al gemaaid worden, omdat men deze week begonnen is met de kap van de bomen voor de aanleg van de weg. In de weidelanden tussen Eibergen en Groenlo zijn de piketpaaltjes voor de nieuwe N18 al geplaatst. Over twee jaar is in dit gebied veel definitief geschiedenis.

Dan Berkelland. ’s Morgens werd in Neede de eerste Erfgoedprijs Berkelland uitgereikt aan oud-journalist, Heuvel-, Sluiter- en Zwaluwenkenner Arend Heideman. Zeer verdiend overigens.

In het Museum De Scheper was er een doorlopende belangstelling voor o.a. de tentoongestelde missaalrest, waarover ik al eerder geblogd heb.

Aan het eind van de middag nog even de Kastanjefabriek, de in 1834 door J.P.B. Bouquié in 1834 gebouwde textielfabriek in de Eibergse buurschap Mallem, bezocht, die verbouwd wordt tot hotel. Ik hoop dat het allemaal lukt. Aan het eind van het jaar zit het dak weer dicht. Bij elk bezoek laat de fabriek nog verrassingen zien.

Soms verdwijnen karakteristieke panden geleidelijk uit de tastbare geschiedenis. Het erve Brooks aan de Rekkense Binnenweg behoort tot die categorie. In drie jaar tijd verdween het van de aardbodem. Overigens met een langere voorgeschiedenis, want er was al jaren geleden een oerlelijke schuur meteen voor het oude voorhuis gebouwd. Als er een prijs uitgereikt zou kunnen worden voor verwaarlozing c.q. vernietiging van (potentieel) erfgoed, dan zou ik die dit jaar willen uitreiken aan de eigenaar van dat ooit zo karakteristieke T-huis in Rekken. Het gezegde, alles van waarde is weerloos, gaat ook hier op.

Bennie te Vaarwerk

 

Please follow and like us:

De Eibergse missaalrest in Museum De Scheper op Open Monumentendag, 10 september 2016

In het programma voor de Open Monumentendag, zaterdag 10 september a.s., is helaas geen aandacht geschonken aan de tentoonstelling van een wel heel bijzonder stuk middeleeuwse geschiedenis van Eibergen in de Schrijverskamer van het Museum De Scheper. Dan hebben we het over de Eibergse missaalrest die onlangs in het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers boven tafel kwam. Ik heb er eerder over geblogd. Het is een zeer bijzonder en uniek document, omdat er maar weinig middeleeuwse documenten bewaard zijn gebleven die betrekking hebben op de liturgie in de toenmalige parochiekerk, de huidige protestantse Oude Mattheus. Dat het stuk aan Eibergen gelinkt kan worden blijkt uit het hergebruik, namelijk als omslag voor een register met zaken de stad Eibergen betreffende. Bovendien is uit een door vicaris Henricus Lembecke opgemaakte inventaris van de bezittingen en inkomsten van de St.-Annavicarie (1486) in de kerk van Eibergen bekend,  dat het missaal door de schoolmeester versneden was.

In de door de calvinisten in bezit genomen kerken zijn alle beelden, altaren en zijaltaren meestal heel zorgvuldig verwijderd, maar in Lutherse kerken in Duitsland, zoals hier in de Dom van Magdeburg, zijn de zijaltaren nog aanwezig, zij het (natuurlijk) buiten gebruik. Op dit altaar een beeld van St.-Anna-te-Drieën: Anna, de moeder van Maria en haar kleinzoon Jezus. De Anna-verering nam in het laatste kwart van de 15de eeuw een enorme vlucht. Het mag dan ook geen verwondering wekken, dat ook in de Eibergse kerk in 1486 een St.-Annavicarie of -altaar werd gesticht. Anna-vicarieën waren er ook in Neede en Borculo. Misschien was het zoiets als dit.
In de door de calvinisten in bezit genomen kerken zijn alle beelden, altaren en zijaltaren meestal heel zorgvuldig verwijderd, maar in Lutherse kerken in Duitsland, zoals hier in de Dom van Magdeburg, zijn de zijaltaren nog aanwezig, zij het (natuurlijk) buiten gebruik. Op dit altaar een beeld van St.-Anna-te-Drieën: Anna, de moeder van Maria en haar kleinzoon Jezus. De Anna-verering nam in het laatste kwart van de 15de eeuw een enorme vlucht. Het mag dan ook geen verwondering wekken, dat ook in de Eibergse kerk in 1486 een St.-Annavicarie of -altaar werd gesticht. Anna-vicarieën waren er ook in Neede en Borculo. Misschien was het zoiets als dit.

Het in het Latijn gestelde stuk bevat teksten uit de bijbel, alsmede gebeden en aanwijzingen voor de orde van de mis. Vermoedelijk betreft het een bladzijde uit een dodenmis, want veel teksten en gebeden hebben op het overlijden en begraven betrekking. De plaats van de missaalrest in de Eibergse geschiedenis wordt duidelijk gemaakt in een powerpointpresentatie die in doorlopend vertoond wordt.

Detail van de missaalrest op de binnenzijde van het omslag.
Detail van de missaalrest op de binnenzijde van het omslag.

De missaalrest is een schakel tussen middeleeuwen en Nieuwe Tijd en vertelt o.a. door de handeling van de schoolmeester en het hergebruik als omslag óók het verhaal van de Reformatie in Eibergen. Aansluitend bij een in Münster gebruikte indeling kan die onderverdeeld worden in de Eerste en Tweede Reformatie. De eerste was een kerkhervorming in Lutherse zin, die in de Heerlijkheid Borculo ná 1530 plaatsvond en sterk werd gestimuleerd door de Vrouwe van Borculo, gravin Maria von Hoya und Brockhausen, echtgenote van graaf Joost van Bronckhorst, Heer van Borculo. Het graafschap Hoya was één van de eerste graafschappen waar al vroeg na de Hervorming een kerkorde naar Lutherse snit werd ingevoerd. Daarvoor was de broer van de gravin verantwoordelijk. Na de dood van graaf Joost van Bronckhorst, heeft de gravin-weduwe, met toestemming van de Münsterse leenheer, de bestaande religieuze verhoudingen en dus het Lutheranisme  gehandhaafd. Dat heeft ze met verve gedaan. Na haar overlijden, 1579, nam Münster zelf het bestuur over Borculo in handen, maar al met het stadsbestuur van Borculo werden afspraken gemaakt om de nog steeds Lutherse kerkorde te handhaven in de Heerlijkheid Borculo. Naar buiten toe leek alles bij het oude te zijn gebleven, maar dat was slechts schijn. Tegen het einde van het Münsterse tussenbestuur (1579-1616) won het calvinisme aan kracht in de Heerlijkheid Borculo. Calvinistische predikanten waren (als onderpastoors) al aantoonbaar werkzaam in de stad Borculo, Geesteren en mogelijk ook Neede. Eibergen kreeg in 1610, nadat daar de ‘altkatholische religion’ al jarenlang sterk verwaarloosd was, een katholiek priester die het examen door de Geestelijke Raad in Münster goed had doorstaan. Hoewel de Lutherse drost van Borculo weigerde de pastoor in te leiden in het bezit van de pastorie, wist de uit Groenlo geboortige pastoor Paulus Arresdorf zich in Eibergen te handhaven. Hij vertrok pas met de Reformatie in calvinistische zin (de ‘Tweede Reformatie’) in februari 1616. Geen wonder dus, dat toen de in de Heerlijkheid werkzame geestelijken zich op bevel van de Classis Zutphen op 18 juni 1616 te Zutphen meldden om geëxamineerd te worden op hun geloofsovertuiging, er geen geestelijke uit Eibergen kwam opdagen. Arresdorf werd later pastoor van Laag-Elten. In de Eibergse kerk verliep het jaar 1616 tumultueus, vooral door het optreden van dominee Henricus Meilinck, een uit Arnhem verdreven van vrijzinnige sympathieën (Remonstrant) verdachte predikant, die met steun van de nieuwe Heer van Borculo, graaf Joost van Limburg-Stirum, probeerde in de Heerlijkheid aan de bak te komen. Maar fel verzet van de orthodoxe Classis, onder leiding van dominee Wilhelmus Baudartius, gesteund door het Hof van Gelderland, moest Meilinck het veld ruimen. De eerst beroepen predikant Vinckius is waarschijnlijk niet actief geworden in Eibergen. Pas in 1617 kreeg Eibergen in de persoon van Johannes Palmerius een vaste predikant. In de tussentijd namen andere predikanten uit de Classis Zutphen waar.

Het jaar 1616 was voor de gehele Heerlijkheid Borculo, dus ook voor Eibergen, een jaar van overgang: van het vorstbisdom Münster naar de Graafschap Zutphen/Gelderland. Een van de belangrijkste gevolgen was dat de kerken in calvinistische zin hervormd werden. Ook dat is dus 400 jaar geleden.

Het missaal geeft in één document de geschiedenis van die 16de eeuw weer en van de Reformatie in Eibergen. Kom dus kijken.

Bennie te Vaarwerk

Please follow and like us:

‘Alles is moar ’n tied lank’: bij de opheffing van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo

 

Het officiële logo van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo werd nauwelijks gebruikt.
Het officiële logo van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo werd nauwelijks gebruikt.

Op 15 augustus 2016, de feestdag van Maria Hemelvaart, werd de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo ten grave gedragen. Niet in de verwachting overigens, dat het ooit tot een wederopstanding komt, want de SSHB is simpelweg door de tijd ingehaald. Als initiatiefnemer en medeoprichter, samen met Alex Koster, toenmalig gemeentearchivaris van Borculo, kijk ik niet met weemoed terug, zoals de in de titel van dit blog opgenomen uitspraak van ‘streekhistoricus’ Hendrik Odink zou kunnen suggereren.

Artikel in de GOC van 2 april 1992 over de oprichting van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo.
Artikel in de GOC van 2 april 1992 over de oprichting van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo.

Toen ik in 1986 betrokken raakte bij de oprichting van de Historische Kring Eibergen, bleek al snel dat de meeste oude archieven betreffende Eibergen van vóór 1795, zich buiten die toenmalige gemeente bevonden en wel in de archieven van de Heerlijkheid Borculo. Als medeauteur van Acht eeuwen Heerlijk Eibergen (1988), waren voor het onderzoek veel reizen naar Arnhem (Rijksarchief in Gelderland), Den Haag (Algemeen Rijksarchief) en Münster (Staatsarchiv en Bistumsarchiv) nodig. Dat waren de archiefdiensten waar de ‘Borculose’ archieven in de loop van de tijd terecht waren gekomen. De lotgevallen van de Borculose archieven weerspiegelden in die spreiding de lotgevallen van stad en heerlijkheid zelf en daarmee de geschiedenis van de latere gemeenten Borculo, Neede, Eibergen en Lichtenvoorde. Die gemeenten hebben op enig moment deel uitgemaakt van de heerlijkheid Borculo. Ik vond toen – en nu nog – dat in de lokale historie van die plaatsen geïnteresseerden, ook kennis moeten hebben van de geschiedenis van stad en heerlijkheid. Recent werd dat gemis aan historisch besef pijnlijk duidelijk rond de 400ste verjaardag van de overgang van stad en heerlijkheid Borculo van Münster naar Gelderland/Zutphen 1616. Alleen in Borculo werd het herdacht, de andere plaatsen, heemkundekringen en kerken (die in 2016 konden herdenken dat ze 400 jaar hervormd/protestants waren) lieten verstek gaan.
Dat moest anders vond ik. Als de geïnteresseerden niet naar de archieven gaan, dan moeten de archieven maar naar hen komen, dacht ik. Contact met Alex Koster leidde tot het idee om een Stichting op te gaan richten die zich zou gaan richten op de verfilming (op microfilms) van de buiten het gebied berustende Borculose archivalia. Digitalisering  leek toen nog ver weg en bovendien duur.

Artikel in het eveneens al historische huis-aan-huisblad 'Needse Winkelstand'uit 1991, waarin melding gemaakt wordt van een subsidie door de gemeente Neede voor de nieuwe Stichting. Omdat Neede een bloeiende Historische Kring had, was er daar enig wantrouwen richting SSHB. Gepoogd werd dat wantrouwen te ondervangen door de heemkundeverenigingen een plaats in het Stichtingsbestuur te geven. Neede kon dus een vinger aan de pols houden.
Artikel in het eveneens al historische huis-aan-huisblad ‘Needse Winkelstand’uit 1991, waarin melding gemaakt wordt van een subsidie door de gemeente Neede voor de nieuwe Stichting. Omdat Neede een bloeiende Historische Kring had, was er daar enig wantrouwen richting SSHB. Gepoogd werd dat wantrouwen te ondervangen door de heemkundeverenigingen een plaats in het Stichtingsbestuur te geven. Neede kon dus een vinger aan de pols houden.

De SSHB kon zich in het Hof vestigen, de historische plek van het kasteel van Borculo. Veel dank zijn wij de Openbare Bibliotheek en het bestuur van Het Hof verschuldigd voor de huisvesting. De plek was overigens niet alleen om historische redenen belangrijk. Van meet af aan was het de bedoeling dat de Collectie SSHB in een openbaar gebouw toegankelijk moest zijn en blijven.

Het voormalige gebouw van het toenmalige Rijksarchief in Gelderland aan de Markt in Arnhem.
Het voormalige gebouw van het toenmalige Rijksarchief in Gelderland aan de Markt in Arnhem.

Een deel was al in het verleden verfilmd door de Mormonen. Via het Rijksarchief in Gelderland konden wij kopieën van die films aankopen. In de tussentijd was de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo opgericht (3 april 1992), met de net uit de Borculose politiek gestapte Truus Spliethof-de Vos als voorzitter, ondergetekende als secretaris, Thomas Lijfering als penningmeester en Margreet van Dijk-Hartgerink en Alex Koster als bestuursleden.  Met subsidie van de gemeenten, de provincie (er is zelfs nog een gedeputeerde op bezoek geweest in de Borculose bibliotheek) en sponsoring konden microfilmleesapparaten aangeschaft worden. De verfilming zelf gebeurde door drie vrijwilligers: Truus Spliethof (van de eerste tot de laatste dag), Margreet van Dijk en Diet Lamé-de Wit. Laatstgenoemde heeft ook tot het laatst zitting gehad in de bestuur en was coördinator van het indiceringsproject, waarover straks meer. Zij reisden enkele jaren bijna wekelijks naar Arnhem, waar zij gastvrij werden ontvangen en begeleid door de medewerkers van het Rijksarchief.

Een krantenartikel in de Tubantia besteedde in 1996 uitgebreid aandacht aan het verfilmingsproject. Het 'verfilmingstrio', met wijlen Truus Spliethof op de voorgrond.
Een krantenartikel in de Tubantia besteedde in 1996 uitgebreid aandacht aan het verfilmingsproject. Het ‘verfilmingstrio’, met wijlen Truus Spliethof op de voorgrond.

Na de oprichting werd een informatiebijeenkomst in zaal Peters te Borculo gehouden. Geïnteresseerden konden zich opgeven als donateur. Uiteindelijk zou de SSHB ruim 100 donateurs krijgen. Dat is misschien niet veel, maar voor een Stichting, die zich niet profileerde als een heemkundeclub en zich niet primair richtte op publicaties, was dat aantal voldoende om de boel draaiende te houden.

In 1993, bij gelegenheid van de Monumentendag in september, gaf de nieuwe stichting zijn eerste publicatie uit: de Kleine Reeks. Verhalen over de geschiedenis van Stad en Heerlijkheid Borculo'. Later veranderde de ondertitel in 'Bijdragen tot de geschiedenis van Stad en Heerlijkheid Borculo', want gemakkelijk leesbare verhalen waren het niet (altijd).
In 1993, bij gelegenheid van de Monumentendag in september, gaf de nieuwe stichting zijn eerste publicatie uit: de Kleine Reeks. Verhalen over de geschiedenis van Stad en Heerlijkheid Borculo’. Later veranderde de ondertitel in ‘Bijdragen tot de geschiedenis van Stad en Heerlijkheid Borculo’, want gemakkelijk leesbare verhalen waren het niet (altijd).

