Inhoud:
De heerlijkheid Borculo
Ligging
Steden, dorpen en voogdijen
Stad en schependom
Borculo
Buurschappen en marken onder de voogdij Geesteren
Buurschappen en marken onder de voogdij Eibergen
Buurschappen
en marken onder de voogdij Neede
Buurschappen en marken onder de voogdij Beltrum
Bevolkingsstatistiek 1748
Bestuur van de
heerlijkheid Borculo
Steden en gerichten in de heerlijkheid Borculo
De stad Borculo
Magistraat en
stadgericht van Borculo
Het bestuur van de stad
Borculo
Financiën van de stad
Borculo
Stadsrekeningen Borculo 1773-1775
Gesteldheid van de
stad Borculo
Stadsrentmeester
Kerken- en armengoederen van de stad
Borculo
Kerkmeesters
Armenprovisoren
Verantwoording kerkenrekeningen
Magistraatsverkiezing te Borculo
Zaken van
justistie/stadsgericht
Stadsdienaren en bodes van het land- en stadsgericht van Borculo
De stad Eibergen
Het stadsbestuur
Financiële
administratie
Verpachting van de tol te Eibergen
Armenprovisoren van Eibergen
Kerkmeesters
Benoeming van bode
en nachtwaker te Eibergen
Overige
zaken het bestuur van de stad Eibergen betreffende
Jurisdictie
Het platteland van Borculo
Bestuur en
financiën
Nadere
beschouwing
Kerkgoederen en kerkmeesters van Eibergen, Neede, Geesteren, Gelselaar en
Rekken
Provisorie van Geesteren en Neede
De Berkelschouw
Het onderhoud
van de openbare wegen
De heerlijkheid Lichtenvoorde
Ligging
Leenroerigheid
Stad en buurschappen
van Lichtenvoorde
Verdeling van stad
en kring in rotten
|
Bij de aankoop van de heerlijkheden
Borculo en Lichtenvoorde in 1777, liet Prins Willem V van Oranje-Nassau
een rapport maken over zijn nieuwe aanwinst. Een onderdeel van dat
rapport, dat gemaakt werd door de domeinraden Van der Borch en Ardesch,
betreft de "regering" of het bestuur van stad en heerlijkheid Borculo en
stad en heerlijkheid Lichtenvoorde. Het "Rapport van de raaden Van der
Borch en Ardesch wegens derzelver commissie in de nieuw aangekochte
domeinen van Borculo en Lichtenvoorde in january des jaars 1777", zoals de
volledige titel luidt, berust in het archief van de Nassause Domeinraad in
het Nationaal Archief in Den Haag. De zeer lezenswaardige passages laten
we hier in extenso volgen.
De
heerlijkheid Borculo
"BORCULO
§ 1. Legginge
en aengrensende territoiren deeser heerlijkheid.
De heerlijkheid Borculo is gelegen in de provincie Gelderland in 't
graaffschap Zutphen, werdende voor een groot gedeelte doorsneden van het
riviertje de Barkel, van welke deselve haar naam
ontleent, en die met eenige bijsondere armen langs het Huys en de stad
Borculo stroomt.
Deselve werd gerekent in haar omtrek groot te weesen plusminus darthien
uuren gaans, en grenst ten oosten aen de provincie Overijssel, ten zuyden
aen het bisdom Munster, aen het schependom der stad Groenlo, en aen de
heerlijkheden Bredevoort en Lichtenvoorde, ten westen aen het schoutampt
van Lochem en het landdrostampt van de graaffschap Zutphen. En ten noorden
mede aen het schoutampt van Lochem en de provincie van Overijssel.
§ 2.
Steeden, dorpen
en voogdijen van deselve.
Deese heerlijkheid, waar toe de stad Groenlo voormaals mede heeft gehoort
gehad, dog die in den jaare 1236 door Hendrik heer van Borculo aen Otto
grave van Gelder en Zutphen is verkogt geworden, bevat actuel nog in sig:
de stad Borculo en het open steedje Eybergen, nevens de vier
kerkdorpen Geesteren, Gelselaar, Neede en Rekken. En is verdeelt in de
stad en het schependom Borculo en de vier voogdijn, als 1) de voogdij
Geesteren, 2) de voogdij Eybergen, 3) de voogdij Neede, en 4) de voogdij
Belterum.
De stad Borculo
§ 3.
De stad en het schependom
van Borculo.
De stad Borculo, die op sig selvs niet seer groot nog fraay is, heeft een
vrij geëxtendeert schependom, bestaande behalven eenige tuijnen, saay- en
weydelanden kort onder de stad gelegen, in een eenige boerschap Dijke
genaamt. Zijnde de stad verdeelt in 15, en het schependom in 2 rotten.
Hebbende ieder Rot een afsonderlijke rotmeester en heeft sulks ook also
plaats omtrent de hier na gemelte rotten of quartieren in de bijsondere
voogdijn.
§ 4.
Boerschappen en markten onder de voogdij van Geesteren.
Onder de voogdij Geesteren gehoren het dorp Geesteren, het dorp Gelselaar,
de gehele boerschap van Gelselaar en wijders de boerschappen Lempel of
Agteresch, den Kulsdom, den Ruspelhoek, anders Rusbroek genaamt, Over-,
Nederbeel, Haarlo en Huurne. Zijnde verdeelt in twee markten als de markt
van Geesteren en de markt van Gelselaer en in 8 rotten.
§ 5.
Boerschappen en markten onder de voogdij van Eijbergen.
Tot de voogdij Eijbergen gehoren, behalven de
stad Eijbergen, het dorp en de boerschap Rekken,
mitsgaders de boerschappen den Holterhoek, Mallum, het Loo, Ouden Eijbergen
en Hupsel. Zijnde verdeelt in twee markten, als de markt van Eijbergen
en de markt van Rekken, en in 16 rotten.
§ 6.
Boerschappen
en markten onder de voogdij van Neede.
Onder de voogdij Neede gehoren het dorp Neede en de
boerschappen Brammelo, Loghuijsen, den Ruwenhoff,
Hoonte en den Noorddijk. Zijnde verdeelt in vier markten, als de markt van
Neede, die van Brammelo, die van Loghuijsen en
die van Noorddijk, en in 24 rotten.
§ 7.
Boerschappen en markten onder de voogdij van
Beltrum.
En tot de voogdij Beltrum gehoren de boerschappen Beltrum,
Lindvelde, Avest en Zwolle, zijnde verdeelt in twee markten, als die van
Beltrum en die van Zwolle en in 13 rotten.
§ 8.
Voorig denombrement der huysgesinnen of familiën, alsmede der in- en
opgesetenen deeser heerlijkheid en of deselve
zedert vermeerdert dan vermindert zijn.
Volgens bekomene informatien is in den jaare 1748 bij occasie van het
betalen van de liberale gifte of den 50sten penning bevonden,
dat de in- en opgesetenen der geheele heerlijkheid Borculo hebben bestaan
in 1582 familiën of huysgesinnen, die door elkander werden gerekent te
bestaan in 7474 personen sonder onderscheid van sexe en jaren, namentlijk:
huisgesinnen:
Personen:
- in de stad Borculo 207
735
- in de stad Eybergen 136
544
- in de voogdij Geesteren daar-
onder mede begrepen de boer-
schap Dijke in het Schependom
van Borculo
376 1880
- in de voogdij Eybergen
235 1175
- in de voogdij Neede 405
2025
- en in de voogdij Beltrum
223 1115
-----
-------
Dus te samen
1582 7474
En is ons door de
respective officianten versekert, dat over het algemeen genomen zeedert
die tijd tot nu toe het getal der ingesetenen van deese heerlijkheid niet
vermindert, maar eerder merkelijk vermeerdert is.
(...)
Regeeringe van de
Heerlijkheid Borculo
§
15.
Onderscheidene magistraten en gerichten in de
heerlijkheid Borculo.
Dat de objecten daar van zijn de saaken van policie [=bestuur],
financie en justitie, en dat deselve respective gehoren tot de volgende
vier onderscheidene collegien, welke in deese heerlijkheid plaats hebben,
als:
1. De
magistraat en het stadgericht van Borculo.
2. De magistraat der steede Eybergen.
3. Het landgericht van de heerlijkheid Borculo.
En 4. Het hooge so criminele als breukenbericht.
Van alle welke
wij nu afsonderlijk sullen spreeken.
§ 16.
De magistraat en
het stadgericht van Borculo.
Wat het eerste of de magistraat en het stadgericht van Borculo betreft,
hetselve heeft vanouds bestaan, en bestaat ook alnog in de vier
borgemeesteren, zijnde in judiciële saaken teffens schepenen of liever
assessoren en een secretaris.
§ 17.
Saaken van policie in
de stad Borculo.
De voornoemde vier personen, die jaarlijks door den heer verkoren
en aengestelt werden, hebben in qualiteit als borgemeesteren alleen de
directie van en cognitie over alle de saaken van policie, sonder selvs dat
den drost in de magistraatsvergaderinge sessie heeft, maar rouleert het
praesidie ieder maand tusschen deselve, beginnende van den oudsten af, so
dat ieder der borgermeester drie maanden in 't jaar praesideert.
De magistraat der stad Borculo heeft geene vast bepaalde
vergaderingsdaegen, maar werd telkens wanneer er eenige saaken van policie
en financie voorkomen door den praesiderende borgemeester geconvoceert.
Ook werden voor deese magistraat gepasseert alle voluntaire actens
mitsgaders de transporten van alle onroerende goederen binnen de stad en
desselvs schependom gelegen, waaromtrent wij als iets bijsonders moeten
aanmerken, dat sodaene transporten voor borgemeesteren, gelijk ook die ten
landrechte, voor den richter en schepenen werden gepasseert in naame van
den heer, en dat daarom ook in het hoofd der actens de naam van den heer
voorkomt en gebruykt werd.
Den richter en borgemeesteren nevens den secretaris en
landschrijver hebben ons gevraagt, of zij voortaan in het hoofd der actens
van transport souden moeten stellen en opnoemen alle de tituls van Sijne
Hoogheid. En hebben wij hun geantwoord, dat het, na onse gedagten,
allezints genoeg soude weesen, wanneer zij daar bij alleen stelden:
Sijne Hoogheid den heere Prince van Orange en Nassau, etc., etc., etc.,
Heer der stad en heerlijkheid Borculo etc., etc., etc..
De actuel
fungerende borgermeesteren en schepenen der stad Borculo zijn: Frederik
Ernst Spanker, mr. Gerrit ter Meulen, mr. Ludovicus Johannis Lamberg en
mr. Adam Abreson, en den actuelen secretaris is mr. Gerhard Vatebender.
§ 18.
Saaken van financie van
de stad Borculo.
De saaken van financie der stad Borculo zijn gedemandeert aen de vier
borgemeesteren en het collegie der gemeenslieden,
Gemeenslieden en derselver aanstellinge.
Bestaande uyt acht personen die mede over alle
financiële saaken moeten werden gekent, en ook mede afhoren de jaarlijkse
rekeningen van de stad, van de kerk en van de provisoren. De actuele
leeden van het collegie der gemeenslieden zijn: Jan Felleman, Willem
Mullerinck, Lambertus van Dulmen, Jochem Cobus, Jan Chosij, Barend de
Roller, Arend Jan Breukers en Hendrik te Harkel, zijnde alle ad vitam.
Werdende in cas van vacatuire, de vervullinge en aenstellinge niet door
den heer, maar door de vier borgermeesteren en de overige gemeenslieden
gedaen. En beloven derselve bij den eed, die zij in handen van den
president-borgermeester afleggen, mede dat zij den heer van de
heerlijkheid houw en getrouw sullen zijn en de stadsprivilegien helpen
mainteneren.
§ 19.
Stadsfinanciën.
De financien of jaarlijkse inkomsten van de Stad Borculo zijn vrij gering
en egaliseren maar even de ordinaire uytgaven, hebbende de eene de andere,
volgens de drie laast opgenomen rekeningen bedragen:
Ontvang: Uytgave:
over 1773 f 499-18-0 f 443- 9-5
over 1774 f 474- 7-0 f 530- 7-0
en over 1775 f 469-14-0 f 424- 0-7
Wij sullen Ued. Mog. attentie niet ophouden met een recit der
onderscheiden posten, waar uijt de ordinaire inkomsten en uytgaven van de
stad Borculo eygentlijk bestaan, maar ons daar omtrent kortelijk refereren
tot de drie bovengemelte rekeningen selvs, die wij de eer hebben hier mede
over te leggen en maar met een enkelt woord remarqueren:
1. Dat ofschoon deese stadsrekeningen niet mede door iemand namens
den heer, 't zij dan een gecommitteerde, 't zij den drossard, maar alleen
door de borgermeesteren en gemeenslieden werden opgenomen, echter telkens
een dubbelt originel van deselve aen den heer moet werden overgegeven.
2. Dat de stadstoll of het passage- en weggeld bestaat in eene
stuiver van ieder voiture, en den kannen- of gruyt- en koningsaccijns in
3½ stuiver van ieder vat bier, zijnde deesen accijns gefundeert op 's
Landschaps placaet van den 16 mey 1679 en gerenoveert den 21 july 1735, te
vinden in 't Groot Gelders Placaetboeck, 2de deel, colom 493 en
3de deel colom 531.
3. Dat de vensteraccijns jaarlijks door de magistraet werd
omgeslagen over alle winkelneering doende borgeren en ingesetenen.
4. Dat, als bij de voornoemde rekeningen te sien, het vast inkomen
der borgermeesteren niet meer bedraegt dan voor ieder f 7-12-0, en zijn de
verdere emolumenten, bestaende genoegsaem alleen in actens die voor
deselve gepasseert werden en in voorvallende judiciele saaken, so voor het
stad- als landgericht, die echter weinig zijn, ook seer gering.
5. Dat de voornoemde laast opgenomene stadsrekeninge, gaande over
den jaare 1775, heeft voortgebragt een goed slot van
f 147-14-2.
6. Dat de stad Borculo is belast met vier capitalen te samen
bedragende 2.298 guldens en lopende jaarlijks tegens den interesse van 3
procent, alle ten behoeve van de Grooten of Stadsarmen aldaer.
Gesteltheid van stadsgebouwen en straaten.
En 7. dat de bekrompenheid van stadsfinanciën de eenigste
reden is, dat stadsgebouwen als bij voorbeeld het stad- of raadhuys
mitsgaders de poorten geene fraaye vertoninge maken maer seer onsienlijk
gestelt zijn, en dat in 't bijsonder de stadsstraten sodanig
geconstitueert zijn, dat die
genoegsaem niet sonder gevaar gepasseert konnen werden.
(...)
§ 21.
Stadsrentmeester.
Tot de administratie van stadsgoederen is een bijsondere rentmeester,
zijnde actuel Johannis Prior, die mede ieder jaar door den heer werd
aangestelt. En moet denselven jaarlijks, als reets gesegt, aen de
borgermeesteren en gemeenslieden behoorlijke rekeninge en verantwoordinge
van sijne gehoudene administratie doen.
§ 22.
Kerke- en armengoederen.
Tot de saaken van policie en der financien van de stad Borculo gehoren
eenigermaten mede de directie en administratie der goederen, so van de
kerk als van den Grooten of Provisoriearmen aldaar, immers sullen wij daar
van alhier gevoeglijkst konnen handelen en gelieven UEd. Mog. daaromtrent
geïnformeert te weesen:
§ 23.
Kerkmeesteren.
Dat de administratie der kerkegoederen van de stad Borculo onder de
surintendance van de magistraat is toevertrouwt aen twee kerkmeesteren,
die jaarlijks ook door den heer werden aengestelt, zijnde actuel Lambertus
van Dulmen en Jochem Kobus. En dat deselve bij tourbeurten jaarlijks van
hun bewind en administratie aen de magistraat en gemeenslieden moeten doen
behoorlijke rekeninge, waarvan als dan een dubbelt originel aen den heer
werd overgegeven.
§ 24.
Provisoren der Armen.
En dat de administratie der goederen gehorende aan de Stadsarmen, so wel
die in, als die buyten de twee Gasthuisen verpleegt werden, mede onder de
surintendance van de magistraat is gedemandeert aen twee provisoren, die
jaarlijks ook door den heer werden aengestelt, zijnde tegenwoordig Berend
te Rolder en Jan Grotenhuijs.
De drie
laast opgenomene Provisorie Armen Rekeningen.
Deese provisoren doen insgelijks jaarlijks bij tourbeurten rekeninge aen
de magistraat en de gemeenslieden, van welke dan mede een dubbelt originel
telkens aen den heer werd overgegeven, so als wij de drie laast opgenomene
mede hierbij overleggen. Waeruyt niet alleen kan werden afgenomen in welke
posten de jaarlijkse revenues en uytgaven bestaan, maar ook consteert, dat
heeft bedragen:
In geld:
den ontvangst den uitgaav:
over 1773
ƒ 1166-11- 0 ƒ 1090- 3- 6
over 1774
ƒ 1020-15-12
ƒ 964- 7- 6
En over 1775 ƒ 986-
9-12
ƒ 930- 6-14
En in
rogge: mud.: schep.: spind:
mud.: schep.: spind:
over 1773
35 1 1
34 0 0
over 1774
35 1 1
32 3 1
En over 1775
35 1 1
33 1 0
Hebbende het goed
slot van die laast opgenomene rekeninge bedragen in geld: ƒ 132 - 10 - 8,
en in koorn: 3 mudden, een schepel en twee spinden rogge.
Diaconie-armen der stad Borculo.
Dat tot Borculo wel mede plaats heeft een Diaconie Armenstaat en -cassa,
maar dat buyten het doen der respective rekeningen genoegsaem geene
distinctie werd gemaakt tussen den eygentlijk gesegden Grooten- of Stads-
en Diaconie-armen, terwijl over het onderhoud derselve of de te doene
bedelingen de provisoren en diaconen met assistentie van de predikant
altoos met elkander de concert gaan en onderling convenable verdelinge of
schikkinge maken.
§ 25.
Verantwoordinge der slooten van de kerke- en
armenrekeninge.
Eyndelijk dient nog met opsigt tot de voornoemde kerkmeesteren en
provisoren, dat vermits deselve doorgaans gecontinueert en als gesegt bij
tourbeurten de jaarlijkse rekeningen doen, dit de reeden is, dat ten eynde
een ieder het slot sijner eygene gedaene rekeninge verantwoorde,
bijvoorbeeld in de rekeninge over 1775, de goede slooten der rekeningen
niet van 1774 gelijk anders wel behoorde maar die over 1773 verantwoord
werden.
§ 26.
Jaarlijkse aanstellinge en installatie van de
stadsmagistraat, rentmeester, kerkmeesteren en provisoren.
Wij hebben boven gesegt, dat de vier borgermeesteren en schepenen der
stad, mitsgaders schepenen der heerlijkheid Borculo, den stadsrentmeester,
de twee kerkmeesteren, en de twee provisoren van de stadsarmen, jaarlijks
door den heer aengestelt werden, en vinden ons verpligt hieromtrent tot
informatie van Ued. Mog. nog met een woord te remarqueren:
1. Dat de ordinaire dag tot de magistraatsveranderinge der stad
Borculo is de eerste sondag na Driekoningen. Dat als dan den heer de vier
borgermeesteren, nevens den stadsrentmeester, de
twee kerkmeesteren en de twee provisoren na de morgenpredikatie met het
aantrekken van de klok doet komen in de kerk, wanneer den drost namens den
heer deselve voor hun gedaene dienst bedankt, en uyt den eed ontslaet,
maar aenstonds opentlijk bekent maakt de naamen van de nieuw
geëligeerde en aengestelde borgermeesteren, stadsrentmeester,
kerkmeesteren en provisoren. Dat hij sig daar op met deselve na het
stadhuys begeeft, en hun alle den eed van getrouwheid afneemt.
2. Dat bij gebrek van stoff de dienende borgermeesteren
doorgaans werden gecontinueert, en dat sulks ook meest plaats heeft in
aensien van den stadsrentmeester, de kerkmeesteren en provisoren.
3. Dat, als gesegt, de jaarlijkse veranderinge derselve op
sondag na Driekoningen moetende gedaen werden, dierhalven de
noodsakelijkheid sal vereyschen, dat den drost de nominatie daartoe
jaarlijks vóór den 15 december aen deesen Raade toe te senden; dat wij aen
denselvelven hebben ter hand gestelt een formulier hoedanig die jaarlijkse
nominatien in te richten.
En 4. Dat wegens het gering inkomen respective van borgermees-teren,
van den stadsrentmeester, van de kerkmeesteren en van de provisoren,
gelijk mede uyt hoofde van de seer sobre gesteltheid der stadsfinanciën,
so als uyt de voornoemde onderscheidene rekeningen ligtelijk kan werden
opgemaakt, de reeden en billijkheid na onse gedagten sal vereyschen, dat
voor de jaarlijkse veranderinge en aenstellinge van deselve geene jura of
leges ter griffie van deesen Raade genomen werden.
§ 27.
Saaken van
justitie of het eygentlijke stadgericht.
Belangende nu de saaken van justitie of het eygentlijke gericht der stad
Borculo, waarin en omtrent de borgermeesteren, als gesegt, de functie van
schepenen of assessoren waar nemen. Daartoe gehoren alle civile
actiën die iemand 't zij inwoonder of vreemdeling tegens een borger of
inwoonder van de stad en desselvs schependom, gelijk mede tegens een
vreemdeling bij arrest soude willen institueren.
En moet dit gericht sig in alle opsigten
reguleren, so na het Landrecht van de graaffschap Zutphen, als na het
reglement op de manier van procederen aldaer. Waarom dan ook het
stadgericht buyten vastgestelde feriën om de 14 daegen, en wel des
maandags moet vergaderen en gehouden werd, en werd het het praesidie
daarin door een der borgermeesteren gevoert.
§ 28.
Stadsdienaers en gerichtsbodes ten stad- en landgericht.
Aan de magistraat en het gericht der stad Borculo zijn tot derselver
dienst en het exploiteren van alle politicque beveelen als judiciële
actens toegevoegt twee stadsdienaers en gerichtsbodes, in welke laast
gemelte qualiteit zij mede voor het hooge landgericht en dus over de
geheele heerlijkheid fungeren. En werdende deselve bij vactuire privative
door den heer aengestelt. Dog genieten geen vast tractement, maar moeten
sig alleen met de emolumenten en de voorvallende verdiensten contenteren.
Alleenlijk trekken deselve jaarlijks van den heer ieder twee mudden
roggen, betaalt werdende met 8 gulden, en tot Nieuwjaar ieder f 2-10-0.
De actuele
stadsdienaers en gerichtsbodes ten land- en stadgerichte zijn: Jan Wessels
en Jan Frederik Sandvoort, daartoe aengestelt bij commissie: den eersten
van den 23 mey 1736, en den anderen van den 17 february 1742, als sub G.1mo
et G.2do.
En heeft den heer
Fürst Czartoryski bij actens van den 25 augustus 1772 de survivance der
stadsdienaers- en gerichtsbodesplaats van voornoemde Jan Wessels aen
Frederik Christoffel Muller, en die van gemelte Jan Frederik Sandvoort aen
Willem Munch, soon van den jaeger Johannes Munch, verleent, als sub G.3tio
et G.4to.
De stad Eibergen
§ 29. Magistraat
der stad Eibergen.
De magistraat der steede Eijbergen,
gelegen omtrent twee uuren van de stad Borculo, en ongeveer een uur van de
consiniën van het bisdom Münster, bestaat uyt vier borgermeesteren en twee
gemeensmannen of representanten van de borgerije, welke echter niet door
den heer aengestelt, maar op de volgende wijse telkens maar voor één jaar
verkoren werden:
Op St. Matthiasdag, zijnde den 24 february, vergaderen de negen rotten,
waar in de ingesetenen der steede Eijbergen
verdeelt zijn, ieder haar rotmeester aen 't hoofd hebbende, in de kerk.
Ieder rot op eene bijsondere plaats en verkiesen alsdan bij meerderheid
van stemmen ieder een kieser of keurgenoot.
Deese negen kiesers of keurgenoten gaan als dan met elkander inde
consistoriecamer en verkiesen aldaar mede bij meerderheid van stemmen vier
borgermeesteren en twee gemeensmannen voor dat
jaar, 't zij bij continuatie der voorige of afgaande, 't zij geheel of
gedeeltelijk nieuwe, en begeven sig daarop wederom in de kerk aen den
volke bekent makende wie door hun verkoren en aengestelt zijn.
§ 30. Administratie
der revenues van de steede Eijbergen.
Deese vier borgermeesteren en twee gemeensmannen administreren selvs onder
haar de stadsrevenues, waartoe wel voornamentlijk gehoort het passage- of
weggelt, waarvan de stad Eijbergen in possessie
is, sonder echter dat wij voor alsnog hebben konnen ontwaer werden,
wanneer of van wie deselve dit recht heeft bekomen. En doen van die hunne
administratie op voornoemden St. Matthiasdag aen de negen rotmeesters en
negen kiesers of keurgenooten (en wel bevorens deese laatste tot de
verkiesinge van een nieuw[e] magistraet overgaan) rekeninge en
verantwoordinge, waarvan deselve als dan mede aen den volke kennisse
geven, sonder echter in deesen den heer eenigzints te kennen, veel min
copie van deese rekeningen, soals de magistraat der stad Borculo moet
doen, aen denselven over te geeven.
§ 31. Verpagtinge
van het passage- of weggeld te Eijbergen.
Aanstonds na de voorschreven electie en aanstellinge van borgermeesteren
en gemeensmannen begeven deselve sig na een der herbergen en doen aldaar
bij het uytbranden van de kaars de verpagtinge van het voorschreven
passage- of weggeld, waaromtrent nog deese ceremonie plaats heeft: dat so
ras de kaars is aangestoken den voogd van Eijbergen
in name van den heer aen een ieder verbied de kaars uyt te doen of uyt te
blaesen bij poene van 28 goudguldens ten behoeve van den heer te
verbeuren.
§ 32.
Armenprovisoren aldaer.
Vervolgens stellen de voornoemde borgermeesteren en gemeensmannen aen twee
provisoren van de Stadsarmen voor een jaar, welke op het eynde van dien
aen deselve met opene deuren doen rekeninge van
hunne gehoudene administratie, dog werd van deselve rekeninge all mede
geen copie aen den heer overgegeven.
§ 33.
Kerkmeesteren van Eijbergen.
Maar het aanstellen en afhooren der rekeningen van de kerkmeesteren te Eijbergen
geschied, evenals te Geesteren, Gelselaar, Neede en Rekken, na voorgaande
publicatie door den drossard namens den heer. Den praedicant en alle
gerffdens of ingelandens die daar bij praesent willen komen, waarvan wij
hier na § 39 afsonderlijk sullen spreeken.
§ 34.
Het aanstellen
van een boode en nachtwaker.
Eyndelijk stellen de borgermeesteren en gemeensmannen van Eybergen
aenstonds na derselver verkiesinge, nog mede voor de tijd van één jaar
aen een boode en een nachtwaker of klapperman.
§ 36.
Verdere
directie over politicque saaken te Eijbergen.
De magistraat der steede Eijbergen heeft sig
meermalen ook wel andere saaken van policie tragten aen te matigen, dog
heeft den heer sig telkens daartegens so veel doenlijk verset, en waarover
dan ook wel eens seer onaengename proceduires zijn ontstaan, gelijk onder
anderen voor eenige jaaren is gebeurt over het verleenen van permissusie
aen een operateur om sijn kunst tot Eijbergen te
exerceren, soals UEd. Mog. hetselve nader en
omstandiger sullen gelieven te vernemen uyt het accord den 17 mey 1770
over die saak voor heeren commissarissen uyt den Hove Provinciael van
Gelderland aengegaen, (...) waarbij teffens is
vastgestelt, dat de tijdelijke borgermeesters van Eijbergen
bij continuatie souden mogen permissie geeven aen operateurs en andere
diergelijke personen om sig aldaar te mogen vertonen, en derselver kunst
exerceren, sodanig nogtans, dat daar door aen den heer van Borculo of sijn
drost niet soude zijn benomen de magt en faculteit om sodaene permissie te
mogen tegenspreekenen uyt hoofde van dien het selve te interdiceren, ende
dat dientengevolge de voornoemde borgermeesteren gehouden souden weesen
aen sodaene interdictie te defereren.
§ 36.
Saaken van justitie onder Eijbergen.
Maar wat betreft de saaken van justitie, so civile als criminele
onder Eijbergen, deselve gehoren even als de
dorpen of het platteland respective tot het landgericht, mitsgaders het
hooge of criminele en het breukengericht, van welke wij in het vervolg
afsonderlijk sullen spreken.
Het platteland van Borculo
§ 37.
Saaken van
policie en financie ten plattenlande.
Belangende nu de saaken van policie en financie in of over het
platteland van deese heerlijkheid, daar omtrent staat aenvankelijk te
remarqueren, dat geene afsonderlijke regeeringe, of liever: collegie over
saaken van policie en financie ten plattenlande van de heerlijkheid
Borculo, plaats heeft, maar werden deselve aldaar behandelt, even als over
het verdere platteland van de geheele graaffschap Zutphen, terwijl men sig
daar omtrent moet reguleren respective na het landrecht mitsgaders de
placaten, ordonnantiën en reglementen van den souverain, en de
particuliere reglementen en resolutiën van de heeren Staaten en
Gedeputeerde Staaten van de graafschap Zutphen. Zijnde het wel waer, dat
de voorige heeren van Borculo hebben gesustineert gehad mede bevoegt te
weesen om statuten te maken, immers om, voor soverre deselve niet tegens
het landrecht en de ordonnantiën van den souverain kwamen te strijden, dog
is teffens ook waar, dat den laatste heer van Borculo, den heer Fürst
Czartoryski, daarvan op eene formele en solemnele wijse heeft komen af te
sien, gelijk sulks in 't vervolg bij de behandelinge der hooge rechten en
gerechtigheden van deese heerlijkheid nader sal werden aengetoont.
§ 38. Verdeelinge
omtrent de beschouwinge van deselve.
Het eenigste met betrekkinge tot de saaken van de policie ten plattenlande
waarvan wij alhier gevoeglijk aen UEd. Mog. verslag konnen doen, zijn:
1. Die van
de kerkenarmen.
2. Het schouwen van de rivier de Barkel mitsgaders der beeken,
ley- en togtslooten.
3. Het maken en onderhouden der publicque heeren- en andere weegen.
En 4. De directie in de onderscheydene markten binnen deese
heerlijkheid.
§ 39.
De kerkegoederen en kerkmeesteren van Eybergen, Geesteren, Gelselaer,
Neede en Rekken.
Omtrent het eerste gelieven UEd Mog. geïnformeert te weesen:
a. Dat de administratie der kerkegoederen van Eybergen, Geesteren,
Gelselaer, Neede en Rekken is gedemandeert wegens ieder aen twee
kerkmeesteren.
b. Dat deese kerkmeesteren somtijds voor sekere vast bepaalde jaaren
en somtijds ongelimiteert werden aengestelt door den drost namens den heer
en die geërfdens, welke bij het opneemen der kerkenrekeningen praesent
komen. Dog dat deselve doorgaans werden gecontinueert omdat men
op de meeste deeser plaatsen gebrek heeft aen bekwaeme stof tot goede
kerkmeesters.
c. Dat
deese kerkmeesteren, te weeten die van Eybergen, Geesteren en Neede,
doorgaans om de drie, en die van de andere dorpen om de 4, 5, 6, 7 of 8
jaaren op sekere daartoe door den drost bij publicatie gearresteerde en
bekent gemaakte dag, na het aantrekken van de klok, publicq in de kerk met
opene deuren, aen den drost, den predikant en de praesente geërfdens,
doen rekeninge en verantwoordinge van derselver gehoudene administratie.
En dat als dan over derselver continuatie of het aanstellen van nieuwe
mede gedelibereert en per plura geconcludeert werd.
d. Dat de voorschreven vijff kerken redelijk gedoteert zijn, gelijk
UEd. Mog. sulks nader sullen gelieven te vernemen uyt de respective
rekeningen die wij de eer hebben bij deesen ter tafele van UEd. Mog. te
exhiberen, en waartoe wij ons kortheids halven refereren.
En e. Dat bij extraordinaire toevallen, wanneer de ordinaire revenues
deeser kerken daartoe niet sufficient zijn, het
kort van dien soude moeten werden gevonden of bij negotiatie van de
daartoe benodigde penningen, of bij omslag over de respective
ingelandens onder die kerken gehorende.
§ 40.De
provisorie-armengoederen en rekeningen van Geesteren en Neede.
Voorts dat te Gelselaer en Rekken geen provisorie- of Grooten Armenstaet
bekent is, en dat de administratie der provisorie-armengoederen te
Geesteren en Neede is gedemandeert over ieder
dorp aen twee provisoren. Dat so omtrent het aanstellen van deselve, als
het doen hunner rekeningen even hetselvde plaats heeft als het geene so
aenstonds in aensien der kerkmeesteren van die twee dorpen is gesegt.
(...)
§ 41.
Het schouwen van de Barkel nevens de beeken, ley- en tochtslooten.
Wat betreft het doen der schouwen over de rivier de Barkel
mitsgaders der beeken, ley- en togtslooten, daar omtrent moet eene
distinctie werden gemaakt, so tussen de rivier de Barkel nevens de beeken,
ley- en togtslooten, als tussen het schependom der stad, en het overige
gedeelte van de heerlijkheid Borculo.
Over de rivier de Barkel so wel in het gemelte schependom als in het
overige van de heerlijkheid werd eenmael des jaars na twee veertiendaagse
publicatiën, doorgaans in de maand september, en waartoe ordinair drie
daegen werden besteed, de schouw gedaen door den drossard, den richter en
de schepenen, geassisteert met den advocaet-fiscal om de calanges. De eene
en andere genieten daar voor geene vacatie jura, maar werden door den heer
gedefroyeert, waarvan de kosten jaarlijks bedragen: 45 gulden.
Maar de schouwen over de beeken, ley- en togtgravens werden gedaan in het
schependom der stad Borculo door de borgermeesteren en gemeenslieden,
sonder eenige vacatie of defroijement, en onder de voogdijn door de
respective voogden en twee rotmeesters, die mede over de kwaad schouwen
erkennen. Deese voogden en rotmeesters genieten van den heer so voor
vacatie als defroijement te samen des daags 2 gulden. En werden tot het
doen deeser schouwen doorgaans besteed door den voogd en de rotmeesters
van Beltrum twee daegen, waarvoor dan deselve werden betaalt 4 gulden, en
door die van de andere voogdijen ieder drie daegen.
De voorschreven schouwen werden gedaen in conformité en op den voet van
het reglement den 31 october 1755 door de heeren
Staaten van de Provincie Gelderland op het ruymen der beeken,
ley- en togtgraven, en het voeren van de schouw over deselve,
gelijk mede op de reparatie en het onderhoud der gemeene heeren weegen in
het graaffschap Zutphen gearresteert.
En voegen wij tot betere informatie van UED Mog. hierbij sub I.
sodaene publicatie als den drossard in den jaare 1775 heeft laten doen en
jaarlijks gewoon is te doen, tot het ruymen van de rivier de Barkel nevens
de beeken, ley en togtslooten en het doen der schouwen over deselve.
Hoe seer nu de gemelte onderscheydene schouwen in de heerlijkheid
Borculo, gelijk wij zijn geïnformeert, seer exact werden gedaen, en daar
door ook veroorsaakt werd dat de waterlosingen vrij goed zijn, souden
deselve echter nog veel beeter weesen, wanneer de schouwen daar over twee
maal in plaats van eens in ieder jaar gedaen wierden, gelijk sulks volgens
het voornoemde reglement kan en mag geschieden. En dit is ook de reeden,
dat wij den 9e artikel van de hierna capitel 5 te applicerene
concept-instructie voor den drossard, daarna ingericht hebben.
§ 42. Het
maken der publicque of gemeene heerenweegen.
De publicque heere- en gemeene weegen moeten in de heerlijkheid
Borculo, evenals in de geheele graaffschap Zutphen, volgens het
voorschreven reglement van den 31 october 1755 door de in- en opgesetenen,
een ieder in sijn district gerepareert en onderhouden werden. Zijnde het
generale opsigt en de sorge daat over aen den drossard gedemandeert, die,
vernemende dat deese gemeene heeren weegen hier of daar defect zijn, daar
van aanschrijvinge aen de respective voogden doet, teneynde deselve na
behoren te doen repareren, als wanneer de voogden daartoe de in- of
opgesetenen door de rotmeesters laten boden.
Dog de particuliere weegen door de markten, dorpen en boerschappen
lopende, moeten op ordre van den marktenrichter door de respective
marktgenoten, een ieder in sijn markt gemaakt en onderhouden worden.
Hoe seer nu des somers, gelijk wij zijn geïnformeert, de weegen in
de heerlijkheid Borculo doorgaans vrij goed zijn, is het echter des
winters en bij natte saisoenen daarmede geheel anders gestelt, vermits als
dan verscheidenen markten genoegsaem onder water staan, en veele weegen
door deselve bijna niet gepasseert kunnen werden.
Zeeder eenige jaeren herwaarts is in diverse districten van de graaffschap
Zutphen selvs ten koste van het quartier hier aen door het opwerpen van
dijken in laege velden wel geremedieert, en waardoor onder anderen is mede
te weege gebragt, dat men thans van Zutphen af tot Borculo toe,
uytgesondert alleen eene korte distantie eeven beneden de Lebbenbrug eene
seer goede en altoos bruykbaere weg heeft, daar deselve te vooren des
winters en bij natte saisoenen nauwlijks te passeren was. Dog in de
heerlijkheid Borculo selvs is daar aen nog niets gedaen.
(...)
De heerlijkheid Lichtenvoorde
155.
Overgang tot de Heerlijkheid Lichtenvoorde.
Wij vertrouwen
met dit alles aende rubricq van het 2e capittel
van dit ons rapport voor severre de heerlijkheid
Borculo betreft, terwijl de verdere rechten en gerechtigheden van den
Heer dier Heerlijkheid best en
gevoeglijkst onder cap. 6
sullen konnen werden behandelt te hebben voldaen, en sullen
dierhalven alnu overgaan tot eene korte beschrijvinge der
legginge, gesteldheid, aart of natuir, mitsgaders van de
politicque en ecclesiastique regeringe van de heerlijkheid
Lichtenvoorde.
Lichtenvoorde.
156.
Legginge en
aengrensende territoiren van deselve.
Deselve is mede gelegen in de Graaffschap Zutphen en grenst ten oosten en
zuijden aen de heerlijkheid Bredevoort, ten
westen aen de Hoogheid Wisch en het Landdrostenampt van de Graaffschap
Zutphen, en ten noorden aen hetselve Landdrostenampt, nevens de
heerlijkheid Borculo en het Schependom der stad
Groenlo. Werdende gerekent in den omtrek groot te weesen plus minus vier
uuren gaans.
157.
Lheenroerigheid deeser
Heerlijkheid.
Deese heerlijkheid is van ouds af geweest een
vrij allodiaal
goed, en wel tot den 27. januari
1701 wanneer Maria Magdalena Fürstinne van
Nassau deselve met de goederen (...) te lheen
heeft opgedragen aen het Furstendom Gelre en
Graafschap Zutphen en daarop getransporteert aen Fredrick van Heijden,
wiens broeder en successeur feudal, Johan
Sigismund Willem van Heijden en Louisa Charlotta
van Schwerin, ehelieden, op den 14 october
1721 dit lheen nog hebben vergroot met diverse erven en goederen
(...); sullende uit vergelijkinge van het lheentransport
(...) met de actens van transporten
(...) de eene en andere hierna seq. capittel
3 over te leggen, nader konnen werden opgemaakt,
dat maar eenige seer weinige van alle die
parcelen so onder Lichtenvoorde als onder Bredevoort gelegen, welke wijlen
de heer grave van
Fleming, en naderhand den heer Fürst
Czartorijski als heeren
van Lichtenvoorde hebben beseeten, en den laatsten aen Sijne
Hoogheid verkogt heeft voor allodiael moeten werden geconsidereert.
158.
De stad en
boerschappen van Lichtenvoorde.
De Heerlijkheid Lichtenvoorde bestaat in de stad van die naam
met desselvs Kring of so genaemt schependom, nevens die
boerschappen of markten als: 1. Zuijvend, 2. Lievelde, en 3. Vragender.
159.
Verdeelinge van
de stad en kring in rotten.
De stad Lichtenvoorde is nog groot nog fraaij, en niet meer
dan een open vlek, maar de Kring, of het sogenaemde Schependom is
vrij geëxtendeert. Zijnde de stad verdeelt in ses rotten en over ieder rot
gestelt een rotmeester. Bij vacatuire van een
rotmeesterplaats werd door den Richter en de keurnoten
nevens de vijff overige rotmeesters
wederom een bekwaam persoon uit de borgerije tot rotmeester verkoren en
aengestelt.
En konnen desse ses rotmeesters tesamen werden geconsidereert
als repraesentanten van de geheele borgerije.
Gelijk dan ook uit dien hoofde aen deselve met en beneffens
den richter competeert het opsigt over en
de besorginge van het brandgereedschap, het
onderhoud der bruggen, so in de stad als in den
Dijk geleegen, alsmede van het school- en poorthuijs, en om alle drie
jaaren mede te helpen opneemen de rekeninge van den stadsrentmeester. En
zijn deselve ook verpligt om op ordre van den
Richter de borgerije als mede de ingesetenen van de Kring in voorvallende
gelegentheden op te boden speciael tot het repareren der weegen, en om in
persoon daar bij te assisteren en sorge te dragen dat hetselve na behoren
gedaen werd."
|