e-mail: info@heerlijkheidborculo.nl

Introductiepagina
Geschiedenispagina
Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo

Stad en Heerlijkheid Borculo

Een beschrijving van steden en platteland van Borculo en Lichtenvoorde uit 1777

© BHM te Vaarwerk, 1999-2004

Inhoud:

De heerlijkheid Borculo

Ligging
Steden, dorpen en voogdijen
Stad en schependom Borculo
Buurschappen en marken onder de voogdij Geesteren
Buurschappen en marken onder de voogdij Eibergen
Buurschappen en marken onder de voogdij Neede
Buurschappen en marken onder de voogdij Beltrum
Bevolkingsstatistiek 1748

Bestuur van de heerlijkheid Borculo
Steden en gerichten in de heerlijkheid Borculo

De stad Borculo
Magistraat en stadgericht van Borculo
Het bestuur van de stad Borculo
Financiën van de stad Borculo
Stadsrekeningen Borculo 1773-1775
Gesteldheid van de stad Borculo
Stadsrentmeester
Kerken- en armengoederen van de stad Borculo
Kerkmeesters
Armenprovisoren
Verantwoording kerkenrekeningen
Magistraatsverkiezing te Borculo
Zaken van justistie/stadsgericht
Stadsdienaren en bodes van het land- en stadsgericht van Borculo

De stad Eibergen
Het stadsbestuur
Financiële administratie
Verpachting van de tol te Eibergen
Armenprovisoren van Eibergen
Kerkmeesters
Benoeming van bode en nachtwaker te Eibergen
Overige zaken het bestuur van de stad Eibergen betreffende
Jurisdictie

Het platteland van Borculo
Bestuur en financiën
Nadere beschouwing
Kerkgoederen en kerkmeesters van Eibergen, Neede, Geesteren, Gelselaar en Rekken
Provisorie van Geesteren en Neede
De Berkelschouw
Het onderhoud van de openbare wegen

De heerlijkheid Lichtenvoorde
Ligging
Leenroerigheid
Stad en buurschappen van Lichtenvoorde
Verdeling van stad en kring in rotten



























Bij de aankoop van de heerlijkheden Borculo en Lichtenvoorde in 1777, liet Prins Willem V van Oranje-Nassau een rapport maken over zijn nieuwe aanwinst. Een onderdeel van dat rapport, dat gemaakt werd door de domeinraden Van der Borch en Ardesch, betreft de "regering" of het bestuur van stad en heerlijkheid Borculo en stad en heerlijkheid Lichtenvoorde. Het "Rapport van de raaden Van der Borch en Ardesch wegens derzelver commissie in de nieuw aangekochte domeinen van Borculo en Lichtenvoorde in january des jaars 1777", zoals de volledige titel luidt, berust in het archief van de Nassause Domeinraad in het Nationaal Archief in Den Haag. De zeer lezenswaardige passages laten we hier in extenso volgen.

De heerlijkheid Borculo

"BORCULO

§ 1.  Legginge en aengrensende territoiren deeser heerlijkheid.
De heerlijkheid Borculo is gelegen in de provincie Gelderland in 't graaffschap Zutphen, werdende voor een groot gedeelte doorsneden van het riviertje de Barkel, van welke deselve haar naam ontleent, en die met eenige bijsondere armen langs het Huys en de stad Borculo stroomt.
Deselve werd gerekent in haar omtrek groot te weesen plusminus darthien uuren gaans, en grenst ten oosten aen de provincie Overijssel, ten zuyden aen het bisdom Munster, aen het schependom der stad Groenlo, en aen de heerlijkheden Bredevoort en Lichtenvoorde, ten westen aen het schoutampt van Lochem en het landdrostampt van de graaffschap Zutphen. En ten noorden mede aen het schoutampt van Lochem en de provincie van Overijssel.
 

§ 2.     Steeden, dorpen en voogdijen van deselve.
Deese heerlijkheid, waar toe de stad Groenlo voormaals mede heeft gehoort gehad, dog die in den jaare 1236 door Hendrik heer van Borculo aen Otto grave van Gelder en Zutphen is verkogt geworden, bevat actuel nog in sig: de stad Borculo en het open steedje Eybergen, nevens de vier kerkdorpen Geesteren, Gelselaar, Neede en Rekken. En is verdeelt in de stad en het schependom Borculo en de vier voogdijn, als 1) de voogdij Geesteren, 2) de voogdij Eybergen, 3) de voogdij Neede, en 4) de voogdij Belterum. 

De stad Borculo

§ 3.    De stad en het schependom van Borculo.
De stad Borculo, die op sig selvs niet seer groot nog fraay is, heeft een vrij geëxtendeert schependom, bestaande behalven eenige tuijnen, saay- en weydelanden kort onder de stad gelegen, in een eenige boerschap Dijke genaamt. Zijnde de stad verdeelt in 15, en het schependom in 2 rotten. Hebbende ieder Rot een afsonderlijke rotmeester en heeft sulks ook also plaats omtrent de hier na gemelte rotten of quartieren in de bijsondere voogdijn.

§ 4. Boerschappen en markten onder de voogdij van Geesteren.
Onder de voogdij Geesteren gehoren het dorp Geesteren, het dorp Gelselaar, de gehele boerschap van Gelselaar en wijders de boerschappen Lempel of Agteresch, den Kulsdom, den Ruspelhoek, anders Rusbroek genaamt, Over-, Nederbeel, Haarlo en Huurne. Zijnde verdeelt in twee markten als de markt van Geesteren en de markt van Gelselaer en in 8 rotten.

§ 5. Boerschappen en markten onder de voogdij van Eijbergen.
Tot de voogdij Eijbergen gehoren, behalven de stad Eijbergen, het dorp en de boerschap Rekken, mitsgaders de boerschappen den Holterhoek, Mallum, het Loo, Ouden Eijbergen en Hupsel. Zijnde verdeelt in twee markten, als de markt van Eijbergen en de markt van Rekken, en in 16 rotten.

§ 6.  Boerschappen en markten onder de voogdij van Neede.
Onder de voogdij Neede gehoren het dorp Neede en de boerschappen Brammelo, Loghuijsen, den Ruwenhoff, Hoonte en den Noorddijk. Zijnde verdeelt in vier markten, als de markt van Neede, die van Brammelo, die van Loghuijsen en die van Noorddijk, en in 24 rotten.

§ 7. Boerschappen en markten onder de voogdij van Beltrum.
En tot de voogdij Beltrum gehoren de boerschappen Beltrum, Lindvelde, Avest en Zwolle, zijnde verdeelt in twee markten, als die van Beltrum en die van Zwolle en in 13 rotten.  

§ 8.    Voorig denombrement der huysgesinnen of familiën, alsmede der in- en opgesetenen deeser heerlijkheid en of deselve zedert vermeerdert dan vermindert zijn.
Volgens bekomene informatien is in den jaare 1748 bij occasie van het betalen van de liberale gifte of den 50sten penning bevonden, dat de in- en opgesetenen der geheele heerlijkheid Borculo hebben bestaan in 1582 familiën of huysgesinnen, die door elkander werden gerekent te bestaan in 7474 personen sonder onderscheid van sexe en jaren, namentlijk:
                                                       huisgesinnen:      Personen:
 - in de stad Borculo                          207                        735
- in de stad Eybergen                        136                        544
- in de voogdij Geesteren daar-
  onder mede begrepen de boer-
  schap Dijke in het Schependom
  van Borculo                                     376                       1880
- in de voogdij Eybergen                   235                       1175
- in de voogdij Neede                        405                       2025
- en in de voogdij Beltrum                  223                       1115
 
                                                       -----                       -------
Dus te samen                                    1582                       7474

En is ons door de respective officianten versekert, dat over het algemeen genomen zeedert die tijd tot nu toe het getal der ingesetenen van deese heerlijkheid niet vermindert, maar eerder merkelijk vermeerdert is.

(...)

Regeeringe van de Heerlijkheid Borculo

 § 15. Onderscheidene magistraten en gerichten in de heerlijkheid Borculo.
Dat de objecten daar van zijn de saaken van policie [=bestuur], financie en justitie, en dat deselve respective gehoren tot de volgende vier onderscheidene collegien, welke in deese heerlijkheid plaats hebben, als:

          1. De magistraat en het stadgericht van Borculo.
          2. De magistraat der steede Eybergen.
          3. Het landgericht van de heerlijkheid Borculo.
          En 4. Het hooge so criminele als breukenbericht.

Van alle welke wij nu afsonderlijk sullen spreeken.

§ 16.   De magistraat en het stadgericht van Borculo.
Wat het eerste of de magistraat en het stadgericht van Borculo betreft, hetselve heeft vanouds bestaan, en bestaat ook alnog in de vier borgemeesteren, zijnde in judiciële saaken teffens schepenen of liever assessoren en een secretaris.  

§ 17.   Saaken van policie in de stad Borculo.
De voornoemde vier personen, die jaarlijks door den heer verkoren en aengestelt werden, hebben in qualiteit als borgemeesteren alleen de directie van en cognitie over alle de saaken van policie, sonder selvs dat den drost in de magistraatsvergaderinge sessie heeft, maar rouleert het praesidie ieder maand tusschen deselve, beginnende van den oudsten af, so dat ieder der borgermeester drie maanden in 't jaar praesideert.
De magistraat der stad Borculo heeft geene vast bepaalde vergaderingsdaegen, maar werd telkens wanneer er eenige saaken van policie en financie voorkomen door den praesiderende borgemeester geconvoceert.
Ook werden voor deese magistraat gepasseert alle voluntaire actens mitsgaders de transporten van alle onroerende goederen binnen de stad en desselvs schependom gelegen, waaromtrent wij als iets bijsonders moeten aanmerken, dat sodaene transporten voor borgemeesteren, gelijk ook die ten landrechte, voor den richter en schepenen werden gepasseert in naame van den heer, en dat daarom ook in het hoofd der actens de naam van den heer voorkomt en gebruykt werd.
Den richter en borgemeesteren nevens den secretaris en landschrijver hebben ons gevraagt, of zij voortaan in het hoofd der actens van transport souden moeten stellen en opnoemen alle de tituls van Sijne Hoogheid. En hebben wij hun geantwoord, dat het, na onse gedagten, allezints genoeg soude weesen, wanneer zij daar bij alleen stelden: Sijne Hoogheid den heere Prince van Orange en Nassau, etc., etc., etc., Heer der stad en heerlijkheid Borculo etc., etc., etc..

De actuel fungerende borgermeesteren en schepenen der stad Borculo zijn: Frederik Ernst Spanker, mr. Gerrit ter Meulen, mr. Ludovicus Johannis Lamberg en mr. Adam Abreson, en den actuelen secretaris is mr. Gerhard Vatebender.

§ 18.   Saaken van financie van de stad Borculo.
De saaken van financie der stad Borculo zijn gedemandeert aen de vier borgemeesteren en het collegie der gemeenslieden,  

Gemeenslieden en derselver aanstellinge.
Bestaande uyt acht personen die mede over alle financiële saaken moeten werden gekent, en ook mede afhoren de jaarlijkse rekeningen van de stad, van de kerk en van de provisoren. De actuele leeden van het collegie der gemeenslieden zijn: Jan Felleman, Willem Mullerinck, Lambertus van Dulmen, Jochem Cobus, Jan Chosij, Barend de Roller, Arend Jan Breukers en Hendrik te Harkel, zijnde alle ad vitam. Werdende in cas van vacatuire, de vervullinge en aenstellinge niet door den heer, maar door de vier borgermeesteren en de overige gemeenslieden gedaen. En beloven derselve bij den eed, die zij in handen van den president-borgermeester afleggen, mede dat zij den heer van de heerlijkheid houw en getrouw sullen zijn en de stadsprivilegien helpen mainteneren.

§ 19. Stadsfinanciën.
De financien of jaarlijkse inkomsten van de Stad Borculo zijn vrij gering en egaliseren maar even de ordinaire uytgaven, hebbende de eene de andere, volgens de drie laast opgenomen rekeningen bedragen:
                                     Ontvang:           Uytgave:
over 1773                      f 499-18-0         f 443- 9-5
over 1774                      f 474- 7-0         f 530- 7-0
en over 1775                 f 469-14-0         f 424- 0-7

Wij sullen Ued. Mog. attentie niet ophouden met een recit der onderscheiden posten, waar uijt de ordinaire inkomsten en uytgaven van de stad Borculo eygentlijk bestaan, maar ons daar omtrent kortelijk refereren tot de drie bovengemelte rekeningen selvs, die wij de eer hebben hier mede over te leggen en maar met een enkelt woord remarqueren:

1.       Dat ofschoon deese stadsrekeningen niet mede door iemand namens den heer, 't zij dan een gecommitteerde, 't zij den drossard, maar alleen door de borgermeesteren en gemeenslieden werden opgenomen, echter telkens een dubbelt originel van deselve aen den heer moet werden overgegeven.
2.       Dat de stadstoll of het passage- en weggeld bestaat in eene stuiver van ieder voiture, en den kannen- of gruyt- en koningsaccijns in 3½ stuiver van ieder vat bier, zijnde deesen accijns gefundeert op 's Landschaps placaet van den 16 mey 1679 en gerenoveert den 21 july 1735, te vinden in 't Groot Gelders Placaetboeck, 2de deel, colom 493 en 3de  deel colom 531.
3.       Dat de vensteraccijns jaarlijks door de magistraet werd omgeslagen over alle winkelneering doende borgeren en ingesetenen.
4.       Dat, als bij de voornoemde rekeningen te sien, het vast inkomen der borgermeesteren niet meer bedraegt dan voor ieder f 7-12-0, en zijn de verdere emolumenten, bestaende genoegsaem alleen in actens die voor deselve gepasseert werden en in voorvallende judiciele saaken, so voor het stad- als landgericht, die echter weinig zijn, ook seer gering.
5.       Dat de voornoemde laast opgenomene stadsrekeninge, gaande over den jaare 1775, heeft voortgebragt een goed slot van                f 147-14-2.
6.       Dat de stad Borculo is belast met vier capitalen te samen bedragende 2.298 guldens en lopende jaarlijks tegens den interesse van 3 procent, alle ten behoeve van de Grooten of Stadsarmen aldaer. 

Gesteltheid van stadsgebouwen en straaten.

En 7. dat de bekrompenheid van stadsfinanciën de eenigste reden is, dat stadsgebouwen als bij voorbeeld het stad- of raadhuys mitsgaders de poorten geene fraaye vertoninge maken maer seer onsienlijk gestelt zijn, en dat in 't bijsonder de stadsstraten sodanig geconstitueert zijn, dat die genoegsaem niet sonder gevaar gepasseert konnen werden.

(...)

§ 21. Stadsrentmeester.
Tot de administratie van stadsgoederen is een bijsondere rentmeester, zijnde actuel Johannis Prior, die mede ieder jaar door den heer werd aangestelt. En moet denselven jaarlijks, als reets gesegt, aen de borgermeesteren en gemeenslieden behoorlijke rekeninge en verantwoordinge van sijne gehoudene administratie doen. 

§ 22. Kerke- en armengoederen.
Tot de saaken van policie en der financien van de stad Borculo gehoren eenigermaten mede de directie en administratie der goederen, so van de kerk als van den Grooten of Provisoriearmen aldaar, immers sullen wij daar van alhier gevoeglijkst konnen handelen en gelieven UEd. Mog. daaromtrent geïnformeert te weesen:

§ 23. Kerkmeesteren.
Dat de administratie der kerkegoederen van de stad Borculo onder de surintendance van de magistraat is toevertrouwt aen twee kerkmeesteren, die jaarlijks ook door den heer werden aengestelt, zijnde actuel Lambertus van Dulmen en Jochem Kobus. En dat deselve bij tourbeurten jaarlijks van hun bewind en administratie aen de magistraat en gemeenslieden moeten doen behoorlijke rekeninge, waarvan als dan een dubbelt originel aen den heer werd overgegeven.

§ 24. Provisoren der Armen.
En dat de administratie der goederen gehorende aan de Stadsarmen, so wel die in, als die buyten de twee Gasthuisen verpleegt werden, mede onder de surintendance van de magistraat is gedemandeert aen twee provisoren, die jaarlijks ook door den heer werden aengestelt, zijnde tegenwoordig Berend te Rolder en Jan Grotenhuijs. 

De drie laast opgenomene Provisorie Armen Rekeningen.
Deese provisoren doen insgelijks jaarlijks bij tourbeurten rekeninge aen de magistraat en de gemeenslieden, van welke dan mede een dubbelt originel telkens aen den heer werd overgegeven, so als wij de drie laast opgenomene mede hierbij overleggen. Waeruyt niet alleen kan werden afgenomen in welke posten de jaarlijkse revenues en uytgaven bestaan, maar ook consteert, dat heeft bedragen: 

In geld:                    den ontvangst                   den uitgaav:
over 1773                  ƒ 1166-11- 0                    ƒ 1090- 3- 6
over 1774                 ƒ 1020-15-12                   ƒ   964- 7- 6
En over 1775            ƒ  986- 9-12                     ƒ  930- 6-14

En in rogge:                 mud.: schep.: spind:         mud.: schep.: spind:
over 1773                    35       1        1                34       0       0
over 1774                    35       1        1                32       3       1
En over 1775               35       1        1                33       1       0

Hebbende het goed slot van die laast opgenomene rekeninge bedragen in geld: ƒ 132 - 10 - 8, en in koorn: 3 mudden, een schepel en twee spinden rogge.

Diaconie-armen der stad Borculo.
Dat tot Borculo wel mede plaats heeft een Diaconie Armenstaat en -cassa, maar dat buyten het doen  der respective rekeningen genoegsaem geene distinctie werd gemaakt tussen den eygentlijk gesegden Grooten- of Stads- en Diaconie-armen, terwijl over het onderhoud derselve of de te doene bedelingen de provisoren en diaconen met assistentie van de predikant altoos met elkander de concert gaan en onderling convenable verdelinge of schikkinge maken.

§ 25 Verantwoordinge der slooten van de kerke- en armenrekeninge.
Eyndelijk dient nog met opsigt tot de voornoemde kerkmeesteren en provisoren, dat vermits deselve doorgaans gecontinueert en als gesegt bij tourbeurten de jaarlijkse rekeningen doen, dit de reeden is, dat ten eynde een ieder het slot sijner eygene gedaene rekeninge verantwoorde, bijvoorbeeld in de rekeninge over 1775, de goede slooten der rekeningen niet van 1774 gelijk anders wel behoorde maar die over 1773 verantwoord werden.

§ 26.   Jaarlijkse aanstellinge en installatie van de stadsmagistraat, rentmeester, kerkmeesteren en provisoren.
Wij hebben boven gesegt, dat de vier borgermeesteren en schepenen der stad, mitsgaders schepenen der heerlijkheid Borculo, den stadsrentmeester, de twee kerkmeesteren, en de twee provisoren van de stadsarmen, jaarlijks door den heer aengestelt werden, en vinden ons verpligt hieromtrent tot informatie van Ued. Mog. nog met een woord te remarqueren:
1.       Dat de ordinaire dag tot de magistraatsveranderinge der stad Borculo is de eerste sondag na Driekoningen. Dat als dan den heer de vier borgermeesteren, nevens den stadsrentmeester, de twee kerkmeesteren en de twee provisoren na de morgenpredikatie met het aantrekken van de klok doet komen in de kerk, wanneer den drost namens den heer deselve voor hun gedaene dienst bedankt, en uyt den eed ontslaet, maar aenstonds opentlijk bekent maakt de naamen van de nieuw geëligeerde en aengestelde borgermeesteren, stadsrentmeester, kerkmeesteren en provisoren. Dat hij sig daar op met deselve na het stadhuys begeeft, en hun alle den eed van getrouwheid afneemt.
2.       Dat bij gebrek van stoff de dienende borgermeesteren doorgaans werden gecontinueert, en dat sulks ook meest plaats heeft in aensien van den stadsrentmeester, de kerkmeesteren en provisoren.
3.       Dat, als gesegt, de jaarlijkse veranderinge derselve op sondag na Driekoningen moetende gedaen werden, dierhalven de noodsakelijkheid sal vereyschen, dat den drost de nominatie daartoe jaarlijks vóór den 15 december aen deesen Raade toe te senden; dat wij aen denselvelven hebben ter hand gestelt een formulier hoedanig die jaarlijkse nominatien in te richten.
En 4.  Dat wegens het gering inkomen respective van borgermees-teren, van den stadsrentmeester, van de kerkmeesteren en van de provisoren, gelijk mede uyt hoofde van de seer sobre gesteltheid der stadsfinanciën, so als uyt de voornoemde onderscheidene rekeningen ligtelijk kan werden opgemaakt, de reeden en billijkheid na onse gedagten sal vereyschen, dat voor de jaarlijkse veranderinge en aenstellinge van deselve geene jura of leges ter griffie van deesen Raade genomen werden.

§ 27.   Saaken van justitie of het eygentlijke stadgericht. Belangende nu de saaken van justitie of het eygentlijke gericht der stad Borculo, waarin en omtrent de borgermeesteren, als gesegt, de functie van schepenen of assessoren waar nemen. Daartoe gehoren alle civile actiën die iemand 't zij inwoonder of vreemdeling tegens een borger of inwoonder van de stad en desselvs schependom, gelijk mede tegens een vreemdeling bij arrest soude willen institueren.
En moet dit gericht sig in alle opsigten reguleren, so na het Landrecht van de graaffschap Zutphen, als na het reglement op de manier van procederen aldaer. Waarom dan ook het stadgericht buyten vastgestelde feriën om de 14 daegen, en wel des maandags moet vergaderen en gehouden werd, en werd het het praesidie daarin door een der borgermeesteren gevoert. 

§ 28. Stadsdienaers en gerichtsbodes ten stad- en landgericht.
Aan de magistraat en het gericht der stad Borculo zijn tot derselver dienst en het exploiteren van alle politicque beveelen als judiciële actens toegevoegt twee stadsdienaers en gerichtsbodes, in welke laast gemelte qualiteit zij mede voor het hooge landgericht en dus over de geheele heerlijkheid fungeren. En werdende deselve bij vactuire privative door den heer aengestelt. Dog genieten geen vast tractement, maar moeten sig alleen met de emolumenten en de voorvallende verdiensten contenteren. Alleenlijk trekken deselve jaarlijks van den heer ieder twee mudden roggen, betaalt werdende met 8 gulden, en tot Nieuwjaar ieder f 2-10-0.

De actuele stadsdienaers en gerichtsbodes ten land- en stadgerichte zijn: Jan Wessels en Jan Frederik Sandvoort, daartoe aengestelt bij commissie: den eersten van den 23 mey 1736, en den anderen van den 17 february 1742, als sub G.1mo et G.2do.

En heeft den heer Fürst Czartoryski bij actens van den 25 augustus 1772 de survivance der stadsdienaers- en gerichtsbodesplaats van voornoemde Jan Wessels aen Frederik Christoffel Muller, en die van gemelte Jan Frederik Sandvoort aen Willem Munch, soon van den jaeger Johannes Munch, verleent, als sub G.3tio et G.4to.


De stad Eibergen

§ 29. Magistraat der stad Eibergen.
De magistraat der steede Eijbergen, gelegen omtrent twee uuren van de stad Borculo, en ongeveer een uur van de consiniën van het bisdom Münster, bestaat uyt vier borgermeesteren en twee gemeensmannen of representanten van de borgerije, welke echter niet door den heer aengestelt, maar op de volgende wijse telkens maar voor één jaar verkoren werden:
Op St. Matthiasdag, zijnde den 24 february, vergaderen de negen rotten, waar in de ingesetenen der steede Eijbergen verdeelt zijn, ieder haar rotmeester aen 't hoofd hebbende, in de kerk. Ieder rot op eene bijsondere plaats en verkiesen alsdan bij meerderheid van stemmen ieder een kieser of keurgenoot.
Deese negen kiesers of keurgenoten gaan als dan met elkander inde consistoriecamer en verkiesen aldaar mede bij meerderheid van stemmen vier borgermeesteren en twee gemeensmannen voor dat jaar, 't zij bij continuatie der voorige of afgaande, 't zij geheel of gedeeltelijk nieuwe, en begeven sig daarop wederom in de kerk aen den volke bekent makende wie door hun verkoren en aengestelt zijn.

§ 30. Administratie der revenues van de steede Eijbergen.
Deese vier borgermeesteren en twee gemeensmannen administreren selvs onder haar de stadsrevenues, waartoe wel voornamentlijk gehoort het passage- of weggelt, waarvan de stad Eijbergen in possessie is, sonder echter dat wij voor alsnog hebben konnen ontwaer werden, wanneer of van wie deselve dit recht heeft bekomen. En doen van die hunne administratie op voornoemden St. Matthiasdag aen de negen rotmeesters en negen kiesers of keurgenooten (en wel bevorens deese laatste tot de verkiesinge van een nieuw[e] magistraet overgaan) rekeninge en verantwoordinge, waarvan deselve als dan mede aen den volke kennisse geven, sonder echter in deesen den heer eenigzints te kennen, veel min copie van deese rekeningen, soals de magistraat der stad Borculo moet doen, aen denselven over te geeven.

§ 31. Verpagtinge van het passage- of weggeld te Eijbergen
.
Aanstonds na de voorschreven electie en aanstellinge van borgermeesteren en gemeensmannen begeven deselve sig na een der herbergen en doen aldaar bij het uytbranden van de kaars de verpagtinge van het voorschreven passage- of weggeld, waaromtrent nog deese ceremonie plaats heeft: dat so ras de kaars is aangestoken den voogd van Eijbergen in name van den heer aen een ieder verbied de kaars uyt te doen of uyt te blaesen bij poene van 28 goudguldens ten behoeve van den heer te verbeuren. 

§ 32. Armenprovisoren aldaer.
Vervolgens stellen de voornoemde borgermeesteren en gemeensmannen aen twee provisoren van de Stadsarmen voor een jaar, welke op het eynde van dien aen deselve met opene deuren doen rekeninge van hunne gehoudene administratie, dog werd van deselve rekeninge all mede geen copie aen den heer overgegeven.

§ 33. Kerkmeesteren van Eijbergen.
Maar het aanstellen en afhooren der rekeningen van de kerkmeesteren te Eijbergen geschied, evenals te Geesteren, Gelselaar, Neede en Rekken, na voorgaande publicatie door den drossard namens den heer. Den praedicant en alle gerffdens of ingelandens die daar bij praesent willen komen, waarvan wij hier na § 39 afsonderlijk sullen spreeken. 

§ 34. Het aanstellen van een boode en nachtwaker.
Eyndelijk stellen de borgermeesteren en gemeensmannen van Eybergen aenstonds na derselver verkiesinge, nog mede voor de tijd van één  jaar aen een boode en een nachtwaker of klapperman.
 

§ 36.   Verdere directie over politicque saaken te Eijbergen.
De magistraat der steede Eijbergen heeft sig meermalen ook wel andere saaken van policie tragten aen te matigen, dog heeft den heer sig telkens daartegens so veel doenlijk verset, en waarover dan ook wel eens seer onaengename proceduires zijn ontstaan, gelijk onder anderen voor eenige jaaren is gebeurt over het verleenen van permissusie aen een operateur om sijn kunst tot Eijbergen te exerceren, soals UEd. Mog. hetselve nader en omstandiger sullen gelieven te vernemen uyt het accord den 17 mey 1770 over die saak voor heeren commissarissen uyt den Hove Provinciael van Gelderland aengegaen, (...) waarbij teffens is vastgestelt, dat de tijdelijke borgermeesters van Eijbergen bij continuatie souden mogen permissie geeven aen operateurs en andere diergelijke personen om sig aldaar te mogen vertonen, en derselver kunst exerceren, sodanig nogtans, dat daar door aen den heer van Borculo of sijn drost niet soude zijn benomen de magt en faculteit om sodaene permissie te mogen tegenspreekenen uyt hoofde van dien het selve te interdiceren, ende dat dientengevolge de voornoemde borgermeesteren gehouden souden weesen aen sodaene interdictie te defereren.

§ 36.   Saaken van justitie onder Eijbergen.
Maar wat betreft de saaken van justitie, so civile als criminele onder Eijbergen, deselve gehoren even als de dorpen of het platteland respective tot het landgericht, mitsgaders het hooge of criminele en het breukengericht, van welke wij in het vervolg afsonderlijk sullen spreken.

Het platteland van Borculo

§ 37. Saaken van policie en financie ten plattenlande.
Belangende nu de saaken van policie en financie in of over het platteland van deese heerlijkheid, daar omtrent staat aenvankelijk te remarqueren, dat geene afsonderlijke regeeringe, of liever: collegie over saaken van policie en financie ten plattenlande van de heerlijkheid Borculo, plaats heeft, maar werden deselve aldaar behandelt, even als over het verdere platteland van de geheele graaffschap Zutphen, terwijl men sig daar omtrent moet reguleren respective na het landrecht mitsgaders de placaten, ordonnantiën en reglementen van den souverain, en de particuliere reglementen en resolutiën van de heeren Staaten en Gedeputeerde Staaten van de graafschap Zutphen. Zijnde het wel waer, dat de voorige heeren van Borculo hebben gesustineert gehad mede bevoegt te weesen om statuten te maken, immers om, voor soverre deselve niet tegens het landrecht en de ordonnantiën van den souverain kwamen te strijden, dog is teffens ook waar, dat den laatste heer van Borculo, den heer Fürst Czartoryski, daarvan op eene formele en solemnele wijse heeft komen af te sien, gelijk sulks in 't vervolg bij de behandelinge der hooge rechten en gerechtigheden van deese heerlijkheid nader sal werden aengetoont.

§ 38. Verdeelinge omtrent de beschouwinge van deselve.
Het eenigste met betrekkinge tot de saaken van de policie ten plattenlande waarvan wij alhier gevoeglijk aen UEd. Mog. verslag konnen doen, zijn:

1.       Die van de kerkenarmen.
2.       Het schouwen van de rivier de Barkel mitsgaders der beeken, ley- en togtslooten.
3.       Het maken en onderhouden der publicque heeren- en andere weegen.
En 4.  De directie in de onderscheydene markten binnen deese heerlijkheid.

§ 39.   De kerkegoederen en kerkmeesteren van Eybergen, Geesteren, Gelselaer, Neede en Rekken.
Omtrent het eerste gelieven UEd Mog. geïnformeert te weesen:
a.        Dat de administratie der kerkegoederen van Eybergen, Geesteren, Gelselaer, Neede en  Rekken is gedemandeert wegens ieder aen twee kerkmeesteren.
b.       Dat deese kerkmeesteren somtijds voor sekere vast bepaalde jaaren en somtijds ongelimiteert werden aengestelt door den drost namens den heer en die geërfdens, welke bij het opneemen der kerkenrekeningen praesent komen. Dog dat deselve doorgaans           werden gecontinueert omdat men op de meeste deeser plaatsen gebrek heeft aen bekwaeme stof tot goede kerkmeesters.
c.
        Dat deese kerkmeesteren, te weeten die van Eybergen, Geesteren en Neede, doorgaans om de drie, en die van de andere dorpen om de 4, 5, 6, 7 of 8 jaaren op sekere daartoe door den drost bij publicatie gearresteerde en bekent gemaakte dag, na het aantrekken van de klok, publicq in de kerk met opene deuren, aen den drost, den  predikant en de praesente geërfdens, doen rekeninge en verantwoordinge van derselver gehoudene administratie. En dat als dan over derselver continuatie of het aanstellen  van nieuwe mede gedelibereert en per plura geconcludeert  werd.
d.       Dat de voorschreven vijff kerken redelijk gedoteert zijn, gelijk UEd. Mog. sulks nader sullen gelieven te vernemen uyt de respective rekeningen die wij de eer hebben bij deesen ter tafele van UEd. Mog. te exhiberen, en waartoe wij ons kortheids halven refereren.
En e.   Dat bij extraordinaire toevallen, wanneer de ordinaire revenues deeser kerken daartoe niet sufficient zijn, het kort van dien soude moeten werden gevonden of bij negotiatie van de           daartoe benodigde penningen, of bij omslag over de respective ingelandens onder die kerken gehorende.

§ 40.De provisorie-armengoederen en rekeningen van Geesteren en Neede.
Voorts dat te Gelselaer en Rekken geen provisorie- of Grooten Armenstaet bekent is, en dat de administratie der provisorie-armengoederen te Geesteren en Neede is gedemandeert over ieder dorp aen twee provisoren. Dat so omtrent het aanstellen van deselve, als het doen hunner rekeningen even hetselvde plaats heeft als het geene so aenstonds in aensien der kerkmeesteren van die twee dorpen is gesegt. (...)


§ 41
.   Het schouwen van de Barkel nevens de beeken, ley- en tochtslooten.
Wat betreft het doen der schouwen over de rivier de Barkel mitsgaders der beeken, ley- en togtslooten, daar omtrent moet eene distinctie werden gemaakt, so tussen de rivier de Barkel nevens de beeken, ley- en togtslooten, als tussen het schependom der stad, en het overige gedeelte van de heerlijkheid Borculo.
Over de rivier de Barkel so wel in het gemelte schependom als in het overige van de heerlijkheid werd eenmael des jaars na twee veertiendaagse publicatiën, doorgaans in de maand september, en waartoe ordinair drie daegen werden besteed, de schouw gedaen door den drossard, den richter en de schepenen, geassisteert met den advocaet-fiscal om de calanges. De eene en andere genieten daar voor geene vacatie jura, maar werden door den heer gedefroyeert, waarvan de kosten jaarlijks bedragen: 45 gulden.
Maar de schouwen over de beeken, ley- en togtgravens werden gedaan in het schependom der stad Borculo door de borgermeesteren en gemeenslieden, sonder eenige vacatie of defroijement, en onder de voogdijn door de respective voogden en twee rotmeesters, die mede over de kwaad schouwen erkennen. Deese voogden en rotmeesters genieten van den heer so voor vacatie als defroijement te samen des daags 2 gulden. En werden tot het doen deeser schouwen doorgaans besteed door den voogd en de rotmeesters van Beltrum twee daegen, waarvoor dan deselve werden betaalt 4 gulden, en door die van de andere voogdijen ieder drie daegen.
De voorschreven schouwen werden gedaen in conformité en op den voet van het reglement den 31 october 1755 door de heeren Staaten van de Provincie Gelderland op het ruymen der beeken, ley- en togtgraven, en het voeren van de schouw over deselve, gelijk mede op de reparatie en het onderhoud der gemeene heeren weegen in het graaffschap Zutphen gearresteert.
En voegen wij tot betere informatie van UED Mog. hierbij sub I. sodaene publicatie als den drossard in den jaare 1775 heeft laten doen en jaarlijks gewoon is te doen, tot het ruymen van de rivier de Barkel nevens de beeken, ley en togtslooten en het doen der schouwen over deselve.
Hoe seer nu de gemelte onderscheydene schouwen in de heerlijkheid Borculo, gelijk wij zijn geïnformeert, seer exact werden gedaen, en daar door ook veroorsaakt werd dat de waterlosingen vrij goed zijn, souden deselve echter nog veel beeter weesen, wanneer de schouwen daar over twee maal in plaats van eens in ieder jaar gedaen wierden, gelijk sulks volgens het voornoemde reglement kan en mag geschieden. En dit is ook de reeden, dat wij den 9e artikel van de hierna capitel 5 te applicerene concept-instructie voor den drossard, daarna ingericht hebben.


§ 42.   Het maken der publicque of gemeene heerenweegen
.
De publicque heere- en gemeene weegen moeten in de heerlijkheid Borculo, evenals in de geheele graaffschap Zutphen, volgens het voorschreven reglement van den 31 october 1755 door de in- en opgesetenen, een ieder in sijn district gerepareert en onderhouden werden. Zijnde het generale opsigt en de sorge daat over aen den drossard gedemandeert, die, vernemende dat deese gemeene heeren weegen hier of daar defect zijn, daar van aanschrijvinge aen de respective voogden doet, teneynde deselve na behoren te doen repareren, als wanneer de voogden daartoe de in- of opgesetenen door de rotmeesters laten boden.
Dog de particuliere weegen door de markten, dorpen en boerschappen lopende, moeten op ordre van den marktenrichter door de respective marktgenoten, een ieder in sijn markt gemaakt en onderhouden worden.
Hoe seer nu des somers, gelijk wij zijn geïnformeert, de weegen in de heerlijkheid Borculo doorgaans vrij goed zijn, is het echter des winters en bij natte saisoenen daarmede geheel anders gestelt, vermits als dan verscheidenen markten genoegsaem onder water staan, en veele weegen door deselve bijna niet gepasseert kunnen werden.
Zeeder eenige jaeren herwaarts is in diverse districten van de graaffschap Zutphen selvs ten koste van het quartier hier aen door het opwerpen van dijken in laege velden wel geremedieert, en waardoor onder anderen is mede te weege gebragt, dat men thans van Zutphen af tot Borculo toe, uytgesondert alleen eene korte distantie eeven beneden de Lebbenbrug eene seer goede en altoos bruykbaere weg heeft, daar deselve te vooren des winters en bij natte saisoenen nauwlijks te passeren was. Dog in de heerlijkheid Borculo selvs is daar aen nog niets gedaen.

(...)

De heerlijkheid Lichtenvoorde

155. Overgang tot de Heerlijkheid Lichtenvoorde.

Wij vertrouwen met dit alles aende rubricq van het 2e capittel van dit ons rapport voor severre de heerlijkheid Borculo betreft, terwijl de verdere rechten en gerechtigheden van den Heer dier  Heerlijkheid best en gevoeglijkst onder cap. 6 sullen konnen werden behandelt te hebben voldaen, en sullen dierhalven alnu overgaan tot eene korte beschrijvinge der legginge, gesteldheid, aart of natuir, mitsgaders van de politicque en ecclesiastique regeringe van de heerlijkheid Lichtenvoorde. 

Lichtenvoorde

156. Legginge en aengrensende territoiren van deselve.
Deselve is mede gelegen in de Graaffschap Zutphen en grenst ten oosten en zuijden aen de heerlijkheid Bredevoort, ten westen aen de Hoogheid Wisch en het Landdrostenampt van de Graaffschap Zutphen, en ten noorden  aen hetselve Landdrostenampt, nevens de heerlijkheid Borculo en het Schependom der stad Groenlo. Werdende gerekent in den omtrek groot te weesen plus minus vier uuren gaans.

157. Lheenroerigheid deeser Heerlijkheid.
Deese heerlijkheid is van ouds af geweest een vrij
allodiaal goed, en wel tot den 27. januari 1701 wanneer Maria Magdalena Fürstinne van Nassau deselve met de goederen (...) te lheen heeft opgedragen aen het Furstendom Gelre en Graafschap Zutphen en daarop getransporteert aen Fredrick van Heijden, wiens broeder en successeur feudal, Johan Sigismund Willem van Heijden en Louisa Charlotta van Schwerin, ehelieden, op den 14 october 1721 dit lheen nog hebben vergroot met diverse erven en goederen (...); sullende uit vergelijkinge van het lheentransport (...) met de actens van transporten (...) de eene en andere hierna seq.  capittel 3 over te leggen, nader konnen werden opgemaakt, dat maar eenige seer weinige van alle die parcelen so onder Lichtenvoorde als onder Bredevoort gelegen, welke wijlen de heer grave van Fleming, en naderhand den heer Fürst Czartorijski als heeren van Lichtenvoorde hebben beseeten, en den laatsten aen Sijne Hoogheid verkogt heeft voor allodiael moeten werden geconsidereert.

158. De stad en boerschappen van Lichtenvoorde.
De Heerlijkheid Lichtenvoorde bestaat in de stad van die naam met desselvs Kring of so genaemt schependom, nevens die boerschappen of markten als: 1. Zuijvend, 2. Lievelde, en 3. Vragender. 

159. Verdeelinge van de stad en kring in rotten.
De stad Lichtenvoorde is nog groot nog fraaij, en niet meer dan een open vlek, maar de Kring, of het sogenaemde Schependom is vrij geëxtendeert. Zijnde de stad verdeelt in ses rotten en over ieder rot gestelt een rotmeester. Bij vacatuire van een rotmeesterplaats werd door den Richter en de keurnoten nevens de vijff overige rotmeesters wederom een bekwaam persoon uit de borgerije tot rotmeester verkoren en aengestelt.  
En konnen desse ses rotmeesters tesamen werden geconsidereert als repraesentanten van de geheele borgerije. Gelijk dan ook uit dien hoofde aen deselve met en beneffens den richter competeert het opsigt over en de besorginge van het brandgereedschap, het onderhoud der bruggen, so in de stad als in den Dijk geleegen, alsmede van het school- en poorthuijs, en om alle drie jaaren mede te helpen opneemen de rekeninge van den stadsrentmeester. En zijn deselve ook verpligt om op ordre van den Richter de borgerije als mede de ingesetenen van de Kring in voorvallende gelegentheden op te boden speciael tot het repareren der weegen, en om in persoon daar bij te assisteren en sorge te dragen dat hetselve na behoren gedaen werd."