Toch gaf de SSHB (onregelmatig) publicaties uit: de Kleine Reeks, met historische ‘verhalen’, en bronnenpublicaties die transcripties bevatten van belangrijk geachte ‘Borculose’ bronnen. Van de Kleine Reeks verschenen in totaal 13 delen, het laatste verscheen in 2007. De uitgave van de markenboeken van Dijcke (Alex Koster) en Beltrum (Nelly Oostrik) behoorden tot de categorie van de bronnenuitgaven.  De laatste bronnenpublicatie verscheen in 2008 (Rekening van de Heerlijkheid Borculo over 1580-1581) en staat inmiddels ook op de website. Vooral voor de papieren bronnenuitgaven was de belangstelling gering. Het waren en zijn nu eenmaal geen gemakkelijk leesbare publicaties. Het internet bood daar al snel een uitkomst. Veel bronnenuitgaven, waarvan het ooit de bedoeling was die op papier uit te geven, zijn dan ook als webbestand beschikbaar gesteld en downloadbaar, bijv. de verpondingskohieren van 1646  en het rapport van aankoop van Borculo en Lichtenvoorde uit 1777 behoren tot die categorie digitale bronnenpublicaties. Daar was het werk van de tijd al snel voelbaar, maar ook vruchtbaar. Toen daar later de indexen op het oud-rechterlijk archief aan toegevoegd werden, steeg het websitebezoek met sprongen: in 2015 meer dan 1 miljoen.

Bronnenpublicatie nummer 3: Rekeningen van het Ambt Lichtenvoorde. Uitgegeven in 1998.
Bronnenpublicatie nummer 3: Rekeningen van het Ambt Lichtenvoorde. Uitgegeven in 1998.

In de beginjaren gebeurde nog veel meer: uit Parijs werden kopieën van kaarten gehaald van de nooit gebouwde of te verbouwen keizerlijke stoeterij te Borculo. De kopieën berusten nu in het gemeentearchief.

Na de oprichting werden ook verschillende jaren cursussen paleografie in het Hof gegeven, want het lezen en begrijpen van het oude handschrift is noodzakelijk, als men goed onderzoek wil doen in de archieven en gedrukte bronnen wil controleren. Alex Koster, Henk Nijman en ondergetekende hebben die gegeven. Een van de doelen hierbij was om via die weg vrijwilligers voor het indiceringsproject te werven.

De opgraving van de donjon van het kasteel Borculo. Artikel in Achterhoek Nieuws van 1 september 1993.
De opgraving van de donjon van het kasteel Borculo. Artikel in Achterhoek Nieuws van 1 september 1993. Een journalist van een ander, inmiddels ook al niet meer bestaand huis-aan-huisblad, had het over de ‘Don Jon’ van het kasteel…

Bij het Hof raakte de SSHB betrokken bij de opgraving van het donjon, de grote (woon)toren van het ca. 1760 gesloopte kasteel van Borculo. Na enkele jaren werd de kuil weer dichtgegooid, omdat de donjon-restanten niet beschermd bleken tegen weersinvloeden en de kuil gebruikt werd om er afval in te gooien.

Omslag van het cursusboek paleografie, 2005-2006.
Omslag van het cursusboek paleografie, 2005-2006.

De grootste en meest langdurige klus waarmee de SSHB zich beziggehouden heeft, was het maken van een index op de inhoud van de in de Borculose bibliotheek berustende ‘Collectie SSHB’,  de microfilms met enkele honderdduizenden opnamen van Borculose archivalia. Heel veel vrijwilligers hebben hier jarenlang aan gewerkt. De grootste dank zijn wij dan ook wel aan hen verschuldigd. Voorwaar een monsterklus en dat met behulp van een microfilmleesapparaat dat maar al te vaak in een woonkamer eigenlijk in de weg stond. Het maken van indexen op naam was tijdrovend en intensief. Voor degenen die met de computer handig waren, was het programma Excel op een gegeven moment een uitkomst, maar dan nog. Veel handmatig  geschreven indexen zijn ingevoerd door Netteke Fiolet, die ook tot het laatst bij het project betrokken was. Dat geldt ook voor Jot en Dick van Zuidam, die op afstand intensief met het SSHB-gebeuren meededen (ook bij het bewerken van de Excelbestanden en de omzetting naar pdf) en meeleefden, Diny Schreuder, Jan Derking en vele anderen die gedurende kortere of langere tijd met het ‘indiceren’ bezig zijn geweest. Het indexproject was een sleutelproject in het bestaan van de SSHB. Hoewel niet alle films geïndiceerd konden worden – het reservoir aan vrijwilligers droogde op – zijn we wel een heel eind gevorderd. In de loop van de jaren zullen er druppelsgewijs nog wel indexen toegevoegd worden. Aanvankelijk konden bezoekers de indexen alleen inzien in de bibliotheek. Pas later werden de bestanden in pdf-formaat ook via de website beschikbaar gesteld, wat plaats- en tijdsonafhankelijk vooronderzoek mogelijk maakte.

De 'ontdekking' van (ver)bouwtekeningen van het Hof te Borculo tot een keizerlijke stoeterij van Napoleon, was wel een sensatie. Het was de reis waard. Het torentje linksachter is er overigens door de krant aan toegevoegd. (Twentsche Courant, 26-2-1994)
De ‘ontdekking’ van (ver)bouwtekeningen van het Hof te Borculo tot een keizerlijke stoeterij van Napoleon, was wel een sensatie. Het was de reis waard. Het torentje linksachter is er overigens door de krant aan toegevoegd. (Twentsche Courant, 26 februari 1994)

Het was in essentie de grote vlucht die de digitalisering en het internet namen en nog steeds nemen, die de SSHB overbodig maakten. Enkele jaren geleden heeft het Gelders Archief, de opvolger van het Rijksarchief in Gelderland, de door onze vrijwilligers gemaakte microfilms van het archief van de Heren van Borculo gedigitaliseerd en op zijn website geplaatst. Het Staatsarchiv Münster heeft hetzelfde gedaan met een deel van de bestanden. Ongetwijfeld zullen er nog meer volgen. Het oud-rechterlijk archief van Borculo is inmiddels door het Gelders Archief overgedragen aan het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers. Helaas werd het overgedragen in de (vaak) slechte staat waarin het zich al tientallen jaren bevond, gesanctioneerd door een toenmalige algemeen rijksarchivaris. Het ECAL maakt momenteel veel werk van de restauratie van delen uit dit en andere overgedragen archieven. Digitalisering was en is voor de SSHB een brug te ver, vanwege de kosten en het beheer van de gedigitaliseerde films.

In de toekomst zullen alleen nog maar meer bestanden op allerlei platforms digitaal beschikbaar komen. De indexen blijven via de website toegankelijk en downloadbaar. Dat geldt ook voor enkele digitale bronnenpublicaties die nog door de SSHB zijn uitgegeven. De website, die geen platform was van de SSHB, maar wel vóór de SSHB, blijft bestaan en is al omgezet in een breder platform voor de geschiedenis van stad en heerlijkheid Borculo. Dat aandacht voor die geschiedenis nog steeds nodig is en ook zal blijven, blijkt wel uit het gebrek aan belangstelling voor de herdenking van de 400ste verjaardag van de overgang van ‘Borculo’ van Münster naar Gelderland. Voor mij blijft daarbij het uitgangspunt, dat de wereld niet om Borculo draait, maar ‘Borculo’ wel in de wereld meedraait.

Een artikel in de Tubantia van 30 november 1991 over de (aanstaande) oprichting van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo. Op de foto de beide oprichters, Alex Koster en Bennie te Vaarwerk.
Een artikel in de Tubantia van 30 november 1991 over de (aanstaande) oprichting van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo. Op de foto de beide oprichters, Alex Koster en Bennie te Vaarwerk.

Nu de SSHB verleden tijd is, wordt nog overleg gepleegd via de Erfgoedkoepel Berkelland om de Collectie SSHB als één geheel, zoals ook in de statuten verwoord, in eigendom/beheer te geven bij één van de heemkundeverenigingen in het werkgebied. De microfilmleesapparaten zullen ook zoveel mogelijk verdeeld worden. In het najaar zal daartoe nog een boedeldag georganiseerd worden. Tot vereffenaar is Ben van Dijk benoemd. Hij was de laatste penningmeester van de Stichting.

De Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo heeft zijn tijd gehad. Ik ben dankbaar dat ik daaraan heb mogen bijdragen, maar vooral ook blij dat het nu eindelijk afgerond wordt.

Bennie te Vaarwerk

Please follow and like us: