Categorie archief: Olden Eibergen

Biografie van een weide: bij de ingebruikname van de nieuwe N18 bij Eibergen

De belijning op de nieuwe N18 is gevorderd tot de Bosweide achter de erven Biezebeek (rechts) en Nieuw Biezebeek. Op de achtergrond de ‘Spiral Hill’ bij de Berkel. De foto is genomen vanaf het viduct ‘Leugemors’ in de Needseweg en laat het tracedeel van de N18 zien tussen die weg en de Berkel. Waar de belijning ophoudt, begint de Bosweide. Verder naar boven (het zuiden), bij de houtopstand: de hoge bouwkamp de Heugte. Het daarachter liggende Berkeldal is niet meer te zien. omdat de N18 er hoog door heen gelegd is.

Als er een leven is vóór en na de N18, begint dat op 2 mei 2018, wanneer deze nieuwe autoweg van Enschede naar Groenlo in gebruik genomen wordt. De tweede of nieuwe Twenteroute, zoals de weg door Rijkswaterstaat wordt genoemd, vervangt de oude, die in 1857 werd aangelegd tussen Lichtenvoorde en Enschede.  Maar 20 jaar eerder was in Eibergen al een begin gemaakt met de eerste noord-zuidverbinding tussen Achterhoek en Twente door de bouw van de Nieuwe Brug over de Berkel. Het is natuurlijk toeval, maar juist ook in 2018 is de in 1834 door J.P.B. Bouquié in Eibergen op de noordelijke Berkeloever gebouwde textielfabriek na een lange, maar zeer geslaagde restauratie in gebruik genomen als hotel. Een visitekaartje voor Eibergen, waar dit jaar bovendien herdacht wordt, dat de Eibergse predikant-dichter Willem Sluiter in 350 jaar geleden, in 1668, er zijn wellicht bekendste dichtregels, hier geciteerd naar de authentieke gedrukte versie van 1668, het levenslicht liet zien:

Willem Sluiters bekende ‘achter-hoek’ regels, voor het eerst gepubliceerd in 1668.

 

Cynici zouden kunnen zeggen, dat Eibergen door de ligging achter de nieuwe N18 opnieuw in een achterhoek terecht gekomen is. Dat is zeker het geval als je een benadering hebt dat ‘het’ allemaal gebeurt in de Randstad. Sluiter verzette zich in zijn werk ook al tegen die benadering, al kende hij het woord ‘Randstad’ natuurlijk niet. In die zin biedt de nieuwe N18 Eibergen ook nieuwe kansen. Hotel De Kastanjefabriek is daarvan een eerste vrucht. Het zou natuurlijk een prachtig vervolg zijn als er nog dit jaar in Eibergen op de kop van de Kluiversgang een monument voor dé achterhoek-dichter Willem Sluiter tot stand zou komen.

Hotel De Kastanjefabriek in volle glorie na restauratie in maart 2018. Nieuw visitekaartje voor Eibergen aan de oude en na 2 mei rustige N18.

In de afgelopen jaren, zo ongeveer vanaf 2013, heb ik het tracé van de nieuwe N18 in de (voormalige) gemeenten Eibergen en Groenlo gefotografeerd. Ik wilde vastleggen wat was, wat wordt en wat geworden is. Documenteren, niet om geschiedenis te maken, maar om verandering vast te leggen met kennis van de geografie en de geschiedenis van het gebied steeds in het achterhoofd. Met de middelen van deze tijd heeft dat geresulteerd in vele duizenden foto’s, waarvan ik met enige regelmaat, en voor sommigen misschien tot vervelens toe, vooral via Twitter heb gepubliceerd. De bouw van de nieuwe weg noodzaakte mij zelfs tot de aanschaf van een autocamera, zodat ik alle oude, nu door de N18 ruw onderbroken, wegen onder Eibergen op video heb. Als het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers er belangstelling voor heeft, dan kunnen deze bestanden t.z.t. daarnaartoe gebracht worden. De aanschaf van een drone heb ik wel overwogen, maar ben er niet aan begonnen. Gelukkig hebben anderen dat gedaan, zodat in ieder geval ook de bouw vanuit de lucht vastgelegd is.

Vooraankondiging van grote gebeurtenissen: een gasleiding, die door de Bosweide loopt, moet verdiept aangelegd worden, voordat de N18 uitgegraven kan worden. Op de achtergrond rechts het erve Nieuw Biezebeek en links Biezebeek. De nieuwe kapschuur zou later nog gesloopt worden. Foto van 15 juni 2015.

Natuurlijk heeft dit alles ook een persoonlijke component. Ik ben geïnteresseerd geraakt door alles wat rond deze weg gebeurde, omdat hij al in mijn jeugd een belangrijke rol had in de ontwikkeling van de boerderij van mijn ouders.

Toen zij midden in de jaren ’70 besloten de melkveehouderij aan de kant te doen en over te gaan op het houden van mestvarkens, had dat te maken met de opkomst van het tankmelken, maar vooral ook met de mogelijke komst van Rijksweg 15. Zij zouden, in het slechtste geval drie grondpercelen kwijtraken aan die autosnelweg, wat de basis onder de melkveehouderij zou wegslaan. In 1973 en 1977 werden twee grote varkensstallen gebouwd, die in 2003 gesloopt werden.

Boerderij- en veldnamen rondom het erve Biezebeek
Detail van een kaart met vele van de in dit blog genoemde boerderij- en veldnamen in het ten noorden van de Berkel gelegen deel van de buurschap Olden Eibergen (E.H. Wesselink e.a., Boerderij- en veldnamen in Eibergen, Doetinchem 2004, kaart 04, blz. 142).

Dat ouderlijk erf, Nieuw Biezebeek, gelegen in het ten noorden van de Berkel gelegen deel van de buurschap Olden Eibergen, was in 1933 gebouwd door mijn grootouders op gronden die grootvader uit de Biezebeek, zijn ouderlijk erf, na het overlijden van zijn oudste broer in 1932, had gekocht. Vier percelen werden gedeeld: de Goorden, gelegen ten oosten van de oude weg naar Neede, waarop Nieuw Biezebeek verrees, de Bosweide, die ten oosten daarvan lag, de bouwkamp de Heugte, aan de huidige Leugemorsweg en de weide de Hardemaat (‘Hattemoat’) een eind ten westen van de boerderij gelegen. Rijksweg 15 zou door de Bosweide en over de Heugte aangelegd worden.

Het Bestemmingsplan Buitengebied Gemeente Eibergen, ca. 1975. Detail van het gebied tussen Berkel en gemeente Neede in Olden Eibergen. De zone waarbinnen Rijksweg 15 aangelegd zou worden is gemarkeerd met de romeinse I. De autoweg zou volgens de toenmalige plannen ten oosten van de Stokkersbrug aangelegd worden. (ECAL, Gemeentearchief Eibergen).
Het ontwerp voor Rijksweg 15, ingepast in het Bestemmingsplan Buitengebied gemeente Eibergen, 1990. Men ging toen nog uit van een autosnelweg ten westen langs Groenlo, door Voor-Beltrum, Avest en west-Hupsel naar Haaksbergen (ECAL, Gemeentearchief Eibergen)

Dat is ook in de definitieve versie, maar nu onder de naam N18, ook gebeurd. Het nieuwe stuk van de Leugemorsweg loopt overigens ook diagonaal door ‘ons’ gedeelte van de bouwkamp de Heugte. Deze bouwkamp was een van de meest archeologisch interessante terreinen op het 27 kilometer lange N18-tracé. IJzertijdsporen en sporen uit de Karolingische tijd en later zijn er gevonden.

Detail van een luchtfoto uit ca. 1990 van een deel van Olden Eibergen tussen Berkel en Needseweg.

 

 

 

Detail van een luchtfoto van Olden Eibergen rondom de (latere) Stokkersweg, gemaakt in 1934. De Berkelwerken (tweede Berkelverbetering) zijn in volle gang; oude lopen worden gedempt en zijn nog zichtbaar in het landschap. Ter oriëntatie zijn enkel veld- en boerderijnamen opgenomen. Bouw- en weilanden zijn nog goed te onderscheiden.

Maar ik wil het nu juist hebben over de Bosweide, archeologisch misschien minder interessant, maar historisch meer, omdat je de ontwikkeling van de landbouw daarin zo goed kunt terugvinden.
Geomorfologisch  is de Bosweide geclassificeerd als beekoverstromingsvlakte, een vlak terrein waarop overstromende beken hun slib afzetten. De Berkel was nabij en de erfnaam Biezebeek duidt ook al op de aanwezigheid van stromend water. De weidegrond bestond soms uit delen zware leem afgewisseld met grof zand, hetgeen benutting voor andere doelen dan weide lange tijd onmogelijk maakte. Pas in de laatste decennia van de vorige eeuw werd er ook mais verbouwd, maar niet altijd met evenveel succes.

Detail van de geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50000, Blad 34-35 Enschede-Glanerbrug, van het terrein tussen Neede en Eibergen, rond het erve Biezebeek. Ter oriëntatie zijn weer enkele veld- en boerderijnamen ingevoegd, kaart dan wel uitvergroten. Ook op deze kaart is een tracé van Rijksweg 15 te vinden (Stichting voor Bodemkartering, Wageningen 1979).

De naam Bosweide was een vrij nieuwe naam. In 1820 werd het perceel nog de Morsch genoemd, en ook die naam wijst op een nat gebied. In dat jaar verkocht het Domein van Borculo het erve Biezebeek aan de Zutphense koopman Hendrik Nieuwenhuis. Over de Morsch werd toen gezegd dat die voor verbetering vatbaar was, ‘bij aldien zelve werde gecultiveerd’.

Kadastraal minuutplan van 1828, Sectie F (Olden Eibergen), Blad 2. Dit is het oostelijke deel van het ten noorden van de Berkel gelegen deel van de buurschap Olden Eibergen. Het noorden is rechts op dit plan.

In de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel, behorende bij het kadastrale minuutplan van 1832 (Sectie F, 2de Blad, nr. 382), wordt in de kolom ‘soort der eigendommen’ hakhout vermeld, dus de (latere) naam Bosweide is dan niet zo vreemd meer. Het perceel was toen ruim 4 hectare. Dat cultiveren zou geleidelijk aan gebeuren, zoals de topografische kaarten mooi laten zien. Ergens tussen 1890 en 1930 was het gehele terrein omgezet in weideland. Als in 1934 een luchtfoto (zie boven) wordt gemaakt, is de Bosweide goed herkenbaar. In en aan de randen van de weide staan al de eikenbomen die ik uit mijn jeugd ook nog heb gekend. In 1934 en later werd in Eibergen volop gewerkt aan de tweede Berkelverbetering (de eerste dateert uit de jaren ’90 van de 19de eeuw). Aan de noordzijde kreeg de Berkel een dijk of, zoals wij altijd zeiden ‘den bekkenwal’. Ook oude Berkeltakken, al of niet gedempt zijn nog terug te vinden op de foto (en op de kaarten). Bovendien was het Berkeldal niet zo kaal zoals het vooral na de derde Berkelverbetering in de tweede helft van de jaren ’60 van de vorige eeuw zou worden. De kleinschaligheid van het landschap en vooral de langgerekte percelen door een variëteit aan gewassen op de essen en bouwkampen valt op.

Detail van een topografische kaart van Olden Eibergen ná 1890, na de Eerste Berkelverbetering. De Bosweide in rechthoekig gebied) is voor een groot deel nog bos, maar de ontwikkeling naar weide was wel in volle gang.

 

 

Detail van een topografische kaart van een deel van Olden Eibergen, ca. 1930-1935, waarop binnen het rechthoekige gebied te zien is, dat de Bosweide nu geheel ontwikkeld is tot weide. De Bosweide van Olminkhof is dan nog grotendeels bos.

Vóórdat de nieuwe N18 zijn alles veranderende werk deed, waren de overgebleven boeren ook al bezig verder op te schalen: percelen werden aan elkaar geschoven, steilranden afgeschoven, grasland maakte plaats voor grasfalt en gesubsidieerde mais-monocultuur. De nieuwste verandering in het dal van de Berkel hier werd onlangs aangekondigd: de komst van een zonnepanelenpark aan de Hoondermaatsweg.
Toen de Bosweide eenmaal zijn weidebestemming had gekregen, kon die ook voor andere doeleinden gebruikt worden. Mijn vader, fanatiek voetballiefhebber vanaf zijn jeugd, kreeg het voor elkaar dat in de Bosweide gevoetbald mocht worden. De rooms-katholieke voetbalvereniging S.V. DES (Door Eendracht Sterk) heeft vanaf 1943 een tijdje gebruik gemaakt van die weide. Voor de uitbreiding en verandering van zijn bedrijf werd een deel van de grond gebruikt voor de bouw van twee varkensstallen.
Maar geen ingreep is zo groot geweest als die van de bouw van de nieuwe N18. De autoweg loopt hoog diagonaal door de Bosweide, waardoor de beleving van met name de steilranden van de Scholtenes en (deels) van de Heugte minder krachtig wordt, naar mijn idee. Eigenlijk is het wenselijk dat door de alsmaar voortwoekerende schaalvergroting en de landbouw met de daaraan gekoppelde wens tot grote, efficiënt te bewerken en te beheren percelen, de resterende steilranden een beschermde status krijgen.  En hiermee ook samenhangend: de bescherming van houtwallen en hoog opgaand hout, want ook daarmee is het in de laatste jaren nog hard achteruitgegaan.


De nieuwe weg ligt er nu. Het is te hopen dat hij aan zijn doel zal beantwoorden. Ik heb de wording willen documenteren, wat niet wil zeggen dat ik over die weg geen mening heb. Ik zie dat de weg soms mooi door het landschap is gelegd, maar op andere plekken vernietigend is geweest, bijvoorbeeld in het dal van de Hupselse Beek, waar het weglichaam van de toekomstige verbinding Borculo-Duitsland een brute verbreking vormt. In het Eibergse Berkeldal is het hooggelegen weglichaam eveneens een brute onderbreking. De ‘spiral hill’ of ‘eiberg’ past er niet. Het is een omkering van het landschap.
Sommige parallelwegen en fietspaden zijn mooi aangelegd, bijvoorbeeld het fietspad tussen Lintveldseweg en de Hupselse Markenweg door het Oldeneibergse Veld. Deze weg heeft nog geen naam. Ik stel voor deze de Oldeneibergse Veldweg te gaan noemen. Wat de naamgeving betreft heb ik enige bemoeienis gehad met de nieuwe of te hernoemen wegen in de gemeente Eibergen. Bij de viaducten heb ik vraagtekens bij dat over de Borculoseweg, dat beter de Oldeneibergse Es genoemd had kunnen worden, want de N18 ligt op die plek in die es. Viaduct het Vinkennest in de Lintveldseweg is (vind ik) een armoedekeus geweest. Hier was de naam Oldeneibergse Veld juister geweest. Zelfs bij heemkundekringen mag je niet altijd voldoende lokaalhistorische kennis verwachten. Vraagtekens heb ik ook de benaming Stokkert (Stokkert[s]brug?] voor de nieuwste N18-Berkelbrug. Ook hier was met een naam als de Markenbrink beter recht gedaan aan de lokale historie. De Markenbrink was een perceel weideland van de mark van Olden Eibergen. Het bleef bij de markenverdeling in de 19e eeuw onverdeeld, omdat van de pachtopbrengsten ervan, de mark de Stokkersbrug, wegen en in de 18de eeuw ook de kerkhofmuur van onderhielden.
Wat ik niet begrijp, is dat op sommige eeuwenoude bouwlanden nieuwe beplanting is aangebracht. Dat getuigt van weinig kennis van het historische landschap. In het geval van het bouwland de Heugte, wordt weggebruikers daardoor op termijn een mooi zicht op het dorp Eibergen ontnomen. Ook op de Oldeneibergse Es is dat op vrij grote schaal gebeurd.

De voormalige Leugemorsweg omgeploegd tot bouwland, met zicht op Eibergen, maar op termijn niet meer voor het verkeer op de N18 die hier oversteekt. Foto genomen op 8 oktober 2017.

Hiermee samenhangend vraag ik mij verder af, waarom op zoveel hooggelegen bouwlanden sloten zijn aangelegd, sloten die nooit functioneel zullen worden en alleen maar veel onderhoud zullen vergen.

Overbodige sloot in hoge en oude bouwkamp langs het nieuwe deel van de Leugemorsweg, mei 2017.

Met betrekking tot de onderbroken oude wegen hoop ik dat die oude wegen zoveel mogelijk herkenbaar zullen blijven. Soms is dat op een mooie wijze gedaan, zoals het stukje van de voormalige Hupselseweg/Kiefteweg tussen Stokkersweg en nieuwe N18.
Een niet te begrijpen keuze is gemaakt ten aanzien van het nieuwe deel van de Leugemorsweg tussen de oude Leugemorsweg en de aansluiting bij de voormalige Stokkersweg bij de Berkel. De bouwkamp, maar ook de oeroude relatie van dit bouwland met het nu aan de overzijde van de nieuwe N18 gelegen erve Biezebeek, was beter in stand en beleefbaar gebleven als de bestaande weg met een haakse bocht aan een nieuwe N18-parallel naar de Stokkersbrug was aangelegd. Zoals bekend staan vele oude boerderijen met hun grote inrijdeuren, de ‘nendeure’ naar de bouwkampen toe gekeerd. Beplanting en verlegging van de Leugemorsweg, maken die beleving van historie nu moeilijk.

Zicht op de grote inrijdeuren (1848) van het erve Biezebeek. De Leugemorsweg (links) dateert van ca. 1970 en is nu de toegangsweg tot dat erf. De oorspronkelijke Leugemorsweg liep langs de schuur en kwam uit op de brink. De N18 gaat dwars op de kuilvoerplaat op de voorgrond, foto van 27 april 2016.
N18-tracé vanaf viaduct Leugemors in de Needseweg richting Biezebeek door de Bosweide, 20 april 2018.

Maar, zoals met alles, ooit komt er een generatie die niet anders meer weet. ‘De tied mot zien wark doon’, roep ik vaak. Voor mij was het documenteren een mooie manier om enerzijds meer kennis te krijgen van de geografie en de geologie van het landschap van mijn jeugd. Anderzijds hielp dat documenteren bij de ‘verwerking’ van de ingrijpende veranderingen in dat landschap.

Eibergen, Oude Koninginnedag 2018,
Bennie te Vaarwerk

Please follow and like us:

Nieuwe namen voor (soms) oude wegen

Met aanvullingen, 10 maart 2017 en 21 juli 2017

De bouw van de nieuwe N18 onder Eibergen vordert gestaag. Her en der zijn al wegen afgesloten, bijv. de Eimersweg in Hupsel, en andere wegen zullen spoedig volgen. In de pers verschenen afgelopen week berichten over nieuwe straatnaamgeving die door de bouw van de nieuwe autoweg noodzakelijk wordt. Op grond van het persbericht dat op de website Nieuws uit Berkelland verscheen, betreft dat een stuk of tien gevallen waarvoor (nog) een nieuwe naam wordt gezocht. Op het bijgevoegde kaartje, dat gebaseerd is op de huisnummerkaart van de gemeente Eibergen uit 1969, heb ik die gevallen met de nummers A-J aangegeven.  De gemeente is voornemens (volgens diezelfde persberichten, zie ook het persbericht dat in het h.a.h.-blad Achterhoek Nieuws verscheen op 7 maart en onderaan opgenomen is) de omwonenden van de betrokken wegen en de Historische Kring Eibergen bij de naamswijzigingen of nieuwe namen te betrekken. Als geïnteresseerd burger wil ik de gemeente ook graag helpen bij de zoektocht naar wegennamen. Ik doe dat uiteraard vanuit een historische invalshoek.

Op deze huisnummerkaart van de gemeente Eibergen uit 1969 is met de letters A-J aangegeven welke nieuwe wegen een naam moeten krijgen of welke wegen/weggedeelten hernoemd moeten worden.

A. Munsterdijk (Mallem)
Volgens het persbericht gaat het om het deel van de Munsterdijk ten zuiden van de nieuwe N18. Dat is dus het weggedeelte dat nagenoeg geheel in de oude gemeente Eibergen ligt, in de buurschap Mallem. Het is een oude weg, want hij komt al voor op het kadastraal minuutplan van Mallem van 1828. Hij dateert dus van vóór de verdeling van de mark van Mallem in 1845. Hoewel de naam suggereert dat de weg een verbinding vormde tussen Rietmolen (Hoonte) en Munster(land), zijn daarvoor geen aanwijzingen te vinden. De weg loopt ook niet naar Duitsland (de ‘Pruusse’,  zoals men toen zei), maar takte bij erve de Reuver aan op de grote handelsweg Oldenkotte-Neede.  In de markenboeken van Mallem (1567-1917) komt de naam niet voor. H.W. Heuvel spreekt in 1922 in zijn boek Gids voor Eibergen en Groenlo alleen over de ‘Munsterdiek’, maar legt geen verband met Duitsland.

Ontworpen wegen en waterleidingen in de mark van Mallem, 1839. De huidige Munsterdijk is de weg van de letter G via H naar het punt waar de gemeentegrenzen van Eibergen, Haaksbergen en Neede bij elkaar kwamen. Omdat de Twenteroute nog niet bestond, ging de (latere) Munsterdijk bij Slotman over in de weg over en onderlangs de Mallemse Es, om bij de Reuver aan te sluiten op de handelsweg Duitsland-Deventer. De weg langs de letters E-F-G was de hoofdweg van Eibergen naar Haaksbergen. De weg A-B-C-D was de weg van Olden Eibergen naar Rietmolen. Het is grotendeels de huidige Rietmolenseweg. De huidige Leugemorsweg was tussen Broshuis en Vunderink een nieuwe weg en ook een markenweg. De ontworpen en te verleggen wegen zijn in rood aangegeven. Op de kaart is ook goed te zien dat de waterleidingen werden aangelegd van de ene naar de andere drassige laagte (‘slat’).

De weg zelf heeft geen andere betekenis (voor de mark van Mallem althans) dan als ontsluitingsweg voor de markengrond in de hoek tegen Hoonte (Neede) en Brammelo (Haaksbergen aan. Volgens de verdelingskaart van de mark van Mallem vinden we hier de aan de provisorie van Eibergen en enkele particulieren toebedeelde markengronden. Oude boerderijen vindt men niet in dat gebied. De erven die er staan, dateren van (ver) na de markenverdeling, bijv. Tosveld en de Elisabethhoeve. De ligging van dat eerste erf aan de huidige Munsterdijk, is een mooie aanleiding om het ten zuiden van de nieuwe N18 gelegen deel van de Munsterdijk naar dit erf te vernoemen: ‘het Tosveld’  of Tosveldweg. Het is dan tevens een mooie herinnering aan de mark van Mallem.

Het erve Tosveld in Mallem aan de huidige Munsterdijk in Mallem. Inzet: gevelsteen met naam en stichtingsjaar 1926.
Detail van het kadastraal minuutplan van Olden Eibergen uit 1828, met het deel van de Stokkersweg tussen Borculoseweg en Olminkhof (Needseweg). Het bochtige karakter, dat voor een deel nu nog aanwezig is, weerspiegelt de geschiedenis van deze weg, die hier in een oudhoevig landschap lag.

B. De Stokkersweg van N823 (Needseweg) tot aan de Stokkersbrug
De huidige Stokkersweg loopt als een radiaal van noord naar zuid door de buurschap Olden Eibergen. Het noordelijk deel is oud en bestond al lang vóór het wegen- en waterleidingenplan van 1856 en de markenverdeling van 1861. De Stokkersbrug, een door de mark van Olden Eibergen te onderhouden brug,  is de naamgever, maar als straatnaam heeft de weg geen oude papieren. Tot omstreeks 1970 liep de weg over het erve Biezebeek (nu nog Leugemorsweg 8), maar is toen in het kader van de verharding door de voortuin gelegd, waarvoor o.a. de endskamer werd gesloopt. Een deel van de gracht die dit oude erf (begin 12de eeuw, zeker: 1299) omringde, kwam toen ten westen van de nieuwe Stokkersweg te liggen. Het erve Biezebeek  is één van de drie oude Oldeneibergse erven ten noorden van de Berkel. De andere erven zijn: Leugemors (1360: Loghenmersch) en Olminkhof (1329: Alvinchove, thans bekend onder de namen Jonge en Olde Scholte). Het erve Lubbersman is hoogstwaarschijnlijk een afsplitsing van Leugemors, terwijl Olminkhof al in de 16de eeuw gesplitst was in de Jonge en de Olde Scholte, beide in de hoek Needseweg-Stokkersweg. Als dit stuk Stokkersweg hernoemd moet worden, dan komen de namen Biezebeek (Beezebekke, Biezebeekweg), Olminkhof (Jonge Scholte)  of Scholtenes, in aanmerking. De huidige Stokkersweg loopt namelijk midden over de Scholtenes, het hoge bouwland tussen Needseweg en kruising met de huidige Leugemorsweg. De naam Scholtenes komt natuurlijk van de Jonge Scholte, die de grootste grondbezitter op deze es en in dit deel van de buurschap Olden Eibergen was. Voor een vernoeming naar Olminkhof alias de (Jonge) Scholte pleit ook, dat dit erf een van de grote hoven van het Stift Vreden in de heerlijkheid Borculo was. Het is zelfs niet onmogelijk dat de erven Biezebeek en Leugemors ooit deel uitgemaakt hebben van deze hof Olminkhof. De scholte van de Olminkhof was erfelijk tegeder (bijzitter) in het hofgericht van de abdis van het Stift Vreden. De abdis had het recht van herberg bij stro (winter) en gras (zomer) op deze hof.

De Stokkersweg, zoals die sinds ca. 1960 loopt door de voortuin van het erve Biezebeek. Links van de weg was tot ca. 1980 nog een stuk van de gracht zichtbaar die dit erf heeft omgeven.
Over de Scholtenes, met zijn prachtige en gave steilrand, hebben de automobilisten op de nieuwe N18 straks een zicht op de erven Olminkhof: op de voorgrond de nieuwe Jonge Scholte, gebouwd na de tornado van 1 juni 1927, die het oude erf (op de achtergrond)deels verwoestte.

C. Middendeel: Borculoseweg-Lintveldseweg
Begrijpelijk, maar wel jammer is het, dat het stuk van de Stokkersweg tussen Stokkersbrug en Borculoseweg hernoemd wordt tot Leugemorsweg, die min of meer parallel komt te liggen aan de nieuwe N18 en net voor de Stokkersbrug op huidige Stokkersweg aansluit. In tegenstelling tot wat in het persbericht geschreven wordt, bestaat de Stokkersweg uit vier gedeelten: Needseweg-Borculoseweg; Borculoseweg-Lintveldseweg; Lintveldseweg-Kiefteweg en Kiefteweg-Wesselsdijk. Dit laatste weggedeelte is een zandweg, maar vindt men niet terug op de wegenkaart van 1856. Dit vierde gedeelte heet in het Eibergse veldnamenboek ‘Brasmansdiek’, naar het erve ‘Bras’ of ‘Brasman’ in de hoek Kuipersweg-Vaarwerkweg. Dat deze laatste twee delen de oude naam blijven dragen is niet meer uit te leggen als de twee eerste gedeelten, rond de naamgevende Stokkersbrug (oudst bekende vermelding: 1450) , een andere naam krijgen. Het lijkt me dat de gemeente ook voor die andere delen dan maar op zoek moet naar een nieuwe naam, zeker als die gemeente cultuurhistorie ter harte gaat (wat ik soms wel betwijfel). Ook voor het tweede gedeelte, Borculoseweg (N822)-Lintveldseweg, zoekt de gemeente een nieuwe naam. Het eerste deel, komend uit de Oldeneibergse Es, is nog een oud stukje weg, maar vanaf de bocht bij Slotboom/Florijn, is het een markenweg. Op de bijgaande kaart, met het wegen- en waterleidingenplan van Olden Eibergen uit 1856, is dat het gedeelte dat komt uit het ‘Reimelinkslat’ tot aan de weg van Borculo naar Eibergen, nu de Oude Borculoseweg.

Het wegen- en waterleidingenplan van de mark van Olden Eibergen uit 1856. Ook hier in rood de nieuw te maken wegen. Midden in het tweede deel van de huidige Stokkersweg ligt een laagte, het Reimelinkslat. Iets ten zuiden daarvan ligt de huidige Oldeneibergse Dijk.

Ook dit weggedeelte heeft enkele naamopties: Reimelinkslatweg, Florijnweg of Roelvinkweg, naar het verdwenen Munsterse leengoed Roelvinck, dat aan de oostelijke kant van de Stokkersweg tegenover Florijn/Florien lag.

Het erve Florijn aan de Stokkersweg in Olden Eibergen komt pal aan de nieuwe N18 te liggen. Al in 1616 wordt een Florijn genoemd als pachter van grond van de kerk van Eibergen. De oude naam van dit goed was ‘Wobben cavenstede’. De toevoeging duidt erop dat het oorspronkelijk een keuterboerderij was in de mark van Olden Eibergen. De Florijns, die ook timmerlieden waren, werden opgevolgd door de familie Slotboom, die er tot enkele jaren geleden woonde.

Voor het derde (en vierde) deel van de Stokkersweg wil de gemeente kennelijk de huidige naam handhaven. Ik vind dat onjuist, omdat deze weggedeelten geïsoleerd liggen van de naamgever, de Stokkersbrug. Deze gedeelten liggen volop in het Oldeneibergse Veld, waarnaar ze eventueel vernoemd kunnen worden, bijv.’Brasmansdijk’.

D. Oldeneibergse Dijk
Het gedeelte van de Oldeneibergse Dijk ten westen van de nieuwe N18 krijgt ook een nieuwe naam. Deze weg, die loopt vanaf erve Bretveld aan de Borculoseweg tot de kruising met de Kiefteweg bij bouwbedrijf Penterman, was bedoeld als ontsluitingsweg voor de Oldeneibergse boeren naar hun gronden in de mark van Eibergen. In het aanbiedingsplan van 1856 werd de aanleg van deze weg als volgt gemotiveerd: ‘een weg tevens tot communicatie buiten de mark aanvangende nabij Bretveld aan den weg van Borculo door de buurt naar Eibergen, en loopende in eene zuidoostwaardsche strekking langs Kolthof, Jorde, Spekgat, Kroep en Jukkert tot aan den zuidoostelijken uithoek dezer mark, aldaar rakende den weg van Groenlo naar Eibergen en aangewezen door de letters S, T, U, V, W, [zie bovenstaand kaartje] met geen ander doel dan alleen om, zoover nodig, aan Kolthof, Eskert, Hannink, Vaarwerk, Bumpthuis, Kuiper, Bras en Jukkert, aan wien uit de Eibergsche mark gronden zijn toegedeeld, meerder zuidwaards dan voormelden weg van Groenlo naar Eibergen gelegen, eenen aanmerkelijk korteren toegang tot dezelve te verschaffen dan thans het geval is, namelijk door het dorp Eibergen’.

De Oldeneibergse Dijk in de nazomer van 2016. Hier kruist de nieuwe N18 binnenkort deze in 1856 ontworpen markenweg. Het is een prachtige zandweg die binnendoor leidde naar Haarlo.

In de nabijheid van het te hernoemen gedeelte van de Oldeneibergse Dijk staat slechts één oude boerderij, nl. Kolthof, vanaf 1479 onder de naam ‘ter Lippe’ een leengoed van de Heren van Wisch (die in Eibergen zeer gegoed waren), en later een bezit van het Gasthuis van Vreden.

Het erve Kolthof, een van de gewaarde erven in de mark van Olden Eibergen.

E. De Kormelinkweg
De gemeente is voornemens om het gedeelte ten westen van de nieuwe N18 een nieuwe naam te geven. Daar moet nog eens over nagedacht worden, vind ik. Want de naamgevende boerderijen, Groot Kormelink en Klein Kormelink (genoemd in 1385 als Kernemerynck), komen na de bouw van de N18 nu juist aan deze te hernoemen westzijde te liggen. Historisch gezien is het m.i. daarom juister om de oostzijde te hernoemen. De Kormelinkweg is een echte markenweg, bedoeld om de eigenaren toegang te geven tot de aan hen toegedeelde markengrond. Hij hoorde tot de categorie, waarvan de Commissie tot de verdeling van de mark van Olden Eibergen in 1856 schreef: ‘Alle overige geprojecteerde wegen of gedeelten van dezelve, ofschoon ook tevens tot onderling verkeer kunnende strekken, zijn slechts dienstbaar tot uitwegen voor de toe te deelen parcelen’. Historische veldnamen, anders dan het Oldeneibergse Veld, de al genoemde erven Kormelink, het Kormelinkslat en het erve Poel of Pool hebik niet kunnen vinden. Voor het oostelijk gedeelte is een naam als ‘Grintebulten’ (nu vijver achter villa Vinkennest) denkbaar.

Het Oldeneibergse Veld vanaf de Kormelinkweg in de as van de hier kruisende nieuwe N18, voorjaar 2015.

F. Kiefteweg

Op maandag 6 maart 2017 stonden er voor het eerst stoplichten op de Kiefteweg in Olden Eibergen. Dat heeft te maken met de werkzaamheden in het kader van de bouw van de nieuwe N18, die hier de Kiefteweg kruist. Op de achtergrond de bebouwde kom van Eibergen.

Nog niet zo heel veel jaren geleden werd de toenmalige Hupselseweg gesplitst: binnen de bebouwde kom van Eibergen behield hij die naam. Het stuk daarbuiten, met de nieuwe aansluiting op de Groenloseweg (N18),  kreeg de naam Kiefteweg, naar het Hupselse erf de Kiefte, dat overigens aan de oostzijde van de Groenloseweg ligt. De nieuwe N18 doorsnijdt de Kiefteweg nog net in Olden Eibergen. Voor het deel tussen de nieuwe N18 en de Deventer Kunstweg, dus het gedeelte dat nagenoeg geheel in de oorspronkelijke buurschap Hupsel ligt, wordt een nieuwe naam gezocht. Er liggen enkele oude en in de mark van Hupsel gewaarde erven in de nabijheid van die weg. Het betreft Hulsink (1330), Leppink (vóór 1340), Alferink, Bruinink en, wat minder oud, Pasop en de Scheper. Er is al een Bruininkdijk, dus die naam valt af. Het lijkt mij dat een van deze erven de naamgever zal moeten worden, waarbij ik een lichte voorkeur heb voor een vernoeming naar Hulsink, Leppink of Alferink, als behorende tot de groep oude erven rondom de Hupselse Es.

Detail van de kaart met de ontworpen wegen in de mark van Hupsel, 1843. Enkele thans bestaande straatnamen zijn aan de kaart toegevoegd. De nieuwe N18 kruist de Kiefteweg in Olden Eibergen (bovenin). Wel staan enkele boerderijnamen op de kaart, die gesitueerd zijn in de nabijheid van het te hernoemen deel van de Kiefteweg in de buurschap Hupsel. Let ook op de situering van het erve de Kiefte of ‘Kiewiet’, op de grenzen van de marken van Hupsel, Eibergen en Olden Eibergen.

G. Venneslatsweg
Deze straatnaam is al toegekend. Dit wegdeel ligt in de buurschap Olden Eibergen, maar de naam is te herleiden tot het Venneslat in de mark van Eibergen en lag ten westen van de huidige Groenloseweg (N18) ter hoogte van het huidige industrieterrein De Kiefte.

Detail van de wegen- en waterleidingenkaart van de mark van Eibergen, behorend bij het verdelingsplan voor die mark, 1851. Het Venneslat wordt aangegeven met de letter G. In de nabijheid lag het Hofveen, waar turf gestoken werd voor het Hof van Borculo. Dat was een dienstverplichting voor de boeren van Hupsel, die dat konden afkopen met de jaarlijkse betaling van ‘turfgeld’.

H. Ballastweg
De huidige, vrij nieuwe weg op het industrieterrein De Kiefte, wordt gesplitst door het afrit Eibergen/De Kiefte van de nieuwe N18. Een deel krijgt een nieuwe naam. Omdat dit allemaal ontginningsgebied is, dat na de markenverdelingen toegedeeld werd aan nieuwe eigenaren. Een oude veldnaam in dit gebied is het Hofveen of Hofvenne, maar er is in het dorp Eibergen al een straat met deze naam. Het veldnamenboek van Eibergen biedt mogelijk enkele aanknopingspunten.

I. Groenloseweg
De huidige Groenloseweg dateert uit de jaren ’50 van de 19de eeuw. Op de kaarten van de markverdeling van Hupsel heet die weg al zo.

De huidige Groenloseweg (N18) ter hoogte van de Ballastput en kruising met de Hupselsedwarsweg. Op de achtergrond is de tijdelijke brug over de oude N18 zichtbaar. Het bouwverkeer voor de nieuwe N18 gaat er overheen. Dit stuk Groenloseweg zou best Oude Groenloseweg genoemd kunnen worden.

De Groenloseweg vanaf het punt waar de afslag Eibergen van de nieuwe N18 aansluit op de bestaande Groenloseweg/N18 tot de Kerkdijk, ter hoogte van het voormalige café De Keet moet een nieuwe naam krijgen. Een lastig geval, omdat een deel van de weg met gemak en met respect voor de historie ‘Oude Groenloseweg’ genoemd kan worden, maar lastig omdat het deel van die weg dat ten oosten van de nieuwe N18 parallel gaat lopen aan die weg, een geheel nieuwe weg is. Een naam als ‘Weg naar de Keet’ is denkbaar, en herinnert ook aan het verdwenen truckerscafé in Hupsel. Een optie is ook ‘Oude Twenteroute’, naar de benaming van de oude N18 in de volksmond van de Achterhoek.

J. Aansluiting Eibergen
De aansluitingsweg van de nieuwe N18 op de oude krijgt de naam Groenloseweg. Dat is goed verdedigbaar.

Bericht van de gemeente Berkelland in Achterhoek Nieuws van 7 maart 2017 over de straatnaamgeving die noodzakelijk wordt i.v.m. de bouw van de nieuwe N18.

Aanvulling 21 juli 2017

De gemeente Berkelland maakte deze week de definitieve straatnamen bekend. Na het nodige overleg, met betrokken aanwonenden en Historische Kring Eibergen, is het eindresultaat zondermeer positief. Mijn nieuwere suggestie om de Kiefteweg ten westen van de nieuwe N18 om te dopen tot Hupselse Markenweg i.p.v. vernoeming naar een van de oude boerderijen  is overgenomen. Daarmee wordt recht gedaan aan het gegeven dat deze weg ontstaan is in het kader van de markenverdeling in de 19de eeuw. Dat de Stokkersweg vanaf de Needseweg tot de nieuwe N18 bij de Stokkersbrug vernoemd wordt naar het erve Biezebeek is geheel terecht, omdat het het oudste erf in het noordelijk deel van Olden Eibergen is.

Het erve Biezebeek in Olden Eibergen wordt naamgever van de hier te vernoemen Stokkersweg vanaf Needseweg tot Stokkersbrug. doodlopende Leugemorsweg.

Hulde dus aan de gemeente Berkelland en de Historische Kring voor het goede overleg en het prima eindresultaat.

Bennie te Vaarwerk

 

Please follow and like us:

Naamgeving viaducten en Berkelbrug nieuwe N18

Er wordt hard gewerkt aan de nieuwe N18 tussen Enschede en Groenlo. Momenteel worden de zandbanen aangelegd en dat geeft een prachtig kijkje in de geschiedenis van de bodem. In de buurschap Hupsel, bijvoorbeeld, kun je oude grintgaten vinden, waar grint voor aanleg van wegen (bijv. voor de weg Ruurlo-Winterswijk) werd uitgegraven, gezeefd en vervolgens weer gedicht werden, op enkele uitzonderingen na, zoals de ballastputten en restanten van grintgaten in bosschages naast de huidige N18.  Je ziet ook dat de samenstelling van de bodem in een betrekkelijk klein gebied  sterk wisselt:  in Hupsel is de bodem erg grintachtig, en in Olden Eibergen bestaat hij hoofdzakelijk uit  zand. Verderop, richting Mallem, zijn weer meer kleileemresten te verwachten. Een veldnaam als de ‘Weusten Es’ (woeste es) herinnert aan die onvruchtbare bodem. Kortom, ondanks de verwoesting van cultuurhistorisch landschap door de nieuwe N18, het is momenteel een interessante tijd voor de liefhebbers van geologie, geomorfologie en archeologie.

De archeologen zijn (met mager resultaat) vertrokken. De oorspronkelijke bodem van deze bouwkamp aan de Leugemorsweg in Olden Eibergen, aangelegd op een rivierduin, blijft verweesd achter totdat er de te verleggen weg richting Stokkersbrug overheen komt.

Intussen zijn de vergunningen aangevraagd voor de bouw van viaducten, bruggen en tunnels. In betrekkelijke stilte hebben die een naam gekregen. Deze week stuurde Rijkswaterstaat mij op verzoek een lijstje met de namen van de nieuwe kunstwerken. Hier de namen van  kunstwerken die in het tracé in de voormalige gemeente Eibergen gebouwd worden:

Nr. Km. Kunstwerk Naam
8 236,4 Fietstunnel Kerkdijk l Hupsel
9 238 Viaduct over N18 Nieuwe verbindingsweg aansluiting Eibergen De Kiefte
10 239,6 Viaduct over N18 Lintveldseweg Vinkennest
11 240,5 Viaduct over N18 N822 (Borculoseweg) Olden Eibergen
12 241,1 Brug over Berkel N18 – Berkel en fietsverbinding Stokkert
13 242,2 Viaduct over N18 N823 (Needseweg) Leugemors
14 242,9 Fietstunnel Oude Needseweg Bijenkamp

Ik heb de nummers van de kunstwerken verwerkt in een huisnummerkaart van de gemeente Eibergen uit 1969 (toen de wegen in het buitengebied een naam kregen):

De wat mij betreft meest onzinnige keuze is die van de naam ‘Vinkennest’ voor het viaduct in de Lintveldseweg over de N18 (nr. 10) in Olden Eibergen. Dit viaduct wordt gebouwd in het Oldeneibergse Veld, waarnaar het dan ook genoemd had moeten worden.

De kruising van de Lintveldseweg met de Stokkersweg. Van de Lintveldseweg (links) splitst zich hier de Oude Borculoseweg ag (rechts). Deze laatste weg wordt als gevolg van de doorsnijding door de nieuwe N18 afgesloten. In het bos op de achtergrond was tijdens de Tweede Wereldoorlog een kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst gevestigd. Een herinneringsplaquette langs de nieuwe weg zou niet misstaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het viaduct over de Borculoseweg (nr. 11) heeft de naam ‘Olden Eibergen’ gekregen. Ook die naam getuigt op deze plek van te weinig historische kennis. Dit viaduct ligt helaas als een bult op de Oldeneibergse Es, die dan ook de naamgever had moeten worden. Het viaduct lijkt overigens een ernstige belemmering te worden voor het zicht op Eibergen vanuit de richting Haarlo. Vanaf  de Eibergse kant is het nu definitief onmogelijk geworden nog iets te beleven van de baan van de tornado van 1 juni 1927, dit jaar precies 90 jaar geleden, ook al omdat de (op zich nu gevaarlijke) kruising met de Stokkersweg verdwijnt en verplaatst wordt. Nooit meer zal het verhaal verteld kunnen worden van de automobilist die op die dag vanuit Eibergen komende voor de kruising moest stoppen voor de ‘overstekende’ tornado. Eerder heb ik daar o.a. over geschreven:

In het tijdschrift Hemel en Dampkring van juli 1927 is een verslag te lezen van hetgeen W.K. Post uit Amsterdam op de bewuste dag meemaakte, toen hij van Eibergen naar Haarlo reed. Hij was een toevallige ‘stormchaser’, zoals de tegenwoordige avonturiers genoemd worden die in de Verenigde Staten op tornadojacht gaan. Op de Eibergse Es gekomen (toen nog praktisch onbebouwd) zag Post aan de horizon een onheilspellende wolk. Het was een afhangende wolk, die volgens een schetsje vrij stomp, maar wel trechtervormig was. De wolk was niet scherp belijnd en eindigde in een veel ijler kolom:

“Toen de wolk nader kwam, zag men in het onderste gedeelte de draaiing zeer, zeer duidelijk van links naar rechts. Vlak bij zijnde zag men nog duidelijk de daarin aanwezige wolkjes den cirkelgang maken. Om de wolk zag men donkere voorwerpen rondslingeren. Ze maakten op afstand den indruk van groote zwarte vogels. (…)
Links van ons, dus ten zuiden van den weg Eibergen – Haarlo, lag een boerderij, die na afloop der bui voor een groot deel van pannen beroofd was. [Dit moet of Florijn/Slotboom of Kolthof zijn geweest, BtVw] Hoe ze verdwenen heb ik niet gezien. M’n aandacht was gespannen bij de wolk, of we er buiten bleven of niet. Op een 50 meter afstands is ze ons gepasseerd. Ik zat vooraan, dus zag op den weg: daar ging een blauw-grijze wolk over den weg, waartegen de groote golven van geel hooi uit een verwaaiden hooiberg scherp afstaken”.

Ook de tornado van 1 juni 1927 verdient een monument in Eibergen, want dat is er helemaal nog niet. Misschien kan er iets gedaan worden in combinatie met dat geheel nieuwe landschapselement in het Berkeldal, dat in de volksmond al de ‘eiberg’ genoemd wordt.

De huidige kruising Stokkersweg-Borculoseweg is een van de gevaarlijkste in Berkelland, ondanks allerlei maatregelen. Door de aanleg van de nieuwe N18, die iets voorbij dit punt de Borculoseweg kruist, verdwijnt deze gevaarlijke kruising.

 Het viaduct over de Needseweg (nr. 13)  in Mallem heeft de naam ‘Leugemors’ gekregen, een van de grote gewaarde erven in de mark en buurschap Olden Eibergen. De gesloopte huizen aan de ‘fietsspoorbaan’ stonden nog net op Mallems grondgebied. Hoewel het erve Leugemors niet ver weg ligt, was hier een vernoeming naar de Leugemorshoek meer op zijn plaats geweest. In de notulenboeken van de Mark van Mallem komt die naam voor als benaming van het westelijk gedeelte van die buurschap. In de loop van de tijd werden ook de ten noorden van de Berkel in Olden Eibergen gelegen boerderijen en huizen ertoe gerekend. De buurtvereniging Leugemorshoek bestrijkt in ieder geval dat gehele gebied. Alternatieve benamingen voor dit viaduct hadden kunnen zijn: Bals, naar een oud geestelijk goed van de kerk van Eibergen. Het ligt  nu aan de Needseweg, maar vroeger lag het  meer in de richting van de huidige Leugemorsweg en voormalige spoorbaan. Voorts:  de Haanhutte, naar het voor de nieuwe weg gesloopte kleine boerderijtje tussen Watergaitjan aan de Needseweg  en Alferink aan de Wolinkweg. Ook het dichtbij het viaduct gelegen en inmiddels gesloopte erfje annex café Watergaitjan was een optie geweest.

Links van de Needseweg komt het nieuwe viaduct over de N18. De nieuwe weg zelf wordt aangelegd tussen het derde en vierde spoorbaanhuis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De brug (nr. 12) in de nieuwe N18 over de Berkel krijgt de naam ‘Stokkert’. Dit is een naam voor een perceel nabij de Stokkersbrug, die er mogelijk ook zijn naam aan ontleende. Wat meer historisch onderzoek had ook kunnen leiden tot de keuze voor de naam ‘Markenbrink’, eveneens een perceel nabij de Stokkersbrug, maar wel een perceel met geschiedenis. De Markenbrink was, zoals de naam kan suggereren, grond van de mark van Olden Eibergen. Deze grond werd eeuwenlang verpacht om met de opbrengst de Stokkersbrug, die een markenbrug was, en de markenwegen te onderhouden. Ook werd de pachtopbrengst gebruikt voor het Oldeneibergse  aandeel in het onderhoud van de  kerkhofmuur of ‘glinde’ rondom de oude Eibergse kerk. Toen de mark verdeeld werd (1853) werden de opbrengsten van de verkoop van de Markenbrink gereserveerd voor het onderhoud van Stokkersbrug en markenwegen.

Detail van een kaart van de verdeling van de mark van Olden Eibergen, midden 19de eeuw. De perceelnummers 248 (direct ten zuiden van de brug) en 247 (huidige Stokkersweg) behoorden aan de mark. Het perceel met het nummer 249 hoorde in 1810 toe aan Jacobus te Baak. Dat perceel heette het ‘Krommeland’. Wie het zich nog kan herinneren weet, dat in de bocht van de Stokkersweg ten noorden van de Berkel, nog tot in de jaren ’60 een restant van de hierboven afgebeelde Berkeltak zichtbaar was.

Dan de fietstunnel in de Oude Needseweg (nr. 14), die de naam ‘Bijenkamp’ krijgt, naar het naastgelegen Sportpark en historische veldnaam. Een goed alternatief was de naam ‘Mallerhaar’ geweest. Op een provinciale kaart uit 1845 wordt het aangrenzende Needse gebied (dat behoorde tot het veld van de mark van Hoonte) genoemd als het ‘Mallerhaarsche Veld’. De Mallerhaar, als onderdeel van het Mallemse Veld, kreeg door de Eibergse  predikant-dichter Willem Sluiter bekendheid:

De Mallerhaer
Brand u in den heeten Somer
Op de Mall’mer Haer, de son/
Word daer door als dan niet loomer/
Maer stelt God daertoe een bron.
Hebt gij/ langs die dorre heyde/
Blad noch schaduw tot verdek/
Dat dan God/ met sijn geleyde/
Tot uw ziels verquikking strekk’.
Detail van de kaart met de ontworpen wegen en waterleidingen in de mark van Mallem ten behoeve van de verdeling, 1839. Op deze kaart zijn de oude en nieuwe wegen getekend. Zo blijkt dus de Leugemorsweg tussen Lubbersman (Te Nijenhuis) en Vunderink een markenweg te zijn. Dat geldt ook voor de huidige Rietmolenseweg, Mallemer Peppelendijk en Woestenesweg. Ook de markenstenen op de grens met Hoonte worden vermeld. De nieuwe N18 loopt hier een klein stukje door Mallem, beginnend bij ‘Q’, vervolgens over de weg van Neede naar Oldenkotte (een oude hessenweg) en dan langs de grenzen van Eibergen, Neede en Haaksbergen verder. Bij de drie markenverdelingen die ik tot nu toe gezien heb, was één principe vrijwel steeds hetzelfde: de markenwegen en, zo mogelijk ook, de waterleidingen worden rechtgetrokken om tot een goede en goed opmeetbare verdeling te komen. Bij de nieuwe waterleidingen was een uitgangspunt dat deze van laagte naar laagte werden geleid, met als gevolg dat de lager gelegen marken al bezwaren indienden als zij het gevoel hadden benadeeld te worden.

Op de grens van de buurschappen Hupsel en Olden Eibergen, maar hoofdzakelijk in eerstgenoemde,  wordt de afslag Eibergen van de nieuwe N18 gerealiseerd. Ook hier komt dus een viaduct (nr. 9),  dat de naam De Kiefte krijgt. Daar was wel een betere naam te vinden. ‘De Kiefte’, is een ouder boerderijtje, dat lag in de mark van Hupsel tegen het punt waar de grenzen van de marken van Hupsel, Olden Eibergen en Eibergen bij elkaar kwamen. Het huis bestaat nog en ligt aan de oostzijde van de N18, niet ver van het punt waar de afslag van de nieuwe N18 op de huidige N18 aansluit. In tegenstelling tot de nieuwe afslag, ligt de Kiefte hoog in het (Hupselse) veld. Toen in het kader van de markverdelingen wegen en waterwegen ontworpen moesten worden, werden waterwegen aangelegd door natuurlijke laagten met elkaar te verbinden.  Vlakbij de Kiefte lag in de mark van Eibergen het Venneslat (een slat is een laagte. moerassig gebied). Het Venneslat werd gevoed door beekjes of goten in het Eibergse Veld. Het Venneslat werd naamgever van de Vennslatsgoot, die door een klein stukje Olden Eibergen liep om na het Hofveen de grens te vormen tussen de buurschappen of marken van Olden Eibergen en Hupsel.

Detail van een kaart van de mark van Eibergen, behorend bij het verdelingsplan, 1851. Het erfje de ‘Kiewit’ ligt in Hupsel tegen de grens met de marken van Eibergen en Olden Eibergen. Ook de Venneslatsgoot is te volgen via de mark van Olden Eibergen tot de grens met Hupsel.

Bij de verdeling van de marken van Hupsel en Olden Eibergen werd in onderling overleg afgesproken om de markgrens (denkbeeldig) recht te trekken om tot rechte en goed opmeetbare percelen te komen.
De mark van Olden Eibergen, verdeeld in 1855, leidde de Venneslatsgoot door het Hofveen naar de grens met Hupsel, zoals op bijgaand kaartje met het ontwerp van wegen en waterleidingen te zien is. Ik sta er zo uitvoerig bij stil, omdat dit een gebied is waarin een nogal ingrijpende ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt en het historisch gezien een knooppunt van drie marken is geweest.

Detail van een ongedateerde kaart van de geprojecteerde wegen en waterleidingen in de mark van Olden Eibergen. Het Hofveen heeft zijn naam te danken aan het feit dat hier de inwoners van Hupsel oorspronkelijk verplicht waren turf te steken voor de heer van Borculo. Ten tijde van de verdeling van de mark werd er nog turf gestoken door de inwoners van Olden Eibergen. Het lijkt erop dat de Stokkersweg ten zuiden van de Kuipersweg ontworpen is om dit gedeelte van de Oldeneibergse mark (het Hofveen) te ontsluiten.

In het Oldeneibergse verdelingsplan, heet het voetpad van Hupsel naar Eibergen nog het ‘Hupselsche Kerkdijkje’, thans (nog) de Wesselsdijk. In het eenvoudige Hupselse wegen- en waterleidingenplan zijn nauwelijks ontwikkelingen in het noordoostelijk deel waar te nemen. We zien er vanaf de weg Eibergen-Groenlo, het begin van de Hupselse Dwarsweg (naar Wessels), de Borkinkweg, die dan nu voor een deel verdwijnt onder het asfalt van de nieuwe N18, de Kerkdijk en de Eimersweg (wegnamen vanaf 1969). De Eimersweg ten oosten van de weg Eibergen-Groenlo wordt eveneens doorsneden door de nieuwe N18 en houdt daarmee eigenlijk op te bestaan.

Detail uit de kaart van geprojecteerde wegen en waterleidingen in de mark van Hupsel, 1843. De buurschap is geheel geconcentreerd rond de Hupselse Es, het erve Bruinink uitgezonderd. Slechts hier en daar hebben in het veld het veld ontginningen plaatsgevonden, zoals rond de Kiewiet. Op de kaart is de denkbeeldige grens tussen Hupsel en Olden Eibergen getekend, die het verdelingswerk gemakkelijker moesten maken. Feitelijk was de Venneslatsgoot de grens tussen beide marken.

Voor het viaduct over de N18 bij de afslag Eibergen (nr. 9) had m.i. beter gekozen kunnen worden voor de naam Hofveen (of Hofvenne), dat in de directe nabijheid lag. De echte Kiefte komt door de nieuwe N18 eerder verderaf dan dichterbij te liggen.

De benaming ‘Hupsel’ voor de fietstunnel (nr. 8) getuigt ook al niet van veel historisch besef. Namen als ‘De Keet’ of ‘Hupselse Veld’ hadden dan meer voor de hand gelegen, temeer daar de naam ‘Hupsel’ de naam is van een boerderij aan de Hupselse Esweg, dus een eind weg: Scholte (van) Hupsel of Scholte(n). Het voormalige truckerrestaurant ‘De Keet’ is gebouwd op bij de markverdeling aan J.H. Schurink op Eimers toegedeelde veldgrond.

Bennie te Vaarwerk

 

Please follow and like us:

Van oud naar nieuw: terugblikken en vooruitkijken

Laatste bladzijde van het vonnis van het Hof van Gelderland in de zaak tussen graaf Joost van Limburg Stirum en de vorstbisschop van Münster, 1615.
Laatste bladzijde van het vonnis van het Hof van Gelderland in de zaak tussen graaf Joost van Limburg Stirum en de vorstbisschop van Münster, 1615.

Het afgelopen jaar 2016 stond in het teken van de vierhonderdste verjaardag van de incorporatie van de Heerlijkheid Borculo in de provincie Gelderland en Graafschap Zutphen. Die gebeurtenis, die een aanvang nam met het vonnis van het Hof van Gelre en Zutphen op 20 december 1615, en vervolgens uitgevoerd werd in januari (Lichtenvoorde) en februari 1616 (Borculo), is misschien wel het meest bepalend geweest is de geschiedenis van beide gebieden. Zonder dat vonnis was Borculo waarschijnlijk geëindigd als Duits grondgebied. Aan deze gebeurtenissen werd alleen in Borculo en Lichtenvoorde aandacht geschonken, maar niet in Eibergen, Geesteren  en Neede, plaatsen die in 1615 ook overgingen van Münster naar Gelderland. Een van de gevolgen van de overgang was dat de kerken in de Heerlijkheid in calvinistische zin werden hervormd. In Lichtenvoorde en Borculo werd de hervorming hoogstpersoonlijk ingevoerd door de grote Zutphense predikant Wilhelmus Baudartius.  Alleen in de kerk van Borculo werd bij deze gebeurtenis stilgestaan. Hier lieten alle andere plaatsen verstek gaan. Het is te betreuren dat enkele heemkundekringen zo weinig historisch besef aan de dag leggen.

Grafmonument voor vorstbisschop Christoph Bernhard von Galen in de Domkerk van Münster.
Grafmonument voor vorstbisschop Christoph Bernhard von Galen in de Domkerk van Münster.

De poging, in 1665-1666, van vorstbisschop Christoph Bernhard von Galen om de Heerlijkheid Borculo te heroveren op Gelderland en de Republiek, liep op een grote mislukking uit. Weliswaar werd het gebied veroverd en voerde Von Galen zelf de troepen aan die Borculo belegerden en (snel) bezetten,  maar al voor het eind van het jaar 1665 was duidelijk dat de verovering moest mislukken. Dit ‘landoorlogje’ (Poelhekke) heeft altijd in de schaduw gestaan van de oorlog die in 1672 uitbrak, ons ‘Rampjaar’.  Aan de ‘Eerste Münsterse Oorlog’ kwam een eind op 18 april 1666 toen de Vrede van Kleef werd gesloten en Von Galen al zijn bezette gebieden weer op moest geven en de Heerlijkheid Borculo weer terug moest zetten naar de verhoudingen van vóór de oorlog. Overigens werden de  bepalingen van Kleef  in 1674 in de Vrede van Keulen bevestigd.

Koopcontract Borculo en Lichtenvoorde, 27-12-1776
Handtekening en zegel van stadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau onder het koopcontract van de heerlijkheden Borculo en Lichtenvoorde, 27 december 1776 op ‘Ons Hoff te ’s Graevenhage’ (= het Binnenhof).

Wat de Heerlijkheid Borculo (en Lichtenvoorde) betreft, werpt een nieuw jubileum alweer zijn schaduw vooruit. In 2026/2027 kan de 250ste verjaardag herdacht worden van de aankoop van de Heerlijkheden Borculo en Lichtenvoorde door stadhouder Prins Willem V, die daardoor Heer van Borculo en Lichtenvoorde werd. Op 27 december j.l. was dat precies 240 jaar geleden.

Laatste bladzijde van het verdrag tussen Gelderland en Münster over de plaatsing van stenen op de overeengekomen grens, 1766. (GldA)
Laatste bladzijde van het verdrag tussen Gelderland en Münster over de plaatsing van stenen op de overeengekomen grens, 1766. (GldA)

Een ander jubileum  van formaat had betrekking op de herdenking van de 250ste verjaardag van het verdrag van Burlo van 1765, dat de grenzen tussen Gelderland en Münster grotendeels definitief vastlegde. De fraaie stenen, voorzien van de wapens van beide landen en het jaartal 1766 getuigen daar nog van. Het jubileum werd regionaal opgepakt, met o.a. een tentoonstelling en een brochure. Die laatste maakte het gemis aan een goed historisch onderzoek echter niet goed. Op regionaal en provinciaal niveau kreeg de landsgrensvaststelling van 1766 weinig aandacht. Dat geldt zeker voor de grens tussen de Heerlijkheid Borculo en het kerspel Vreden.

In november verscheen een fraai vormgegeven boek met artikelen van ‘streekhistoricus’ Hendrik Odink. De liefhebbers van de regionale geschiedenis zouden wellicht nog meer gediend zijn met de publicatie (op het internet) van diens onuitgegeven geschriften en – vooral – van diens aantekeningen. Datzelfde geldt ook voor Odinks grote voorbeeld, meester Heuvel.

Bij de tentoonstelling van de missaalrest op 10 september 29016 is een doorlopende diavoorstelling gemaakt. Hierin wordt ingegaan op de achtergronden van het document en de Reformatie tussen 1517 en 1616 in Eibergen in het bijzonder.
Bij de tentoonstelling van de missaalrest op 10 september 29016 is een doorlopende diavoorstelling gemaakt. Hierin wordt ingegaan op de achtergronden van het document en de Reformatie tussen 1517 en 1616 in Eibergen in het bijzonder.

De vondst van een missaalrest in het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers verschafte een mooie gelegenheid om iets over de achtergronden van de 16de eeuwse kerkhervorming in Eibergen te vertellen.

2016 was ook het jaar waarin een begin werd gemaakt met de aanleg van de nieuwe N18 ten westen van Eibergen. Hij doorkruist enkele archeologisch waardevolle gebieden in Hupsel en Olden Eibergen. Mogelijk (en eigenlijk ook hopelijk) werpen de opgravingen in Olden Eibergen aan weerszijden van de Berkel een licht op de nog ongeschreven geschiedenis van Eibergen. De nieuwe weg scheert rakelings langs een perceel dat vroeger de naam ‘Kerkhof’ droeg. In januari 2017 zal meer duidelijk worden. De nieuwe weg maakt op veel plaatsen een bruut einde aan de infrastructuur die in wezen in de 19de eeuw met de verdeling van de marken van Hupsel, Olden Eibergen en Mallem is ontstaan en die tot de aanleg nog goed in het landschap zichtbaar was. Ik hoop in de loop van 2017 nog op deze veranderingen terug te komen.

De 'Kastanjefabriek' is eindelijk weer onder de pannen, kerst 2016.
De ‘Kastanjefabriek’ is eindelijk weer onder de pannen, kerst 2016.

In 2017 is het 180 jaar geleden dat Eibergen zijn eerste vaste oeververbinding kreeg met Mallem. De ‘Nieuwe Brug’ (zo heet hij nog steeds) krijgt in 2017 een opvolger als een nieuwe brug over de Berkel in Olden Eibergen wordt gebouwd voor de nieuwe N18. Deze brug, die iets ten westen van de Stokkersbrug wordt gebouwd, ligt in een gebied dat ooit de ‘Markenbrink’ heette. De mark van Olden Eibergen heeft dit perceel in het Berkeldal steeds onverdeeld gelaten, want de pachtopbrengst werd gebruikt voor het onderhoud van de Stokkersbrug (die een markenbrug was)  en weg naar Neede,  en, in een verder terugliggend verleden, voor het onderhoud van het Oldeneibergse aandeel in de ‘glinde’ of kerkhofmuur rondom de Eibergse kerk. De bouw van de ‘Nieuwe Brug’ had alles te maken met de komst van textielfabrikant J.B.P. Bouquié naar Eibergen. Die vestigde zijn fabriek aan de noordzijde van de Berkel op een perceel veldgrond van de mark van Mallem. Die fabriek staat er nog steeds en is, althans wat het buitenmuurwerk betreft, grotendeels ongewijzigd gebleven. Misschien is deze fabriek nog wel het enige textielmonument in Oost-Nederland uit de pionierstijd van de textielindustrialisatie in de Noordelijke Nederlanden na de afscheiding van België in 1830. Momenteel wordt de ‘Mallemse fabriek’, ‘Kastanjefabriek’, ‘fabriek van Bouquié’ of ‘Gemavo’ verbouwd tot hotel. Het belooft een fraai visitekaartje voor Eibergen te worden.

De ‘Nieuwe Brug’ bij Eibergen werd in december 1837 zwaar op de proef gesteld bij één van de grootste overstromingen van de Berkel, waardoor de brug bijna wegspoelde. Deze brug is overigens het begin geweest van de latere N18. In de jaren ’50 van de 19de eeuw werd de grote weg van Groenlo door Eibergen (Groenloschestraat/Hagemanstraat) aangelegd. Eibergen kreeg zijn eerste rondweg in de jaren ’30 van de 20ste eeuw: de huidige burgemeester Wilhelmweg.

Jarenlang hing dit bord bij de collectie mircofilms in de Borculose Bibliotheek in het Hof aldaar.
Jarenlang hing dit bord bij de collectie mircofilms in de Borculose Bibliotheek in het Hof aldaar.

Tenslotte werd de opheffing van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo eindelijk een feit. Bestuurlijk liep het al langer moeizaam, terwijl anderzijds veel bronnen inmiddels gedigitaliseerd zijn en via websites beschikbaar zijn gekomen. Een belangrijk doel, het nader toegankelijk maken van de oud-rechterlijke archieven van Stad en Heerlijkheid is ook grotendeels gehaald. De indexen staan op deze website en zijn inmiddels ook aan het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers beschikbaar gesteld. Zo af en toe zal er via deze site nog een nieuwe index aan toegevoegd worden. De collectie microfilms wordt ondergebracht bij de Historische Vereniging Borculo, nadat daartoe overleg is geweest met de vier gemeentelijke heemkundekringen. Het archief van de SSHB is ondergebracht bij het Erfgoedcentrum.

De auteur van dit blog/website op het (voormalige) bouwland de 'Heugte', het land aan de Leugemorsweg in Olden Eibergen, voor het al uitgegraven tracé van de nieuwe N18.
De auteur van dit blog/website op het (voormalige) bouwland de ‘Heugte’, het land aan de Leugemorsweg in Olden Eibergen, voor het al uitgegraven tracé van de nieuwe N18.

Rest mij mijn volgers en passanten een fijne jaarwisseling te wensen en alle goeds voor het nieuwe jaar 2017,

Bennie te Vaarwerk

 

 

Please follow and like us:

Rondje Eibergen 1

Het was weer eens zo’n dag om er met de fiets op uit te gaan voor een rondje Eibergen. Dat doe ik vaker, zeker nu de aanleg van de nieuwe N18 zijn schaduw vooruit werpt. Maar vandaag was er een extra reden, namelijk het bezoek van iemand van de Stichting Marke Mallem. Die organisatie heeft enkele jaren geleden gronden rond de Berkel in de buurschappen Mallem en Olden Eibergen in beheer gekregen. En nu zitten ze boordevol plannen, waarvoor ze ook mijn medewerking vroegen. Het betreft een plan om in het gebied weer markenstenen te plaatsen.

Een bewaard gebleven, zij het beschadigde, markensteen in Mallem, die, achter sportpark De Bijenkamp, de grens markeert met de Needse buurschap en marke Hoonte. Het gebied hier heet de Mallerhaar. dominee-dichter Willem Sluiter heeft er al over geschreven in de 17de eeuw.
Een bewaard gebleven, zij het beschadigde, markensteen in Mallem, die, achter sportpark De Bijenkamp, de grens markeert met de Needse buurschap en marke Hoonte. Het gebied hier heet de Mallerhaar. Dominee-dichter Willem Sluiter heeft er al over geschreven in de 17de eeuw.

Gelukkig zijn er in Mallem nog enkele originele exemplaren bewaard gebleven, o.a. achter sportpark de Bijenkamp, in het gebied dat vroeger de Mallerhaar heette. Het vervelende is alleen, dat de markenstenen geplaatst moeten worden in het gebied tussen de Oude en Nieuwe Berkel in Eibergen/Mallem, vanouds nat weideland (niet voor niets naar de ligging bij de Mallemse Molen de Molenmors genoemd), dat al eeuwen particulier bezit was. En markenstenen treffen we in de historie vooral aan op ooit betwiste veldgrond, die in onze contreien tot in de negentiende eeuw gemeenschapsgrond was. Conflicten over gebruiksrechten waren meestal aanleiding om die stenen, vaker nog palen of zandhopen, te plaatsen. Het lastige is nu, wat je moet doen met markenstenen in een gebied dat al heel lang geen gemeenschappelijke grond meer is. De nieuw te maken stenen moeten dan ook verwijzen naar de grenzen van het nieuwe gebied in Mallem dat door de Stichting Marke Mallem beheerd wordt. De enige historische connotatie zou m.i. kunnen zijn dat hetzelfde formaat zandstenen als in de Mallerhaar gebruikt wordt (25 x 23 cm en ca. 1 meter boven de grond).

De 'Villa Smits', voormalig bestuurscentrum van de gemeente Eibergen na de sloop van de kantoorvleugels. De hogere ligging t.o.v. de omgeving valt op: een restant van de motte die hier ooit lag?
De ‘Villa Smits’, voormalig bestuurscentrum van de gemeente Eibergen na de sloop van de kantoorvleugels. De hogere ligging t.o.v. de omgeving valt op: een restant van de motte die hier ooit lag?

Een ander plan van de Stichting Marke Mallem betreft het in gebruik nemen van het oude gemeentehuis van Eibergen (‘villa Smits’) als ‘Berkelcentrum’. Afgelopen jaar werden de kantoorvleugels gesloopt en nu staat het oude gemeentehuis eenzaam en alleen op een bult te wachten op een nieuwe bestemming. De gemeente Berkelland wil op die locatie de band van Eibergen met de Berkel versterken, reden waarom de sloop plaatsgevonden heeft. Het is te betreuren dat de gemeente bij de herinrichtingsplannen geen rekening gehouden heeft met het historische karakter van die plek (‘de Borg’) en van het terrein tussen het Openluchttheater en Zalencentrum De Huve, (‘Borggraven’). De Borggraven, nu nog herkenbaar als een slecht onderhouden sloot, moet het terrein van de al in de middeleeuwen verdwenen burcht verbonden hebben met de Berkel. Nabij de plek van het gesloopte gemeentekantoor heeft men in 1988 een dichtgegooide gracht van zes meter breed en zes meter diep gevonden.  Vanwege de hoge ligging van Eibergen moest de gracht wel diep zijn om water vast te kunnen houden. Onder de nieuwbouw kwamen de sporen van een rond bouwwerk te voorschijn, dat omgeven was door een eigen gracht. Kortom dit moet wel de kern van het historische Eibergen zijn.  In de uitvoering van de plannen zouden Borg en Borggraven weer herkenbaar gemaakt moeten worden.

Op de Oldeneibergse Es op het N18-tracé tussen Stokkersweg en Groeneweg in Olden Eibergen  is een begin gemaakt met het dieper leggen van de aardgasleiding.
Op de Oldeneibergse Es op het N18-tracé tussen Stokkersweg en Groeneweg in Olden Eibergen is een begin gemaakt met het dieper leggen van de aardgasleiding.

De nieuwe N18 werpt zijn schaduw op diverse plekken in het buitengebied vooruit. Momenteel wordt gewerkt aan het dieper leggen van aardgasleidingen. De belangrijkste plek is de Oldeneibergse Es tussen Stokkersweg en Groeneweg. De laatste weg was ooit een drijfweg voor het vee van op of bij de es staande boerderijen naar het meer zuidelijk gelegen Oldeneibergse Veld. Er lijkt een groot gebied ontgraven te worden. Omdat er twee jaar geleden geen proefsleuven zijn gegraven in dit deel van de es, vraag ik mij af of er archeologische begeleiding plaatsvindt. Dat lijkt mij toch wel het minste voor in de regel zo’n interessante historische locatie. Vanmiddag heb ik er in ieder geval nog niets van gezien.

De werkzaamheden om aardgasleidingen dieper te leggen op het N18-tracé tussen de Leugemorsweg en de Stokkersweg ter hoogte van de Biezebeek-erven.
De werkzaamheden om aardgasleidingen dieper te leggen op het N18-tracé tussen de Leugemorsweg en de Stokkersweg ter hoogte van de Biezebeek-erven. Links op de achtergrond het in 1299 voor het eerst vermelde erve Biezebeek, rechts het in 1933 afgesplitste erve Nieuw Biezebeek.

In het ten noorden van de Berkel gelegen deel van de buurschap Olden Eibergen wordt eveneens gewerkt aan het dieper leggen van aardgasleidingen. Dat gebeurt hier in de Bosweide, die in zijn geheel ooit behoorde tot het in 1299 voor het eerst genoemde en omgrachte erve Biezebeek (linksachter). Die boerderij werd in 1933 gesplitst. Nieuw-Biezebeek staat rechts op de foto. Hoewel de Bosweide historisch en archeologisch niet erg waardevol is, kunnen in het deel bij Biezebeek (vóór de kapschuur) nog wel eens sporen van een diepe dubbele gracht zitten. Ik kan het weten, want Nieuw-Biezebeek mijn geboortehuis. Bij het graven van een scheidingssloot in de Bosweide kwamen in de jaren ’80 twee scherpe profielen van diepe sloten tevoorschijn. Hopelijk komt er voldoende aandacht voor de archeologische begeleiding van de werkzaamheden rond de aanleg van de nieuwe N18.

Literatuur
K.J. Steenhouwer, Eibergen. Fietsen langs grenzen en graven. Archeologische routes in Nederland, 42 (Amersfoort 2004)

Please follow and like us: