Stad en Heerlijkheid Borculo

De Borculose ridderschap en havezaten

Home     Weblog   Sitemap    Gebied     Geschiedenis    Inventarissen  Berkel   SSHB    Contact    Colofon    Index
 

Inhoud:

De Borculose havezaten en adellijk bewoonde huizen. Een overzicht:

  • Aamschot
  • Bevervoorde
  • Boerhof
  • Bolkshuis
  • Borg of Merveld
  • Fokkink
  • Harreveld
  • De Hoeve (Dijkhoek)
  • De Hoeve (Noordijk)
  • Horstwijk (Beltrum)
  • De Kamp
  • Mallem
  • Marhulzen
  • Mensinck (Geesteren)
  • Boedelbeschrijving 1581

  • Ravenhorst
  • Schothorst
  • Tongerlo
  • Welmerink of Bloo
  • Wolferink
     


De gracht van de havezate Mallem. Één van de voorwaarden om toegelaten te worden tot de Ridderschap was het bezit van een versterkt huis. Een gracht was daarvan een onderdeel.

De Borculose Ridderschap
In de heerlijkheid Borculo heeft de adel veel invloed gehad. Daarvan getuigen de vele adellijke huizen die hier ooit zijn geweest. In de vijftiende en zestiende eeuw maakten sommige edellieden deel uit van de Ridderschap van Borculo. Dit was een groep edellieden die de landsheer, de heer van Borculo, bijstonden in het bestuur. De heer kon bijvoorbeeld niet om hen heen als hij een belasting wilde heffen. Dan had hij de toestemming van de Ridderschap nodig. Verder vormden de ridders een college dat rechtszaken in hoger beroep behandelde. Het is echter de vraag of de Borculose ridderschap een echt staand college is geweest, d.w.z. dat het een structurele en continue aanwezig bestuurlijke organisatie is geweest. De in het zuiden van de Achterhoek gelegen heerlijkheid, later graafschap, Bergh heeft ook een eigen ridderschap gehad.
Toen de heerlijkheid in 1616 Gelders werd, was het geen vanzelfsprekende zaak dat de Borculose ridderschap deel uit ging maken van de ridderschap van het graafschap Zutphen. Integendeel zelfs. Omdat de Borculose ridders (uiteraard) niet konden bewijzen dat zij v
óór dat jaar namens hun goed deel hadden uitgemaakt van de Zutphense ridderschap, werd hen de toegang daartoe ontzegd. Hen restte voortaan alleen nog het beheer over hun goederen in de heerlijkheid Borculo. Medebestuur in de graafschap Zutphen was uitgesloten en in Borculo was dat weggevallen. Niettemin behielden de bezitters van adellijke huizen in de heerlijkheid soms belangrijke voorrechten, bijvoorbeeld het recht van de jacht of het erfmarkerichterschap.

De Zutphense Ridderschap
In de graafschap Zutphen was het lidmaatschap van de Ridderschap verbonden aan het bezit van een havezate of riddermatig goed. Een havezate moest verdedigbaar zijn en een bepaalde omvang hebben. Na de kerkhervorming (eind 16e eeuw) werden alleen nog gereformeerde havezatebezitters toegelaten. De Ridderschap vormde samen met de steden (hoofdstad Zutphen en de kleine steden Doesburg, Doetinchem, Lochem en Groenlo) het bestuur van de graafschap.

De Borculose havezaten
Het is niet eenvoudig om het begrip havezate zonder meer toe te passen op de Borculose situatie. Want niet alle edellieden maakten in de periode voor 1616 deel uit van de Borculose ridderschap. Na de overgang naar Gelderland vielen de meeste buiten de boot in de zin dat ze op grond van een in de heerlijkheid gelegen havezate deel uitmaakten van de ridderschap. Liever gebruik ik de term adellijk huis, voorlopig te omschrijven als een door edellieden bewoond pand van zekere omvang en omgeven door grachten.

Bijna alle Borculose havezaten zijn verdwenen. Alleen van havezate De Kamp bij Neede heeft het hoofdgebouw de tand des tijds weten te doorstaan. Van de havezate Mallem bij Eibergen rest alleen nog de gracht. Van andere havezaten resten alleen nog wat sporen in het landschap (Mensinck bij Geesteren) of zijn deze gereconstrueerd (Bevervoorde bij Gelselaar).

Voorzijde havezate De Kamp (voorjaar 2003)