Stad en Heerlijkheid Borculo

Stadsrechten van Eibergen

Home     Weblog   Sitemap    Gebied     Geschiedenis    Inventarissen  Berkel   SSHB    Contact    Colofon    Index

Soorten steden in Oost-Gelderland
Met stadjes als Borculo, Lichtenvoorde, Terborg, 's Heerenberg, Bredevoort en Bronkhorst had Eibergen gemeen dat het geen deel uitmaakte van het bestuur van het Kwartier van Zutphen. Al deze stadjes hadden met elkaar gemeen dat zij hun rechten hadden gekregen van een lokale heer, die min of meer zelfstandig handelde. Overigens onderling was de verscheidenheid ook groot wat de aard en de uitvoerigheid van de stadsrechten betrof.

De Gelderse steden
Het bestuur van het Kwartier of Graafschap van Zutphen werd gevormd uit ridderschap en steden. Tot de steden behoorden: de hoofdstad Zutphen en de kleine steden Doesburg, Lochem, Doetinchem en Groenlo. Deze steden hadden hun rechten verkregen van de graaf van Gelre en Zutphen. Kenmerkend was voorts dat de rechten van deze stadjes waren afgeleid van die van de hoofdstad Zutphen. Het feit dat ze Gelderse steden waren was de reden dat zij (later) deel mochten nemen aan het bestuur van het Kwartier.
De stadsrechten van Eibergen zijn hoogstwaarschijnlijk niet in één keer verleend. De rechten werden in de loop van de eeuwen bij elkaar gescharreld, overigens zonder dat Eibergen een volle stad werd. Wat die stadsrechten precies waren kan dus ontleend worden aan een stadsrechtprivilege of oorkonde en aan het gewoonterecht. Want het gewoonterecht - het niet vastgelegde recht - is minstens zo belangrijk voor de kennis over de rechten en de bestuursorganisatie van de stad. In Eibergen is er geen privilege bewaard gebleven en het is ook niet bekend of er zoiets geweest is. Toch was Eibergen een stad met beperkte rechten. Het belangrijkste tekort was dat de stad zich nooit heeft kunnen losmaken uit het landrecht, waardoor de heer van Borculo de volle jurisdictie in de stad beleef behouden. De regels waarnaar de stad bestuurd werd, werden pas in 1770 vastgelegd. Zoals zo vaak was een geschil met de stadsheer - de heer van Borculo - over de bevoegdheden aanleiding. Er werd een rechtszaak gevoerd voor het landgericht van Borculo en vervolgens voor het Hof van Gelderland te Arnhem. Eén van de bijlagen bij dit proces, dat zich in afschrift in het gemeentearchief van Eibergen bevindt, was een optekening van de gewoonten rondom de procedure van samenstelling van het stadsbestuur en de taken en rechten van de burgemeesters en gemeenslieden, die het dagelijkse bestuur vormden.

Optekening van de bestuursorganisatie van de stad Eibergen in 1770:

1.
De stad Eijbergen is sedert eenige jaeren herwaerts verdeelt onder negen rotten, hebben(de) yder sijnen aparten rotmeester.

2.
Alle jaar op Mathijsdag in februario vergaderen deese negen rotten in de kerk van Eijbergen en nemen aldaer yder rott sijnen plaets in ’t bijsondere.

3.
Yder rotmeester neemt de stemmen op en bij meerderheid van stemmen verkiest eenen keurgenoot voor den tijd van één jaar.

4.
Hierop gaan de negen keurgenoten in de garve- of consistoriekamer en laten den koster buiten voor de deur staan.

5.
Dese keurgenoten, aldaer onder zig eens geworden zijnde off de burgemeesteren en gemeensluiden zullen gecontinueert of een ander bedankt en ymand anders in desselfs plaets zal aengestelt worden, roepen den koster bij zig en geven aen denselven kennis van hunne resolutie, denwelken koster alsdan dese resolutie in de kerk alwaer de burgerij nog vergadert is, moet uytroepen.

6.
Wanneer dese verkiesing gedaen is, gaen de burgermeesteren en gemeensluyden in eene herberge en doen aldaer de verpachtingen van den tol of weggeld bij brandende keersen. En wanneer de keers aangestoken word, staat den voogd van Eijbergen op en segt: "In namen van sijn hooggraeflijke Excellentie, den Heer van de stad ende heerlijkheid Borculo, waarschouwe ik een yder om deese kaers niet uit te blasen of weg te rukken, onder een boete van agt en twintig goldguldens".

7.
Dese vier burgemeesteren en deese twee gemeensluyden stellen gesamentlijk de twee provisoren van de Armenbeurse of continueren die van ’t voorige jaer.

8.
Die provisoren moeten alle jaer hunne rekening afleggen bij opene deuren voor de borgemeesteren en gemeensluiden.

9.
De borgemeesteren en gemeensluiden stellen ook aen enen nachtwaeker en enen dienaer, die somtijds, als nu, bestaen in twee. Den nachtwaeker is ook tegelijkertijdt schutter van beesten.

10.
De burgemeesteren en gemeensluiden hebben de administratie van alle inkomsten en uitgaven der stad Eijbergen.

11.
Een dag of denselven morgen van verkiesing op St. Mathijsdag, leggen de borgemeesteren en gemeensluiden hunne rekening af voor de negen rotmeesteren en negen keurgenoten.

12.
Den agtermiddag vóór de verkiesing doen de rotmeesteren yder in zijne rot verslag van dese rekeninge en van den staat waerin zig de stad bevind.

(...)

Datum op de Hoeve, den 30 januarii 1770. En verklaren wij dat het bovenstaende de geregte waerheid zij.

Getekent: Barend Bouwmeister, burgemeester, J.W. Smits, gemeensman, Jan Smits, keurgenoot.