Categorie archief: Boerderijen, goederen en personen

Nieuwe namen voor (soms) oude wegen

Met aanvullingen, 10 maart 2017 en 21 juli 2017

De bouw van de nieuwe N18 onder Eibergen vordert gestaag. Her en der zijn al wegen afgesloten, bijv. de Eimersweg in Hupsel, en andere wegen zullen spoedig volgen. In de pers verschenen afgelopen week berichten over nieuwe straatnaamgeving die door de bouw van de nieuwe autoweg noodzakelijk wordt. Op grond van het persbericht dat op de website Nieuws uit Berkelland verscheen, betreft dat een stuk of tien gevallen waarvoor (nog) een nieuwe naam wordt gezocht. Op het bijgevoegde kaartje, dat gebaseerd is op de huisnummerkaart van de gemeente Eibergen uit 1969, heb ik die gevallen met de nummers A-J aangegeven.  De gemeente is voornemens (volgens diezelfde persberichten, zie ook het persbericht dat in het h.a.h.-blad Achterhoek Nieuws verscheen op 7 maart en onderaan opgenomen is) de omwonenden van de betrokken wegen en de Historische Kring Eibergen bij de naamswijzigingen of nieuwe namen te betrekken. Als geïnteresseerd burger wil ik de gemeente ook graag helpen bij de zoektocht naar wegennamen. Ik doe dat uiteraard vanuit een historische invalshoek.

Op deze huisnummerkaart van de gemeente Eibergen uit 1969 is met de letters A-J aangegeven welke nieuwe wegen een naam moeten krijgen of welke wegen/weggedeelten hernoemd moeten worden.

A. Munsterdijk (Mallem)
Volgens het persbericht gaat het om het deel van de Munsterdijk ten zuiden van de nieuwe N18. Dat is dus het weggedeelte dat nagenoeg geheel in de oude gemeente Eibergen ligt, in de buurschap Mallem. Het is een oude weg, want hij komt al voor op het kadastraal minuutplan van Mallem van 1828. Hij dateert dus van vóór de verdeling van de mark van Mallem in 1845. Hoewel de naam suggereert dat de weg een verbinding vormde tussen Rietmolen (Hoonte) en Munster(land), zijn daarvoor geen aanwijzingen te vinden. De weg loopt ook niet naar Duitsland (de ‘Pruusse’,  zoals men toen zei), maar takte bij erve de Reuver aan op de grote handelsweg Oldenkotte-Neede.  In de markenboeken van Mallem (1567-1917) komt de naam niet voor. H.W. Heuvel spreekt in 1922 in zijn boek Gids voor Eibergen en Groenlo alleen over de ‘Munsterdiek’, maar legt geen verband met Duitsland.

Ontworpen wegen en waterleidingen in de mark van Mallem, 1839. De huidige Munsterdijk is de weg van de letter G via H naar het punt waar de gemeentegrenzen van Eibergen, Haaksbergen en Neede bij elkaar kwamen. Omdat de Twenteroute nog niet bestond, ging de (latere) Munsterdijk bij Slotman over in de weg over en onderlangs de Mallemse Es, om bij de Reuver aan te sluiten op de handelsweg Duitsland-Deventer. De weg langs de letters E-F-G was de hoofdweg van Eibergen naar Haaksbergen. De weg A-B-C-D was de weg van Olden Eibergen naar Rietmolen. Het is grotendeels de huidige Rietmolenseweg. De huidige Leugemorsweg was tussen Broshuis en Vunderink een nieuwe weg en ook een markenweg. De ontworpen en te verleggen wegen zijn in rood aangegeven. Op de kaart is ook goed te zien dat de waterleidingen werden aangelegd van de ene naar de andere drassige laagte (‘slat’).

De weg zelf heeft geen andere betekenis (voor de mark van Mallem althans) dan als ontsluitingsweg voor de markengrond in de hoek tegen Hoonte (Neede) en Brammelo (Haaksbergen aan. Volgens de verdelingskaart van de mark van Mallem vinden we hier de aan de provisorie van Eibergen en enkele particulieren toebedeelde markengronden. Oude boerderijen vindt men niet in dat gebied. De erven die er staan, dateren van (ver) na de markenverdeling, bijv. Tosveld en de Elisabethhoeve. De ligging van dat eerste erf aan de huidige Munsterdijk, is een mooie aanleiding om het ten zuiden van de nieuwe N18 gelegen deel van de Munsterdijk naar dit erf te vernoemen: ‘het Tosveld’  of Tosveldweg. Het is dan tevens een mooie herinnering aan de mark van Mallem.

Het erve Tosveld in Mallem aan de huidige Munsterdijk in Mallem. Inzet: gevelsteen met naam en stichtingsjaar 1926.
Detail van het kadastraal minuutplan van Olden Eibergen uit 1828, met het deel van de Stokkersweg tussen Borculoseweg en Olminkhof (Needseweg). Het bochtige karakter, dat voor een deel nu nog aanwezig is, weerspiegelt de geschiedenis van deze weg, die hier in een oudhoevig landschap lag.

B. De Stokkersweg van N823 (Needseweg) tot aan de Stokkersbrug
De huidige Stokkersweg loopt als een radiaal van noord naar zuid door de buurschap Olden Eibergen. Het noordelijk deel is oud en bestond al lang vóór het wegen- en waterleidingenplan van 1856 en de markenverdeling van 1861. De Stokkersbrug, een door de mark van Olden Eibergen te onderhouden brug,  is de naamgever, maar als straatnaam heeft de weg geen oude papieren. Tot omstreeks 1970 liep de weg over het erve Biezebeek (nu nog Leugemorsweg 8), maar is toen in het kader van de verharding door de voortuin gelegd, waarvoor o.a. de endskamer werd gesloopt. Een deel van de gracht die dit oude erf (begin 12de eeuw, zeker: 1299) omringde, kwam toen ten westen van de nieuwe Stokkersweg te liggen. Het erve Biezebeek  is één van de drie oude Oldeneibergse erven ten noorden van de Berkel. De andere erven zijn: Leugemors (1360: Loghenmersch) en Olminkhof (1329: Alvinchove, thans bekend onder de namen Jonge en Olde Scholte). Het erve Lubbersman is hoogstwaarschijnlijk een afsplitsing van Leugemors, terwijl Olminkhof al in de 16de eeuw gesplitst was in de Jonge en de Olde Scholte, beide in de hoek Needseweg-Stokkersweg. Als dit stuk Stokkersweg hernoemd moet worden, dan komen de namen Biezebeek (Beezebekke, Biezebeekweg), Olminkhof (Jonge Scholte)  of Scholtenes, in aanmerking. De huidige Stokkersweg loopt namelijk midden over de Scholtenes, het hoge bouwland tussen Needseweg en kruising met de huidige Leugemorsweg. De naam Scholtenes komt natuurlijk van de Jonge Scholte, die de grootste grondbezitter op deze es en in dit deel van de buurschap Olden Eibergen was. Voor een vernoeming naar Olminkhof alias de (Jonge) Scholte pleit ook, dat dit erf een van de grote hoven van het Stift Vreden in de heerlijkheid Borculo was. Het is zelfs niet onmogelijk dat de erven Biezebeek en Leugemors ooit deel uitgemaakt hebben van deze hof Olminkhof. De scholte van de Olminkhof was erfelijk tegeder (bijzitter) in het hofgericht van de abdis van het Stift Vreden. De abdis had het recht van herberg bij stro (winter) en gras (zomer) op deze hof.

De Stokkersweg, zoals die sinds ca. 1960 loopt door de voortuin van het erve Biezebeek. Links van de weg was tot ca. 1980 nog een stuk van de gracht zichtbaar die dit erf heeft omgeven.
Over de Scholtenes, met zijn prachtige en gave steilrand, hebben de automobilisten op de nieuwe N18 straks een zicht op de erven Olminkhof: op de voorgrond de nieuwe Jonge Scholte, gebouwd na de tornado van 1 juni 1927, die het oude erf (op de achtergrond)deels verwoestte.

C. Middendeel: Borculoseweg-Lintveldseweg
Begrijpelijk, maar wel jammer is het, dat het stuk van de Stokkersweg tussen Stokkersbrug en Borculoseweg hernoemd wordt tot Leugemorsweg, die min of meer parallel komt te liggen aan de nieuwe N18 en net voor de Stokkersbrug op huidige Stokkersweg aansluit. In tegenstelling tot wat in het persbericht geschreven wordt, bestaat de Stokkersweg uit vier gedeelten: Needseweg-Borculoseweg; Borculoseweg-Lintveldseweg; Lintveldseweg-Kiefteweg en Kiefteweg-Wesselsdijk. Dit laatste weggedeelte is een zandweg, maar vindt men niet terug op de wegenkaart van 1856. Dit vierde gedeelte heet in het Eibergse veldnamenboek ‘Brasmansdiek’, naar het erve ‘Bras’ of ‘Brasman’ in de hoek Kuipersweg-Vaarwerkweg. Dat deze laatste twee delen de oude naam blijven dragen is niet meer uit te leggen als de twee eerste gedeelten, rond de naamgevende Stokkersbrug (oudst bekende vermelding: 1450) , een andere naam krijgen. Het lijkt me dat de gemeente ook voor die andere delen dan maar op zoek moet naar een nieuwe naam, zeker als die gemeente cultuurhistorie ter harte gaat (wat ik soms wel betwijfel). Ook voor het tweede gedeelte, Borculoseweg (N822)-Lintveldseweg, zoekt de gemeente een nieuwe naam. Het eerste deel, komend uit de Oldeneibergse Es, is nog een oud stukje weg, maar vanaf de bocht bij Slotboom/Florijn, is het een markenweg. Op de bijgaande kaart, met het wegen- en waterleidingenplan van Olden Eibergen uit 1856, is dat het gedeelte dat komt uit het ‘Reimelinkslat’ tot aan de weg van Borculo naar Eibergen, nu de Oude Borculoseweg.

Het wegen- en waterleidingenplan van de mark van Olden Eibergen uit 1856. Ook hier in rood de nieuw te maken wegen. Midden in het tweede deel van de huidige Stokkersweg ligt een laagte, het Reimelinkslat. Iets ten zuiden daarvan ligt de huidige Oldeneibergse Dijk.

Ook dit weggedeelte heeft enkele naamopties: Reimelinkslatweg, Florijnweg of Roelvinkweg, naar het verdwenen Munsterse leengoed Roelvinck, dat aan de oostelijke kant van de Stokkersweg tegenover Florijn/Florien lag.

Het erve Florijn aan de Stokkersweg in Olden Eibergen komt pal aan de nieuwe N18 te liggen. Al in 1616 wordt een Florijn genoemd als pachter van grond van de kerk van Eibergen. De oude naam van dit goed was ‘Wobben cavenstede’. De toevoeging duidt erop dat het oorspronkelijk een keuterboerderij was in de mark van Olden Eibergen. De Florijns, die ook timmerlieden waren, werden opgevolgd door de familie Slotboom, die er tot enkele jaren geleden woonde.

Voor het derde (en vierde) deel van de Stokkersweg wil de gemeente kennelijk de huidige naam handhaven. Ik vind dat onjuist, omdat deze weggedeelten geïsoleerd liggen van de naamgever, de Stokkersbrug. Deze gedeelten liggen volop in het Oldeneibergse Veld, waarnaar ze eventueel vernoemd kunnen worden, bijv.’Brasmansdijk’.

D. Oldeneibergse Dijk
Het gedeelte van de Oldeneibergse Dijk ten westen van de nieuwe N18 krijgt ook een nieuwe naam. Deze weg, die loopt vanaf erve Bretveld aan de Borculoseweg tot de kruising met de Kiefteweg bij bouwbedrijf Penterman, was bedoeld als ontsluitingsweg voor de Oldeneibergse boeren naar hun gronden in de mark van Eibergen. In het aanbiedingsplan van 1856 werd de aanleg van deze weg als volgt gemotiveerd: ‘een weg tevens tot communicatie buiten de mark aanvangende nabij Bretveld aan den weg van Borculo door de buurt naar Eibergen, en loopende in eene zuidoostwaardsche strekking langs Kolthof, Jorde, Spekgat, Kroep en Jukkert tot aan den zuidoostelijken uithoek dezer mark, aldaar rakende den weg van Groenlo naar Eibergen en aangewezen door de letters S, T, U, V, W, [zie bovenstaand kaartje] met geen ander doel dan alleen om, zoover nodig, aan Kolthof, Eskert, Hannink, Vaarwerk, Bumpthuis, Kuiper, Bras en Jukkert, aan wien uit de Eibergsche mark gronden zijn toegedeeld, meerder zuidwaards dan voormelden weg van Groenlo naar Eibergen gelegen, eenen aanmerkelijk korteren toegang tot dezelve te verschaffen dan thans het geval is, namelijk door het dorp Eibergen’.

De Oldeneibergse Dijk in de nazomer van 2016. Hier kruist de nieuwe N18 binnenkort deze in 1856 ontworpen markenweg. Het is een prachtige zandweg die binnendoor leidde naar Haarlo.

In de nabijheid van het te hernoemen gedeelte van de Oldeneibergse Dijk staat slechts één oude boerderij, nl. Kolthof, vanaf 1479 onder de naam ‘ter Lippe’ een leengoed van de Heren van Wisch (die in Eibergen zeer gegoed waren), en later een bezit van het Gasthuis van Vreden.

Het erve Kolthof, een van de gewaarde erven in de mark van Olden Eibergen.

E. De Kormelinkweg
De gemeente is voornemens om het gedeelte ten westen van de nieuwe N18 een nieuwe naam te geven. Daar moet nog eens over nagedacht worden, vind ik. Want de naamgevende boerderijen, Groot Kormelink en Klein Kormelink (genoemd in 1385 als Kernemerynck), komen na de bouw van de N18 nu juist aan deze te hernoemen westzijde te liggen. Historisch gezien is het m.i. daarom juister om de oostzijde te hernoemen. De Kormelinkweg is een echte markenweg, bedoeld om de eigenaren toegang te geven tot de aan hen toegedeelde markengrond. Hij hoorde tot de categorie, waarvan de Commissie tot de verdeling van de mark van Olden Eibergen in 1856 schreef: ‘Alle overige geprojecteerde wegen of gedeelten van dezelve, ofschoon ook tevens tot onderling verkeer kunnende strekken, zijn slechts dienstbaar tot uitwegen voor de toe te deelen parcelen’. Historische veldnamen, anders dan het Oldeneibergse Veld, de al genoemde erven Kormelink, het Kormelinkslat en het erve Poel of Pool hebik niet kunnen vinden. Voor het oostelijk gedeelte is een naam als ‘Grintebulten’ (nu vijver achter villa Vinkennest) denkbaar.

Het Oldeneibergse Veld vanaf de Kormelinkweg in de as van de hier kruisende nieuwe N18, voorjaar 2015.

F. Kiefteweg

Op maandag 6 maart 2017 stonden er voor het eerst stoplichten op de Kiefteweg in Olden Eibergen. Dat heeft te maken met de werkzaamheden in het kader van de bouw van de nieuwe N18, die hier de Kiefteweg kruist. Op de achtergrond de bebouwde kom van Eibergen.

Nog niet zo heel veel jaren geleden werd de toenmalige Hupselseweg gesplitst: binnen de bebouwde kom van Eibergen behield hij die naam. Het stuk daarbuiten, met de nieuwe aansluiting op de Groenloseweg (N18),  kreeg de naam Kiefteweg, naar het Hupselse erf de Kiefte, dat overigens aan de oostzijde van de Groenloseweg ligt. De nieuwe N18 doorsnijdt de Kiefteweg nog net in Olden Eibergen. Voor het deel tussen de nieuwe N18 en de Deventer Kunstweg, dus het gedeelte dat nagenoeg geheel in de oorspronkelijke buurschap Hupsel ligt, wordt een nieuwe naam gezocht. Er liggen enkele oude en in de mark van Hupsel gewaarde erven in de nabijheid van die weg. Het betreft Hulsink (1330), Leppink (vóór 1340), Alferink, Bruinink en, wat minder oud, Pasop en de Scheper. Er is al een Bruininkdijk, dus die naam valt af. Het lijkt mij dat een van deze erven de naamgever zal moeten worden, waarbij ik een lichte voorkeur heb voor een vernoeming naar Hulsink, Leppink of Alferink, als behorende tot de groep oude erven rondom de Hupselse Es.

Detail van de kaart met de ontworpen wegen in de mark van Hupsel, 1843. Enkele thans bestaande straatnamen zijn aan de kaart toegevoegd. De nieuwe N18 kruist de Kiefteweg in Olden Eibergen (bovenin). Wel staan enkele boerderijnamen op de kaart, die gesitueerd zijn in de nabijheid van het te hernoemen deel van de Kiefteweg in de buurschap Hupsel. Let ook op de situering van het erve de Kiefte of ‘Kiewiet’, op de grenzen van de marken van Hupsel, Eibergen en Olden Eibergen.

G. Venneslatsweg
Deze straatnaam is al toegekend. Dit wegdeel ligt in de buurschap Olden Eibergen, maar de naam is te herleiden tot het Venneslat in de mark van Eibergen en lag ten westen van de huidige Groenloseweg (N18) ter hoogte van het huidige industrieterrein De Kiefte.

Detail van de wegen- en waterleidingenkaart van de mark van Eibergen, behorend bij het verdelingsplan voor die mark, 1851. Het Venneslat wordt aangegeven met de letter G. In de nabijheid lag het Hofveen, waar turf gestoken werd voor het Hof van Borculo. Dat was een dienstverplichting voor de boeren van Hupsel, die dat konden afkopen met de jaarlijkse betaling van ‘turfgeld’.

H. Ballastweg
De huidige, vrij nieuwe weg op het industrieterrein De Kiefte, wordt gesplitst door het afrit Eibergen/De Kiefte van de nieuwe N18. Een deel krijgt een nieuwe naam. Omdat dit allemaal ontginningsgebied is, dat na de markenverdelingen toegedeeld werd aan nieuwe eigenaren. Een oude veldnaam in dit gebied is het Hofveen of Hofvenne, maar er is in het dorp Eibergen al een straat met deze naam. Het veldnamenboek van Eibergen biedt mogelijk enkele aanknopingspunten.

I. Groenloseweg
De huidige Groenloseweg dateert uit de jaren ’50 van de 19de eeuw. Op de kaarten van de markverdeling van Hupsel heet die weg al zo.

De huidige Groenloseweg (N18) ter hoogte van de Ballastput en kruising met de Hupselsedwarsweg. Op de achtergrond is de tijdelijke brug over de oude N18 zichtbaar. Het bouwverkeer voor de nieuwe N18 gaat er overheen. Dit stuk Groenloseweg zou best Oude Groenloseweg genoemd kunnen worden.

De Groenloseweg vanaf het punt waar de afslag Eibergen van de nieuwe N18 aansluit op de bestaande Groenloseweg/N18 tot de Kerkdijk, ter hoogte van het voormalige café De Keet moet een nieuwe naam krijgen. Een lastig geval, omdat een deel van de weg met gemak en met respect voor de historie ‘Oude Groenloseweg’ genoemd kan worden, maar lastig omdat het deel van die weg dat ten oosten van de nieuwe N18 parallel gaat lopen aan die weg, een geheel nieuwe weg is. Een naam als ‘Weg naar de Keet’ is denkbaar, en herinnert ook aan het verdwenen truckerscafé in Hupsel. Een optie is ook ‘Oude Twenteroute’, naar de benaming van de oude N18 in de volksmond van de Achterhoek.

J. Aansluiting Eibergen
De aansluitingsweg van de nieuwe N18 op de oude krijgt de naam Groenloseweg. Dat is goed verdedigbaar.

Bericht van de gemeente Berkelland in Achterhoek Nieuws van 7 maart 2017 over de straatnaamgeving die noodzakelijk wordt i.v.m. de bouw van de nieuwe N18.

Aanvulling 21 juli 2017

De gemeente Berkelland maakte deze week de definitieve straatnamen bekend. Na het nodige overleg, met betrokken aanwonenden en Historische Kring Eibergen, is het eindresultaat zondermeer positief. Mijn nieuwere suggestie om de Kiefteweg ten westen van de nieuwe N18 om te dopen tot Hupselse Markenweg i.p.v. vernoeming naar een van de oude boerderijen  is overgenomen. Daarmee wordt recht gedaan aan het gegeven dat deze weg ontstaan is in het kader van de markenverdeling in de 19de eeuw. Dat de Stokkersweg vanaf de Needseweg tot de nieuwe N18 bij de Stokkersbrug vernoemd wordt naar het erve Biezebeek is geheel terecht, omdat het het oudste erf in het noordelijk deel van Olden Eibergen is.

Het erve Biezebeek in Olden Eibergen wordt naamgever van de hier te vernoemen Stokkersweg vanaf Needseweg tot Stokkersbrug. doodlopende Leugemorsweg.

Hulde dus aan de gemeente Berkelland en de Historische Kring voor het goede overleg en het prima eindresultaat.

Bennie te Vaarwerk

 

Please follow and like us:

Archiefonderzoek

Enkele keren per jaar ga ik in het Nationaal Archief onderzoek doen. Ik doe dat al sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw. Maar toen was het een totaal andere beleving: je was druk met het opzoeken, aanvragen, wachten op de stukken en vervolgens met het lezen, maken van excerpten of transcripties. Soms liet je kopieën maken. Doodmoe ging je naar huis.

Het Binnenhof in Den Haag. Hier ondertekende Prins Willem V op 27 december 1776 de koopakte van stad en heerlijkheid Borculo.
Het Binnenhof in Den Haag. Hier ondertekende Prins Willem V op 27 december 1776 de koopakte van stad en heerlijkheid Borculo.

 

Nu is alles anders (behalve de vermoeidheid). Thuis doe je de voorbereidingen tot en met het aanvragen van de stukken. In het archief, waar strenge beveiligingsmaatregelen van kracht zijn, liggen de aangevraagde stukken dan klaar en kun je aan de slag. Ik lees de stukken ter plekke nauwelijks meer, maar maak des te meer foto’s. Het bezoek is vooral productiedraaien geworden. Thuis ga ik aan het werk en kan de gefotografeerde stukken beter bestuderen. Het mooiste is dat je nog originele stukken in handen krijgt. In die zin hoop ik dat archiefdiensten nooit de deuren helemaal zullen sluiten voor fysiek bezoek. Je moet er toch ook niet aan denken dat je alleen de Nachtwacht ziet vanachter je laptop. Bovendien, de historische sensatie zit hem toch in het in eventjes handen hebben van het originele stuk in al zijn schoonheid, onvolmaaktheid, gebreken en zelfs de geur. De band met de tijd zie je alleen in het origineel. Dat mocht ik ook nu weer ervaren. In de onder volgende fotocollage laat ik enkele documenten zien.

 

Archieven zijn ook, om maar eens een modewoord te gebruiken, ‘big data’ geworden. Met behulp van digitale of gedigitaliseerde informatie kunnen (en moeten) nieuwe vragen beantwoord worden en oude vragen opnieuw getoetst worden. De klassieke archiefinventarissen geven soms slechts beperkt weer van wat er in de archieven zelf gevonden kan worden. Een voorbeeld: in de archieven van de Wetgevende Colleges, formeel: de Wetgevende Colleges van de Bataafse Republiek en van het Koninkrijk Holland, 1796-1810, vindt men onder andere in  inventarisnummer 431 een pak rekesten (verzoekschriften) die door betroffenen/betrokkenen aan de Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam waren gezonden naar aanleiding van de in de Staatsregeling van 1798 opgenomen afschaffing van heerlijke rechten, tienden en andere verplichtingen die uit de opgeheven feodale verhoudingen waren voortgekomen. De eigenaren daarvan vreesden inkomstenderving. Zij deden dus hun best hun rechten te bewijzen, ook met historisch materiaal, in afschrift of met originelen. Eén van die instellingen was het Stift Vreden, dat in de graafschap Zutphen en in Twente nogal wat bezittingen had, vooral bestaande uit hoven, hofhorige goederen, erfpachtgoederen, leengoederen en tiendcomplexen. De afschriften die het Stift meestuurde naar Den Haag gaan soms terug tot de 14de eeuw. Daarnaast zitten er 16de eeuwse originelen tussen. Kortom, het belang was groot en de tijdspanne die de bijlagen bestrijken was lang. Als onervaren onderzoeker verwacht je op grond van de beschrijving in de archiefinventaris deze rijke inhoud niet. Willen deze archieven ooit zinvol gebruikt kunnen worden als big data, dan zal er nog het nodige moeten gebeuren aan het nader toegankelijk maken. Onder de huidige omstandigheden zijn big data dus veel meer dan wat alleen op het internet te vinden is/toegankelijk gemaakt is. Een recent bericht maakt de betrekkelijkheid van big data op een andere manier duidelijk. Onlangs las ik een stuk waarin iemand op grond van op basis van een analyse van ‘big data’, in dit geval een vergelijking van luchtfotobestanden uit 1974 en 2015, meende te kunnen vaststellen dat het met de vermindering van de bossen, coulissen e.d. nog wel mee viel. Dank je de koekoek, zou ik zeggen, in 1974 was de klassieke ruilverkaveling op of net over zijn hoogtepunt. Zouden luchtfoto’s vanaf 1934 gebruikt worden (en gedigitaliseerde topografische kaarten), dan zou het beeld geheel anders zijn. Het is maar wat je wilt vergelijken (en/of horen!).

Al dat archiefonderzoek maakt mijn kennis over de geschiedenis van stad en heerlijkheid Borculo overigens steeds betrekkelijker: hoe meer ik zie, hoe minder ik weet. En het besef wordt ook steeds groter dat er (veel) meer bewaard is gebleven dan je op grond van de klassieke archiefinventarissen en zelfs het internet kunt vermoeden. Voorlopig blijft het leuk!

Bennie te Vaarwerk

Please follow and like us:

Een Beltrums huwelijkscontract uit 1780

In het archief van de Huizen Nettelhorst en De Heest, in het kerspel Lochem, bevinden zich archivalia afkomstig van de eerste burgemeester van de gemeente Eibergen, mr. P.R.J.W. van Heeckeren. Deze was daarnaast ook secretaris van die gemeente, lid van de Staten van Gelderland en notaris in Eibergen. Waarschijnlijk vanuit die laatste hoedanigheid heeft hij inzage gehad in archivalia die klanten aan hem gegeven hebben ten behoeve van de ene of andere notariële handeling. De originele stukken kwamen uiteindelijk terecht in zijn particuliere archief, dat na zijn dood in 1835 kennelijk werd opgeslagen in bovengenoemd huisarchief.

Een van die stukken betreft het originele huwelijkscontract tussen Jan Hindrick Boomers op Boomers of den Boomert in het schependom Groenlo en Diena Neikamp (Nijkamp), gesloten op het erve Bomers aldaar op 7 januari 1780. Contracten als deze zijn meestal terug te vinden in de archieven van de desbetreffende boerderijen. Minder vaak zal men ze aantreffen in de archieven van de rechtbanken van vóór 1811. Het geschrift verraadt dat er geen schoolmeester of andere netschrijver aan te pas is gekomen. Vooral de moeilijke en vreemde woorden werden opgeschreven zoals men ze toen hoorde. Dat begint al met de aanhef, ‘In noomiine cantissiimaTriiniitas, amen’, waar juister ‘in nomine sanctissima Trinitatis, amen’ had moeten staan[1]. Deze (middeleeuws aandoende) aanhef duidt erop dat we hier te doen hebben met een huwelijkscontract tussen twee katholieke personen. Dat kan ook bijna niet anders want de stad en het platteland van Groenlo (inclusief Beltrum en Lichtenvoorde) was na de Reformatie overwegend katholiek gebleven. De opbouw van het contract wijkt niet af van wat we elders tegenkomen. Het bijzondere zit hem vooral in de inhoud. In de eerste plaats is het niet de oudste zoon die trouwt en opvolgt, maar een jongere zoon. Dat blijkt uit artikel 6, waarin een compensatieregeling getroffen wordt voor doen van afstand van diens eerstgeboorterecht op de erfopvolging, maar ook een regeling voor het geval het samenwonen onder één dak van het jonge paar met de vrijgezelle oudste broer op een mislukking zou uitlopen. Dat was een bepaald niet ondenkbeeldig en is ook vooruitstrevend te noemen.[2] De oudste broer werd nadrukkelijk bevoordeeld met vaste eigen inkomsten gedurende 25 jaar (artikel 7). Bij zijn overlijden vervielen de bezittingen aan de erfopvolger. Veel voorkomend was de volgende bepaling, dat de (ongetrouwde) kinderen verzorgd werden door de gehuwde broer, in geval van ziekte en anderszins. Het huwelijkscontract legt aanzienlijke beperkingen op aan de mogelijkheden van de jongelui om op het erf hun gang te gaan. Indachtig het gezegde ‘Kleedt oew neet oet veurdat i-j naor bedde gaot’, hielden de (schoon)ouders de hand aan de ploeg. Zij bepaalden het moment van overdracht van het bedrijf. De zoon en schoondochter waren ‘slechts’ knecht en meid totdat ze het bedrijf overnamen. Wanneer het zo ver was, moesten de jongelui de andere broers en zuster uitkopen, o.a. met een (bruids-)koe of de geldelijke waarde daarvan (artikel 3). Ook voor de zuster Maria werd een afzonderlijke regeling getroffen, alsmede voor de moeder na het overlijden van de vader. Het contract regelde minstens zoveel over de rechten van ouders en andere kinderen als over de rechten van het bruidspaar.

Transcriptie Beltrums huwelijkscontract, 1780

[1] In nomine Sanctissima Trinitatis: in de naam van de Heilige Drie-eenheid.

[2] In 1959 verscheen van de hand van dr. G.A. Kooy onder de titel De oude samenwoning op het nieuwe platteland, een studie over dit toen nog veelvuldig voorkomen van het (gedwongen) onder één dak samenwonen van meerdere generaties en de problemen die dat voortbracht.

Please follow and like us:

Open Monumentendag 2015: Gelselaar en Eibergen

De Open Monumentendag biedt elk jaar wel de gelegenheid bekende en minder bekende monumenten te bekijken. Meestal bezoek ik monumenten in de eigen gemeente, ook omdat er ook steeds weer nieuwe monumenten opengesteld worden. Helaas waren andere monumenten dit jaar gesloten, zoals Huize de Kamp en de kerktoren in Neede. In Gelselaar stond boerderij Winkels centraal. Met de boeiende verhalen erbij van Arend Heideman, op de deel van de schuur, was dat een goed besteedde middag. Het beschermde dorpsgezicht is zeer beslist ook de moeite waard. Ergens doet Gelselaar mij (in het klein) denken aan een andere Gelderse plaats die ik dit jaar zeer heb leren waarderen, nl. Oosterbeek. Intiem en rustiek als je van de grote weg af bent (van dat laatste heb je in Gelselaar trouwens geen last). Ik heb van het bezoek aan Gelselaar ook maar weer eens gebruik gemaakt om het vlakbij liggende terrein van de havezate Bevervoorde of Jonkeren te bezoeken. Ik moet zeggen dat ik enigszins geschrokken ben van het tamelijk verwaarloosde terrein. De reconstructie behoeft dringend groot onderhoud. (Naschrift 14-09-2015: Herman Wannink berichtte mij dat het onderhoud van het terrein wordt opgepakt)

Het tweede monument dat ik bezocht heb was de Oude Mattheuskerk in Eibergen. Elke keer is daar wel wat nieuws te ontdekken. Nu heb ik vooral de kraagstenen in het torengewelf bekeken. Het betreft vooral (eenvoudige) vrouwenfiguren, wat bij mij het idee deed ontstaan dat het portaal onder de kerktoren kennelijk gebruikt werd om plaatselijke nieuwtjes uit te wisselen. Het is nog steeds moeilijk om aan goede en bruikbare literatuur over bouwsculptuur in een middeleeuwse en bovendien Münsterse kerk als die van Eibergen te komen. In het recent uitgekomen Tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is er een artikel aan gewijd (‘Sprekende stenen. Bouwsculptuur in middeleeuwse kerken’).

Please follow and like us:

Rondje Eibergen 1

Het was weer eens zo’n dag om er met de fiets op uit te gaan voor een rondje Eibergen. Dat doe ik vaker, zeker nu de aanleg van de nieuwe N18 zijn schaduw vooruit werpt. Maar vandaag was er een extra reden, namelijk het bezoek van iemand van de Stichting Marke Mallem. Die organisatie heeft enkele jaren geleden gronden rond de Berkel in de buurschappen Mallem en Olden Eibergen in beheer gekregen. En nu zitten ze boordevol plannen, waarvoor ze ook mijn medewerking vroegen. Het betreft een plan om in het gebied weer markenstenen te plaatsen.

Een bewaard gebleven, zij het beschadigde, markensteen in Mallem, die, achter sportpark De Bijenkamp, de grens markeert met de Needse buurschap en marke Hoonte. Het gebied hier heet de Mallerhaar. dominee-dichter Willem Sluiter heeft er al over geschreven in de 17de eeuw.
Een bewaard gebleven, zij het beschadigde, markensteen in Mallem, die, achter sportpark De Bijenkamp, de grens markeert met de Needse buurschap en marke Hoonte. Het gebied hier heet de Mallerhaar. Dominee-dichter Willem Sluiter heeft er al over geschreven in de 17de eeuw.

Gelukkig zijn er in Mallem nog enkele originele exemplaren bewaard gebleven, o.a. achter sportpark de Bijenkamp, in het gebied dat vroeger de Mallerhaar heette. Het vervelende is alleen, dat de markenstenen geplaatst moeten worden in het gebied tussen de Oude en Nieuwe Berkel in Eibergen/Mallem, vanouds nat weideland (niet voor niets naar de ligging bij de Mallemse Molen de Molenmors genoemd), dat al eeuwen particulier bezit was. En markenstenen treffen we in de historie vooral aan op ooit betwiste veldgrond, die in onze contreien tot in de negentiende eeuw gemeenschapsgrond was. Conflicten over gebruiksrechten waren meestal aanleiding om die stenen, vaker nog palen of zandhopen, te plaatsen. Het lastige is nu, wat je moet doen met markenstenen in een gebied dat al heel lang geen gemeenschappelijke grond meer is. De nieuw te maken stenen moeten dan ook verwijzen naar de grenzen van het nieuwe gebied in Mallem dat door de Stichting Marke Mallem beheerd wordt. De enige historische connotatie zou m.i. kunnen zijn dat hetzelfde formaat zandstenen als in de Mallerhaar gebruikt wordt (25 x 23 cm en ca. 1 meter boven de grond).

De 'Villa Smits', voormalig bestuurscentrum van de gemeente Eibergen na de sloop van de kantoorvleugels. De hogere ligging t.o.v. de omgeving valt op: een restant van de motte die hier ooit lag?
De ‘Villa Smits’, voormalig bestuurscentrum van de gemeente Eibergen na de sloop van de kantoorvleugels. De hogere ligging t.o.v. de omgeving valt op: een restant van de motte die hier ooit lag?

Een ander plan van de Stichting Marke Mallem betreft het in gebruik nemen van het oude gemeentehuis van Eibergen (‘villa Smits’) als ‘Berkelcentrum’. Afgelopen jaar werden de kantoorvleugels gesloopt en nu staat het oude gemeentehuis eenzaam en alleen op een bult te wachten op een nieuwe bestemming. De gemeente Berkelland wil op die locatie de band van Eibergen met de Berkel versterken, reden waarom de sloop plaatsgevonden heeft. Het is te betreuren dat de gemeente bij de herinrichtingsplannen geen rekening gehouden heeft met het historische karakter van die plek (‘de Borg’) en van het terrein tussen het Openluchttheater en Zalencentrum De Huve, (‘Borggraven’). De Borggraven, nu nog herkenbaar als een slecht onderhouden sloot, moet het terrein van de al in de middeleeuwen verdwenen burcht verbonden hebben met de Berkel. Nabij de plek van het gesloopte gemeentekantoor heeft men in 1988 een dichtgegooide gracht van zes meter breed en zes meter diep gevonden.  Vanwege de hoge ligging van Eibergen moest de gracht wel diep zijn om water vast te kunnen houden. Onder de nieuwbouw kwamen de sporen van een rond bouwwerk te voorschijn, dat omgeven was door een eigen gracht. Kortom dit moet wel de kern van het historische Eibergen zijn.  In de uitvoering van de plannen zouden Borg en Borggraven weer herkenbaar gemaakt moeten worden.

Op de Oldeneibergse Es op het N18-tracé tussen Stokkersweg en Groeneweg in Olden Eibergen  is een begin gemaakt met het dieper leggen van de aardgasleiding.
Op de Oldeneibergse Es op het N18-tracé tussen Stokkersweg en Groeneweg in Olden Eibergen is een begin gemaakt met het dieper leggen van de aardgasleiding.

De nieuwe N18 werpt zijn schaduw op diverse plekken in het buitengebied vooruit. Momenteel wordt gewerkt aan het dieper leggen van aardgasleidingen. De belangrijkste plek is de Oldeneibergse Es tussen Stokkersweg en Groeneweg. De laatste weg was ooit een drijfweg voor het vee van op of bij de es staande boerderijen naar het meer zuidelijk gelegen Oldeneibergse Veld. Er lijkt een groot gebied ontgraven te worden. Omdat er twee jaar geleden geen proefsleuven zijn gegraven in dit deel van de es, vraag ik mij af of er archeologische begeleiding plaatsvindt. Dat lijkt mij toch wel het minste voor in de regel zo’n interessante historische locatie. Vanmiddag heb ik er in ieder geval nog niets van gezien.

De werkzaamheden om aardgasleidingen dieper te leggen op het N18-tracé tussen de Leugemorsweg en de Stokkersweg ter hoogte van de Biezebeek-erven.
De werkzaamheden om aardgasleidingen dieper te leggen op het N18-tracé tussen de Leugemorsweg en de Stokkersweg ter hoogte van de Biezebeek-erven. Links op de achtergrond het in 1299 voor het eerst vermelde erve Biezebeek, rechts het in 1933 afgesplitste erve Nieuw Biezebeek.

In het ten noorden van de Berkel gelegen deel van de buurschap Olden Eibergen wordt eveneens gewerkt aan het dieper leggen van aardgasleidingen. Dat gebeurt hier in de Bosweide, die in zijn geheel ooit behoorde tot het in 1299 voor het eerst genoemde en omgrachte erve Biezebeek (linksachter). Die boerderij werd in 1933 gesplitst. Nieuw-Biezebeek staat rechts op de foto. Hoewel de Bosweide historisch en archeologisch niet erg waardevol is, kunnen in het deel bij Biezebeek (vóór de kapschuur) nog wel eens sporen van een diepe dubbele gracht zitten. Ik kan het weten, want Nieuw-Biezebeek mijn geboortehuis. Bij het graven van een scheidingssloot in de Bosweide kwamen in de jaren ’80 twee scherpe profielen van diepe sloten tevoorschijn. Hopelijk komt er voldoende aandacht voor de archeologische begeleiding van de werkzaamheden rond de aanleg van de nieuwe N18.

Literatuur
K.J. Steenhouwer, Eibergen. Fietsen langs grenzen en graven. Archeologische routes in Nederland, 42 (Amersfoort 2004)

Please follow and like us: