Categorie archief: Industrialisatie

De Nieuwe Brug over de Berkel in Eibergen (1837)

Funderingswerkzaamheden voor de nieuwste brug over de Berkel in Olden Eibergen, nabij de Stokkersbrug. Rechts de tijdelijke hulpbrug. (18 september 2017)

Op dit moment worden de fundamenten gelegd voor het grootste infrastructurele werk over de Berkel in Eibergen in 180 jaar. De nieuwste brug over de al eveneens nieuwste N18 ligt op een steenworp afstand van wat waarschijnlijk de oudste brug onder Eibergen is: de Stokkersbrug (al is die pas een stuw sinds ca. 1970). De nieuwe weg ligt in het hier in Olden Eibergen steeds breder wordende Berkeldal. Het enorme weglichaam aan weerszijden van de nieuwe brug heeft het uitzicht verwoest dat je altijd had vanaf de Stokkersbrug naar het westen.
Het is te hopen dat Rijkswaterstaat bij de berekeningen en voorbereiding van de bouw van de nieuwe autoweg beter rekening heeft gehouden met overstromingsrisico’s dan de Provinciale Rijkswaterstaat deed in de jaren 1834-1837.

De Nieuwe Brug over de Berkel in de N18 bij Eibergen. De eerste houten voorganger werd gebouwd in 1837. Belangrijkste aandrijver daarvan was de stichter van de fabriek (1834) op de achtergrond, J.B.P. Bouquié. Inmiddels is de Kastanjefabriek, zoals het pand nu in de volksmond heet, fraai gerestaureerd. De ‘Kastanjefabriek’, genoemd naar de bomen die ooit voor het pand stonden, wordt ook de naam van het hotel dat in dit pand gevestigd wordt (situatie 2014).

Want is laatstgenoemd jaar kwam de eerste brug over de Berkel bij Eibergen gereed, een brug die, omdat hij nieuw was, altijd de ‘Nieuwe Brug’ is blijven heten. Daarom wordt het ook hoog tijd die naam te vereeuwigen op deze brug. De Nieuwe Brug markeert een wending in de geschiedenis van Eibergen en zelfs van de Achterhoek. Je mag, nee je móet de brug beschouwen als het begin van de N18 of, in de volksmond, de Twenteroute (alleen onder Varsseveld een formele wegbenaming). Die weg werd bij stukje en beetjes aangelegd vanaf de jaren ’50 van de negentiende eeuw, in 1837 eerst als verbetering van de verbinding tussen het dorp Eibergen, Mallem en Neede.

In juni 1834 had J.B.P. Bouquié,  een rijksambtenaar werkzaam op het ministerie van Koloniën, zich in Eibergen gevestigd. Hij bouwde er een textielfabriek op de Reuverskamp aan de Berkel, waar rond de jaarwisseling al enkele wevers werkten. Door bemiddeling van burgemeester Van Heeckeren was het terrein van de Provisorie en Diaconie van Eibergen aangekocht.

De Reuverskamp in het Maatboek van 1810. Op dit perceel van de Provisorie en Diaconie van Eibergen bouwde Bouquié in 1834 zijn fabriek. Hij eiste er wel een brug bij.

Dat perceel was tot dan toe in pacht bij Jan Wennink op de Reuver in Mallem. Kennelijk heeft men eerst wel een ander terrein op het oog gehad, maar was dat niet geschikt vanwege de grootte van het gebouw. Bouquié stelde als eis dat er bij vestiging op de Reuverskamp een brug over de Berkel zou worden gebouwd, ‘want zonder dat middel van communicatie is het praktisch onmogelijk om daar een fabriek (‘atelier’) te bouwen’, schreef hij aan burgemeester Van Eckeren[!] op 22 december 1834. Hij wilde dat de gemeenteraad nu eens eindelijk zou besluiten tot de bouw van de brug. Dat was gemakkelijker geschreven dan gerealiseerd, want Eibergen was toen een armlastige gemeente. Tot overmaat van ramp kwam daar in januari 1835 het overlijden van de in Eibergen zeer geliefde burgemeester Van Heeckeren bij. Alles wat in Oost-Gelderland bestuurlijk iets voorstelde was wel verwant aan of had een goed netwerk met de in de Graafschap (en de Provincie!) nog steeds machtige Van Heeckerens.  De man had verder het voordeel gehad, dat hij door zijn verwantschap aan de Von Mulerts goede relaties had met die familie, eigenaar van de heerlijkheid Mallem,  en haar te Eibergen residerende rentmeester De la Fontaine Verweij.  Na zijn overlijden werd het burgemeestersambt tijdelijk waargenomen door G. Smits, een telg uit een oude Eibergse bestuurders- en koopmansfamilie, totdat voorzien werd in de vacature door de benoeming van de uit Wijchen afkomstige ex-officier C.H. Koentz. Het gemeentebestuur van Eibergen was voor realisatie van de plannen afhankelijk van subsidies van Provincie en Rijk En ook toen werkten ambtelijke en bestuurlijke molens al langzaam. Toch werd al vanaf 1834 gewerkt aan een oplossing van de communicatieproblematiek tussen beide oevers.

Het vonder over de Berkel bij Eibergen in het Maatboek van 1810. Het was eigendom van de Mark van Mallem, die het ook moest onderhouden. Vanwege de lage weiden (en de toen nog smalle rivier) was het vonder verlengd om de overkant met droge voeten te kunnen halen.

Tot 1834 lag op de plek van de latere Berkelbrug een voetgangersvonder, eigendom van de Mark van Mallem, die ook de onderhoudsplicht had. In de bronnen wordt het vaak het ‘Hoge Vonder’ genoemd. Het stadje Eibergen had vóór 1837 geen brugverbinding met de noordelijke oever. De dichtstbij gelegen bruggen waren de Stokkersbrug in Olden Eibergen en de brug over de sluis en stuwbrug in Mallem. Het zuid-noord-vrachtverkeer ging vanaf Eibergen over een oud weggetje over de monding van de Ramsbeek, waarin de Polbrug lag, over de Pol naar de voort in de Berkel. Op de noordoever was een holle weg tussen de bouwkampen de Schephorst (nu Joodse begraafplaats, zie onderstaande kaart, daar ‘kerkhof’ genoemd ) en de Reuverskamp. Dan liep de weg over het Wievenveld om ter hoogte van het erve De Reuver aan te sluiten op de oude oost-west lopende hessenweg van Oldenkotte via Neede (herberg de Meijer) naar Deventer. De route is nog deels traceerbaar. In het bos aan de Berkel markeert een laagte tussen Joodse begraafplaats en fabrieksterrein de oude holle weg die daar aansloot op de voort door de Berkel.

Detail van de verdelingskaart van de Mark van Mallem, ca. 1840. Middenonder: de fabriek van Bouquié (met aanbouw!). De nieuw-ontworpen (marken-)wegen zijn met stippellijnen weergegeven. De weg naar Neede was al gerealiseerd. ‘Kerkhof’ is de nog bestaande Joodse begraafplaats (‘Jöddenbulten’ in de volksmond), op de Schephorst aan de Berkel. Tussen de Schephorst en de Reuverskamp (met de fabriek van Bouquié) loopt de oude – holle -weg vanaf de voorde door de Berkel naar het noorden. Het ontwerp van de latere Rekkensebinnenweg is ook al te zien, evenals het Wievenveld, met op de hoek van de Rekkensebinnenweg het ‘Witte Huis te Mallem’ van leerlooier Van Breda. Dat Bouquié mogelijk nog uitbreidingsplannen had, kan afgeleid worden uit het feit dat hem bij de markenverdeling ook gronden waren toebedeeld in het verlengde van het perceel dat hij al bezat.
Links op de kaart erve het Vunderink, dat zijn naam ongetwijfeld te danken heeft aan het vonder over de Berkel.

De verkeersbewegingen, in onze contreien nog tot in de negentiende eeuw hoofdzakelijk gebaseerd op het vervoer van agrarische producten naar de IJsselsteden Zutphen en (vooral) Deventer en het importeren van luxeproducten vanuit die steden, was dus vooral oost-west gericht. De Berkelscheepvaart speelde af en toe ook nog een rolletje als die rivier tenminste bevaarbaar was. Knelpunt onder Eibergen was vooral de Berkel op het Knollenbroek onder Mallem, die daar voortdurend verzandde.

Ondertussen was Bouquié alvast begonnen met de productie van calicots. In het verslag van de districtscommissaris, het hoofd van een bestuurslaag tussen provincie en gemeenten,  over 1834 aan de gouverneur van Gelderland, is een passage opgenomen over de economische toestand van Eibergen en de impact van de komst van de calicotsfabriek van Bouquié:

‘In de gemeente Eibergen zijn nog aanwezig 2 water- en 2 windkorenmolens, 2 wateroliemolens en een rosoliemolen, 1 waterruwmolen, 2 steenbakkerijen, waarvan eene tevens met eene pannebakkerij verbonden is, 2 bierbrouwerijen, 2 katoenspinnerijen, 1 leerlooijerij waarin ook leder voor boekbinders vervaardigd wordt, 1 leerlooijerij voor de schoenmakers in het dorp Eibergen en eene blaauwververij aldaar. Deze fabryken hebben in 1834 aanhoudend werk en debiet gehad, met uitzondering van de bierbrouwerijen die sedert eenige jaren niet veel meer te doen hebben, en de blaauwververij die bijna stilstaat ten gevolge van de goedkope prijzen der katoenen.

Ook houdt zich sedert juni 1834 in die gemeente de heer J.B.P. Bouquié met de oprigting eener fabryk van calica bezig, welke aanvankelijk in werking is en waarin reeds een aantal wevers werkzaam zijn. Deze fabryk schijnt voor de ingezetenen van de minvermogende volksklasse gunstige vooruitzigten te openen, dewijl kinderen van 10 jaren en daarboven daardoor in de gelegenheid gesteld worden door hunnen arbeid tot de vervulling der behoeften van de huisgezinnen tot welke zij behooren, geene onaanzienlijke bijdragen te leveren, hoezeer het van den anderen kant te vreezen is, dat het onderwijs en de opvoeding van zoodanige kinderen daardoor nadeel zal lijden’.

Het eerste plan van het gemeentebestuur (1834) was gericht op het verbeteren van de bestaande weg naar het vonder en het vonder zelf. Maar dat plan verdween vrij snel van tafel, want voldeed niet aan de eis van de fabrikant.

Het eerste plan, afkomstig van de gemeente, met verbetering van de bestaande weg vanuit het dorp en vervolgens een nieuwe dijk naar het te verlengen vonder over de Berkel. Ter oriëntatie: ‘Samuel ‘ is nu het Wapen van Eibergen, het ‘Brouwhuis’, staat op oude foto’s nog als het Pension Ledeboer en is in de jaren ’30 van de 20ste eeuw gesloopt, toen de kruising van de Grotestraat met de Haaksbergseweg en de nieuwe rondweg, de Wilhelmweg, gerealiseerd werd. ‘De Hof’ is waar nu garage Grooters gevestigd is. Wat nu de Hondevoort is (langs ‘C’), was toen het pad naar Rekken. De oude Hondevoort liep vóór Grooters langs, met het laagste punt bij ‘D’ (nu nog te zien), waar de Ramsbeek en de Simmelinkgoot zich verenigden tot de Pollegotte, die vóór de Pol in de Berkel uitmondde. De oude weg naar de voorde door de Berkel is lichtgroen gekleurd en liep vanaf het dorp langs de Simmelinkgoot en Pollegotte, waarin de Polbrug lag, langs het perceel ‘den Pol’ naar de Berkel, om tussen de Joodse begraafplaats en de Reuverskamp via een holle weg naar het noorden te lopen. Het gemeentebestuur had terecht een verlaat opgenomen in de plannen (bij f), om de Berkel bij hoog water de gelegenheid te geven over de Wemermaat uit te stromen en zo nog vervelender gevolgen te voorkomen. In wat op de kaart ‘Harbersweide’ heet staat nu een villa met de naam ‘De Pol’, op grond van deze kaart dus een onjuiste naam. Het noorden is op deze kaart rechts.
Het begin van de Grotestraat aan de oostzijde van het dorp, eerste kwart van de twintigste eeuw, ter hoogte van Pension Ledeboer (links). Daarachter het Wapen van Eibergen.
Gezicht op Eibergen vanaf de Berkeloever in Mallem. Op de voorgrond de huidige oude Berkel langs de Joodse begraafplaats. Op de achtergrond de Protestantse kerk, villa Ilthios, die nu pal aan de Berkel staat bij de Nieuwe Brug, en, vaag, de nieuwe r.-k. kerk uit 1935.

Het vonder was nog eigendom van de Mark van Mallem, die er wel vanaf wilde. In de vergadering van de mark van 16 maart 1835 bij Hofman in Mallem, werd besloten,

‘ten opzigte der noodzakelijk te doene raparatien aan het hooge vonder door geërfdens is besloten aan de heeren J. Bisperink, J.G. de la Fontaine Verweij, H. Grijzen en G.J. Meijers op te dragen om met het plaatselijk bestuur van Eibergen in onderhandeling te treden wegens de overneming van het onderhoud van het gemelde vonder door de gemeente, welk vonder door een waarschijnlijk te maken brug over de Berkel zal komen te vervallen en dat daarvan  dan uitslag en hunne gevoelens op den eerstkomenden markendag aan de geërfdens mede te deelen.’

Dat is ongetwijfeld gebeurd, maar een verslag van de eerstvolgende (?) markenvergadering dateert pas uit 1859.

In ieder geval ging de in Zutphen woonachtige Rijkswaterstaatingenieur Dibbets aan de slag met een plan voor een vaste oeververbinding in de vorm van een brug en een nieuwe dijk daar naar toe. Het plan voorzag ook in een overlaat, die kritieke waterhoogten moest reguleren (zie onderstaande kaart). Er werd subsidie aangevraagd, maar het plan werd te duur bevonden, zodat de overlaat geschrapt werd. Ter compensatie werd het weglichaam iets minder hoog gemaakt.

In 1835 ontwikkelde Waterstaatsingenieur Dibbets een plan voor een brug over de Berkel. Dat plan voorzag ook in een overlaat ter hoogte van de samenvloeiing van de Ramsbeek met de Simmelinkgoot. Voor de vrije uitstroom van het water over de Wemermaat was het afgraven van weidelanden aan de westzijde van de nieuwe weg nodig. Op die plek bevindt zich nu een duiker onder de Haaksbergseweg, die overgaat in de verlengde oude Ramsbeek. Een voorgestelde verlegging van de Berkel heeft helemaal geen doorgang gevonden. De bijna haakse bocht bleef gehandhaafd.

Het verbeterde plan volgde in 1836. De opmeting dateert van 10 februari 1836 door opzichter De Haan van Provinciale Waterstaat. Het is een zeer gedetailleerde tekening van de oude én nieuwe situatie. Bijzonder is de tekening van het lange (hoge) vonder naast de nieuwe Berkelbrug. Een optie is kennelijk ook geweest om de oude weg over de monding van de Pollegotte te verbeteren en te voorzien in twee nieuwe bruggen, nl. over de Pollegotte en over de Berkel achter de fabriek van Bouquié. Aan overbrugging van de voort werd kennelijk niet gedacht:

Vernieuwde plannen voor de Berkelbrug bij Eibergen, 1836. Het noorden is rechts. Ten westen (hier dus boven) van de geprojecteerde nieuwe brug staat ‘Brug voor voetgangers’. Dit was het oude Mallemse of Hoge Vonder. De oude weg naar de voort door de Berkel is helemaal onderaan nog te zien. Het bruggetje in die weg is de Polbrug. Aan de linkerkant van het oude weggetje naar de voort lag het perceel met de naam ‘de Pol’.

Eind 1836 vond dan eindelijk de aanbesteding van de werkzaamheden plaats:

Bericht van aanbesteding van de bouw van de nieuwe brug over de Berkel in Eibergen met de weg er naar toe. (Arnhemsche Courant)

In de zomer van 1837 kwam na bijna drie jaren van voorbereidingen en bezuinigingen de brug over de Berkel gereed met het daarbij behorend nieuw en hooggelegen weggedeelte in het toch al smalle Berkeldal bij Eibergen vanaf de huidige Grotestraat tot de huidige Needseweg.

Tekening van de Nieuwe Brug over de Berkel bij Eibergen, zoals hij uiteindelijk gerealiseerd werd. De tekening is van  ca. 1845.

Maar in december 1837, nu bijna 180 jaar geleden dus, sloeg het noodlot toe. Door hevige regenval overstroomde de Berkel en zijn bij Eibergen daarin stromende zijrivier de Ramsbeek. Het nieuwe dijklichaam fungeerde als een stuw. Door verzadiging dreigde de dijk te bezwijken. De enige plek waar het water weg kon, was de nieuwe brug. In die vernauwing daar schuurde het water met grote kracht het rivierbed uit, waardoor de houten pijlers uitgespoeld werden. Eibergen haalde de landelijke kranten. Het Algemeen Handelsblad berichtte op 29 december 1837:

Bericht in het Algemeen Handelsblad van 29-12-1837 over de overstromingen te Eibergen. Soortgelijke berichten kan men vinden in andere kranten, zodat het vermoeden bestaat dat er maar één correspondent in de gemeente was. (Delpher)

De brug werd in 1838 hersteld, eerst vele jaren later volgde de overlaat, voorzien van een bruggetje,  zoals op onderstaande detail uit een ansichtkaart met Jugendstil-omlijsting te zien is op de achtergrond. In de weide rechts op de foto (de Harbersweide op de oudere kaarten) staan nu villa’s, w.o. Ilthios en de Pol. De laatste naam is onjuist op die plek, zoals eerder aangegeven.

De Nieuwe Brug, ca. 1900, detail van een ansichtkaart. Op de achtergrond het bruggetje over de later alsnog gerealiseerde overlaat. Op de verdere achtergrond het dorp.

Nog een klein jaar geduld en dan kunnen de Eibergenaren weer wandelen over de dan oude Twenteroute naar de prachtig gerestaureerde fabriek, dan hotel, van Bouquié.

De Mallemse Fabriek of Kastanjefabriek uit 1834 op Koningsdag 2017. Door de restauratie zijn de verschillende bouwdelen goed zichtbaar geworden. Ook latere wijzigingen zijn behouden of herkenbaar gebleven. En dat is goed.

‘Alles is moar ’n tied lank’, zei Hendrik Odink al.

Bennie te Vaarwerk

 

Please follow and like us:

Berkellopen

Het in december 2015 gebouwde nieuwe vonder over de Nieuwste Berkel bij Eibergen. Op de achtergrond het ‘Witte Huuske’, dat ook voorkomt op een foto over de opening van de nieuwe Berkeltak in 1935 (foto: auteur)

De bouw van een tweetal nieuwe vonders over respectievelijk de Oude Berkel en de Nieuwste Berkel bij Eibergen was reden om tussen die bruggen een markensteen te plaatsen. Zo ongeveer op deze plek komt de hele geschiedenis van drie Eibergse Berkellopen bij elkaar. Sinds de oprichting van het Waterschap van de Berkel in 1882, hebben bij Eibergen rigoureuze veranderingen plaats gevonden, die met elkaar gemeen hadden, dat de Berkel steeds verder van het dorp kwam te liggen. Het thema van de tekst op het informatiebord bij de markensteen is dan ook ‘drie-Berkellopen-knooppunt’. Met behulp van oude kaarten, foto’s en een technische tekening wil ik de geschiedenis van die Eibergse Berkel toelichten.

De loop van de Berkel in 1882 bij Eibergen, vóórdat begonnen werd met de Eerste Berkelverbetering. De huidige Oude Berkel, tussen Oude en Nieuwe Maat, volgt nog delen van dit oorspronkelijke tracé. Rechts op de kaart is te zien dat de Berkel ter hoogte van de huidige aula en Openluchttheater, bijna haaks afboog naar het westen. Een slootje tussen Openluchttheater en Oranjerie herinnert er nog aan
De loop van de Berkel in 1882 bij Eibergen, vóórdat begonnen werd met de Eerste Berkelverbetering. De huidige Oude Berkel, tussen Oude en Nieuwe Maat, volgt nog delen van dit oorspronkelijke tracé. Rechts op de kaart is te zien dat de Berkel ter hoogte van de huidige aula en Openluchttheater, bijna haaks afboog naar het westen. Een slootje tussen Openluchttheater en Oranjerie herinnert er nog aan. Vergelijk de luchtfoto uit 1934, verderop in dit blog. (Archief WRIJ)


Drie Berkelverbeteringen

Sinds de oprichting van het Waterschap  in 1882 zijn er drie grote Berkelverbeteringen geweest:

  • 1882-1900, eerste Berkelverbetering. Voor het onderhavige stuk bij Eibergen betekende deze vooral afsnijding van bochten en verbreding van de rivier;
  • 1920-1963, tweede Berkelverbetering, die de eerste grote omlegging bij Eibergen tot gevolg had. De Berkel kreeg bij Eibergen in 1934 een nieuwe loop tussen de Nieuwe Brug in de (huidige) N18 of Haaksbergseweg en de spoorbrug in de lijn Winterswijk-Neede;
  • 1963-1977, derde Berkelverbetering, die c.a. 1970 opnieuw tot een omlegging leidde (‘Nieuwste Berkel’). De Berkel werd een stukje verder naar het noorden verplaatst, bovendien werd hij flink verbreed. Vanaf de Nieuwe Brug tot voorbij de spoorlijn, waarin een geheel nieuwe betonnen spoorbrug werd gebouwd, kreeg de rivier een nieuw bed. In dat bed stroomt de rivier nog steeds.

Bij al die veranderingen bleef een restant van de oorspronkelijke Berkelloop direct ten noorden van Eibergen min of meer intact, hoewel deze werd afgesloten van latere Berkellopen. In latere jaren werd de Ramsbeek, die oorspronkelijk ten oosten van de Haaksbergseweg in de Berkel uitmondde (zie Waterschapskaart 1882), doorgetrokken onder die weg en aangesloten op de oude Berkeltak, die daardoor ten onrechte soms ook ‘Ramsbeek’ werd genoemd. Een van de nieuwe aansluitingen is nog te zien op de luchtfoto uit 1934. De verlengde (Oude) Ramsbeek, die thans nog te vinden is op de Oude Maat, is van recenter datum. Hij loost nu d.m.v. een duiker op de Oude Berkel.
Ten westen van de Stoombleekerij ligt nu industrieterrein de Mors, indertijd nog behorend tot de buurschap Mallem, omdat de Berkelloop van 1828 de grens vormde tussen Eibergen en Mallem en tussen Olden Eibergen en Mallem. De huidige vijver op dat industrieterrein is een herinnering aan de oorspronkelijke Berkelloop. De oever daar heet niet voor niets de ‘Hoge Oever’. De Oude Berkel van 1832  was de grens tussen Eibergen en Mallem. Dat betekent dat het Wandelpark de Maat, nu ook wel ‘Oude Maat’ genoemd, bij Eibergen hoorde, en de ‘Nieuwe Maat’ in zijn geheel bij Mallem. Op de nieuwe markenstenen is dat te zien, doordat het wapen van de heer van Mallem aan de zijde van de Nieuwe Maat staat, en dat van de heer van Borculo aan de zijde van de Oude Maat.

Markensteen op de rand van de Nieuwe Maat in Eibergen, Borculozijde. Op de achtergrond de nieuwbouwwijk 'Op de Bleek', die op de plaats gekomen is van de textielfabriek van Ten Cate, de latere KTV.
Markensteen op de rand van de Nieuwe Maat in Eibergen, Borculozijde. Op de achtergrond de nieuwbouwwijk ‘Op de Bleek’, die op de plaats gekomen is van de textielfabriek van Ten Cate, de latere KTV.

Industrie
Op de Waterschapskaart uit 1882 is al goed te zien dat de Eibergse industrie zich op de oevers van de Berkel vestigde. Van oost naar west:

  • de textielfabriek van Bouquié, die in 1834 op de noordelijke oever in Mallem werd gebouwd. Over deze fabriek heb ik al eerder geblogd. Binnenkort volgt nog een blog over de roerige beginfase van de N18 in Eibergen rond de bouw van de Nieuwe Brug in 1837;
  • de ‘Lederfabriek’ van Prakke aan de (latere) Fabrieksstraat en in een omgeving waar vanouds al leerbewerking plaatsvond. Het toponiem ‘de Koem’ herinnert daar nog aan. Van het fabriekscomplex resteert alleen nog het kantoor, dat verbouwd is tot woonhuis;
  • de ‘Stoombleekerij’ van Ten Cate, die al vóór 1850 op de Eibergse Mors gevestigd werd. Het complex stond tot voor enkele jaren bekend onder de naam KTV, en is inmiddels, op enkele monumentale delen na, geheel gesloopt. Nu wordt er de fraaie woonwijk ‘Op de Bleek’ gebouwd.

De Eibergse grootindustrie in 1934 of eerder. Over de huidige Nieuwe Maat gezicht op de leerfabriek van Prakke en de textielfabriek van Ten Cate. De schoorsteen van deze fabriek is nog terug te vinden in de woonwijk die daar ter plaatse gebouwd wordt. [Fotocollectie WRIJ].
De Eibergse grootindustrie in 1934 of eerder. Over de huidige Nieuwe Maat gezicht op de leerfabriek van Prakke en de textielfabriek van Ten Cate. De schoorsteen van deze fabriek is nog terug te vinden in de woonwijk die daar ter plaatse gebouwd wordt. [Fotocollectie WRIJ].
 De Berkel, zo dicht bij het dorp (of stadje, als we het hebben over de periode vóór 1795), moet vaak een bedreiging hebben gevormd. Toch lees je pas veel over grote overstromingen in de negentiende eeuw, toen de marken werden ontgonnen, veengebieden verdwenen en dus het water via volstrekt ongeschikte beken afgevoerd moest worden. Een pand dat haast permanent met die waterdreiging te maken moet hebben gehad, was het eeuwenoude Wehmererve bij de kerk van Eibergen. Men mag er gevoeglijk van uit gaan dat dit goed bij de stichting van de Eibergse kerk is meegegeven met het doel dat de inkomsten eruit aan de pastoor ten goede kwamen. Tot dit goed behoorden o.a. de Wehmermaat (de huidige Oude Maat), de Wehmerkamp en de Wehmerhof, zodat de landerijen op de linkeroever van de hier wel heel scherpe bocht in de Berkel lagen. In 1616, toen het Wehmererve als gevolg van de doorvoering van de kerkhervorming kwam te behoren tot het Geestelijk Rentambt Borculo, moest de rentmeester geld uittrekken voor het maken van kribben in de Berkel. Hij schrijft:

‘Alzoo desen rentmeister in octobri des jaers 1616 gereist was mit voorweeten sijner heeren, om eenige besichtinge van landen te doen, ende onder anderen bevonden hebbende dat tho Eijbergen tegens Pastorscamp eenige ritse opten Berckel ende het bijgelegen vicarieen weydelant diende gelecht, soo ist, dat hij rentmeister, om die meeste costen tho sparen, den borgemeister Bloem tho Eijbergen tott het leggen van dese cribbe offte ritse op seeckere geistlijcke goederen heefft genoeten sesthondert elsbossen ende tweethondert palen. Ende is volgens met denselven avercomen vanwegen het arbeitslhoon voor derthyn carolusguldens mit believen van d’heeren gedeputierden, vermoge ordonnantie van 6 februarii 1617, slaende op Bitter tho Nijenhuijs, des voorss. burgemeisters schoensoon, ende quitantie dus hyr: 13 carolusgulden.’

Ook in 1703 volgde nog een klacht over de voortdurende bedreiging door de ‘stercke stroom van de Barckel’, waardoor het land van de pachter (de ‘Whemer’)  van het Wehmererve jaarlijks veel schade leed. Dominee Imminck, de verpachter, verzocht gedeputeerden dan ook om nieuwe kribben aan te leggen om verdere schade te voorkomen.

Het Wehmererve, dat stond op de plek van de huidige Openbare Bibliotheek, lag nagenoeg aan een bijna haakse bocht in de Berkel.  Vermoedelijk is bij de Eerste Berkelverbetering ook de bocht wat meer naar het westen verlegd. Een sloot tussen het Openluchttheater en de Oranjerie en aula herinnert waarschijnlijk nog aan deze oorspronkelijke loop.

De gronden op de Nieuwe Maat behoorden volgens de kadastrale opmeting van 1828 bijna allemaal tot het erve Vunderink. De Wehmermaat was (oorspronkelijk)  weidegebied, de landerijen van ’t Vunderink bestonden afwisselend uit bouw- en weidelanden, zoals op bijgaande (primitief ingekleurde) bewerking van het kadastrale minuutplan van 1828 te zien is. Wat de inkleuring ook duidelijk maakt en wat bevestigd wordt door de aan het eind van dit blog opgenomen luchtfoto’s, is dat de eerste Berkelomlegging door het lagere, in het midden van de landerijen van ’t Vunderink gelegen weidegebied gegraven is. Een bijzonderheid is het nog duidelijk aanwezige kerkpad tussen de landerijen van ’t Vunderink door richting het door de Mark van Mallem te onderhouden Hoge Vonder (rechts op het kaartje)  over de Berkel bij Eibergen. Een deel van het kerkpad is nog navolgbaar op het huidige golfterrein.

De landerijen behorend bij het erve Vunderink, volgens het kadastraal minuutplan van 1828. Groen = weiland; bruin-geel = bouw- of akkerland, paars= 't erve Vunderink. Baron van Mulert, heer van Mallem, was ook eigenaar van 't Vunderink. Het overgrote deel van de huidige Nieuwe Maat behoorde tot 't Vunderink en lag (dus) op Mallems grondgebied.
De landerijen behorend bij het erve Vunderink, volgens het kadastraal minuutplan van 1828. Groen = weiland; bruin-geel = bouw- of akkerland, paars= ’t erve Vunderink. Baron van Mulert, heer van Mallem, was ook eigenaar van ’t Vunderink. Het overgrote deel van de huidige Nieuwe Maat behoorde tot ’t Vunderink en lag (dus) op Mallems grondgebied.

De Eerste Berkelverbetering was niet erg succesvol. De rivier bleef met enige regelmaat buiten zijn oevers treden. De voortgaande ontginning van voormalige markengronden bleven zorgen voor versnelde afvoer van water naar te smalle en kronkelige beken. De Tweede Berkelverbetering werd in gang gezet. Deze werd mogelijk toen als gevolg van de economische crisis van de jaren ’30, met zijn massale werkloosheid en armoede,  het instrument van de werkverschaffing ingezet kon worden.  Ook in Eibergen, getuige dit krantenbericht:

Bericht in de Graafschapbode van 13 april 1934 over de inzet van werkelozen voor de Berkelomlegging bij Eibergen (via Delpher)
Bericht in de Graafschapbode van 13 april 1934 over de inzet van werkelozen voor de Berkelomlegging bij Eibergen (via Delpher)

In de zomer van 1934 was het een gekrioel van te werk gestelde werkelozen om in een half jaar tijd met schop en kruiwagen een nieuwe Berkelloop bij Eibergen aan te leggen. Deze foto toont de werkzaamheden ter hoogte van de textielfabriek van Ten Cate.

De Tweede Berkelverbetering bij Eibergen in uitvoering. Op de achtergrond de textielfabriek van Ten Cate (fotocollectie WRIJ)
De Tweede Berkelverbetering bij Eibergen in volle uitvoering. Op de achtergrond de toren van de Hervormde kerk (fotocollectie WRIJ)
Werkverschaffing Berkelomlegging Eibergen: aan het werk met de kruiwagen. Er is er nog eentje bewaard gebleven in de collectie van het Waterschap Rijn en IJssel te Doetinchem. (fotocollectie WRIJ en auteur)
Werkverschaffing Berkelomlegging Eibergen: aan het werk met de kruiwagen. Er is er nog eentje bewaard gebleven in de collectie van het Waterschap Rijn en IJssel te Doetinchem. (fotocollectie WRIJ en auteur)

Wordt het niet eens hoog tijd, beste Eibergenaren, om deze zwoegers op een of andere manier zichtbaar te vereeuwigen op een plaquette ergens aan de route? De klus bij Eibergen lijkt toch ook al als een strafexpeditie beschouwd te zijn, getuige een bericht in het socialistische dagblad Het Volk van 10 juni 1933:

Artikel in Het Volk van 10 juni 1933 (via Delpher)
Artikel in Het Volk van 10 juni 1933 (via Delpher)

De Berkelomlegging werd op 10 oktober 1934, een half jaar nadat met de werkzaamheden begonnen was, feestelijk in gebruik genomen. Oud-burgemeester Wilhelm, de man die toch al zoveel Eibergse grote projecten had geïnitieerd, kreeg de eer de dam door te steken. Dat moet ongeveer gebeurd zijn op de plek waar de huidige Oude Berkel zich afsplitst van de Nieuwste Berkel.

Voltooiing van de Berkelomlegging bij Eibergen, 10 oktober 1934 (fotocollectie WRIJ).
Voltooiing van de Berkelomlegging bij Eibergen, 10 oktober 1934 (fotocollectie WRIJ).

Naar het westen toe, ontstond onderstaand gezicht op de nieuwe Berkel:

De nieuwe Berkel bij Eibergen, vanaf 10 oktober 1934. Op de achtergrond de textielfabriek van Ten Cate (KTV) (fotocollectie WRIJ)
De nieuwe Berkel bij Eibergen, vanaf 10 oktober 1934. Op de achtergrond de textielfabriek van Ten Cate (KTV) (fotocollectie WRIJ)

Deze nieuwe Berkeltak heeft nog geen 40 jaar bestaan. Voortdurende overstromingen maakten een derde Berkelverbetering noodzakelijk. De Berkeltak bij Eibergen, die door honderden werkelozen in het kader van de Werkverschaffing met de hand was uitgegraven, is nagenoeg volledig gedempt met het zand dat afkomstig was uit de opnieuw bredere, iets ten noorden van de eerste omlegging, gegraven Nieuwste Berkel. Bij bepaalde weersomstandigheden kan men in de Nieuwe Maat het bed van de eerste omlegging nog volgen. Op bijgaande luchtfoto’s uit 1934 en 1950 zijn respectievelijk de oude situatie (van vóór de eerste omlegging) en de omlegging zelf te volgen.

Details uit luchtfoto's van Eibergen, 1950 (boven) en 1934 (onder). Op de bovenste foto is de eerste omlegging te zien, op de onderste foto is de oude loop te volgen, met de latere verlenging van de Ramsbeek over de Maat.
Details uit luchtfoto’s van Eibergen, 1950 (boven) en 1934 (onder). Op de bovenste foto is de eerste omlegging te zien, op de onderste foto is de oude loop te volgen, met de latere verlenging van de Ramsbeek over de Maat.

De bovenste luchtfoto laat zich goed vergelijken met het onderstaande (onderste) topografische kaartje uit 1935. Het bovenste kaartje geeft de situatie in 1974 weergegeven, dus na de tweede Berkelomlegging. Duidelijk is op de jongste kaart ook te zien, dat de in 1934 verlegde Verlengde Oude Ramsbeek (die toen nog een aansluiting kreeg op de Berkel) omstreeks 1970 werd aangesloten op de Oude Berkel.

Details uit topografische kaarten van Eibergen, 1974 (boven) en 1935 (onder).
Details uit topografische kaarten van Eibergen, 1974 (boven) en 1935 (onder).

Tenslotte een technische tekening van de Nieuwste Berkel uit 1967, met daarbij nog de loop van de eerste omlegging van 1934 en de aansluiting van de Verlengde Oude Ramsbeek op de Oude Berkel. De tekening geeft de drie Berkellopen weer tussen de Nieuwe Brug en de KTV (Op de Bleek). De oude loop, die op de tekening verbonden wordt met de Verlengde Ramsbeek, is nog net zichtbaar op de plek waar hij weer afbuigt naar het zuiden. Op grond van deze tekening kun je stellen dat de nieuwe markensteen in de volledig gedempte bedding van de eerste omlegging uit 1934 staat.

Technische tekening van de lopen van de Nieuwste Berkel (1967 en later) en de eerste omlegging van 1934. (Archief WRIJ).
Technische tekening van de lopen van de Nieuwste Berkel (1967 en later) en de eerste omlegging van 1934. (Archief WRIJ).

Bennie te Vaarwerk

 

 

 

Please follow and like us:

Geschiedenis van de ‘oude’ N18: de fabriek van Bouquié in Eibergen

Als alles meezit, zal het dorp Eibergen in 2018 bevrijd zijn van het doorgaande verkeer. De huidige ‘Twenteroute’, zoals de N18 in het dagelijks spraakgebruik wordt genoemd,  doorsnijdt het dorp. Deze dan oude N18 heeft nog niet eens zo’n heel oude geschiedenis, want hij begon pas in 1837, in de eeuw die  momenteel de ‘IJzeren Eeuw’ wordt genoemd, met de bouw van een nieuwe brug over de Berkel bij Eibergen, op de plek waar tot dan toe een vonder lag. Met die brug kreeg het dorp Eibergen voor het eerst in zijn geschiedenis een vaste oeververbinding voor het vrachtverkeer met het noordelijk deel van de gemeente en Twente.

De huidige Nieuwe Brug in de N18 over de Berkel in Eibergen.
De huidige Nieuwe Brug in de N18 over de Berkel in Eibergen.

De aanleiding was de vestiging van een textielfabriek op de noordelijke oever, in de buurschap Mallem, in 1834. De bouwer en eigenaar van die fabriek, Jean Baptiste Paul Bouquié, was een van de drijvende krachten achter de bruggenbouw en de aanleg van de wegverbinding Enschede-Haaksbergen-Eibergen-Groenlo, die pas gestalte kreeg in de jaren ’50 van de negentiende eeuw. De weg zou uitgroeien tot de belangrijkste noord-zuidverbinding in de Achterhoek.

De fabriek van Bouquié in Mallem in 2014. Gebouwd in 1834. Het is waarschijnlijk de enige aan de buitenzijde vrij gaaf bewaard gebleven textielfabriek in Oost-Nederland uit de 'Gründerzeit' van de textiel. Het wachten is nu op een goede en geschikte bestemming.
De fabriek van Bouquié in Mallem in 2014. Gebouwd in 1834. Het is waarschijnlijk de enige aan de buitenzijde vrij gaaf bewaard gebleven textielfabriek in Oost-Nederland uit de ‘Gründerzeit’ van de textiel. Het wachten is nu op een goede en geschikte bestemming.

De eerste publicatie (longread) handelt over Jean Baptiste Paul Bouquié (1778-1855) , een Belg die in Eibergen terecht kwam en er het eerste grootschalige fabrieksgebouw neerzette. Zijn komst betekende ook de aanpassing van de eeuwenoude en voor grootschalige industriële activiteiten totaal ongeschikt infrastructuur. Met de bouw van de Berkelbrug – in 1837 – kreeg Eibergen zijn eerste vaste oeververbinding met de noordelijke Berkeloever. De bouw was noodzakelijk geworden, omdat Bouquié zijn fabriek niet in het Berkeldal bij het dorp bouwde (zoals later Ten Cate en Prakke deden), maar op de noordelijke Berkeloever in de buurschap Mallem. De sterk vervallen fabriek staat er gelukkig nog steeds en is aan de buitenzijde nagenoeg ongewijzigd gebleven. Er wordt al heel lang gezocht naar een bestemming voor dit voor Oost-Nederland unieke textielmonument van de IJzeren Eeuw.

Aanvulling 27 april 2017
Deze week is, dankzij een gulle sponsor, een tekst bij het schoongemaakte graf van J.B.P. Bouquié geplaatst. Later komen er nog QR-codes bij, zodat bij het graf een filmpje bekeken kan worden over de betekenis van deze textielfabrikant voor Eibergen. Inmiddels vordert de rstauratie van de buitenkant van de Mallemse fabriek (‘Kastanjefabriek’ of ‘Gemavo’ in de volksmond) heel aardig. En het moet gezegd: het wordt fraai, erg fraai. Een aanwinst voor Eibergen en de regio van waaruit Eibergen en de Achterhoek over enige tijd op allerlei manieren bezocht kunnen worden. Met andere ontwikkelingen in de omgeving van Eibergen durf ik wel te zeggen dat Eibergen over het fraaiste Berkelfront in de Achterhoek beschikt.

Aanvulling 18-9-2017.
In een nieuw blog over de geschiedenis van de Nieuwe Brug over de Berkel, gebouwd in 1837, zijn enige aanvullingen opgenomen over de komst van de fabriek van Bouquié naar Eibergen. Daarin ook (veel) meer kaartmateriaal.

bennie te vaarwerk

Please follow and like us: