|
Inhoud:
Christoph Bernhard von Galen,
vorstbisschop van Munster, 1650-1674
 |
Borculo: een leen
van de vorstbisschop van Munster
Het gehele gebied viel
oorspronkelijk onder het wereldlijke en kerkelijke gezag van de vorstbisschoppen
van Munster. Van Gijsbert van Bronkhorst, die door zijn huwelijk in 1360 met
erfdochter Henrik(a) van Borculo-Dodinkweerde heer van Borculo werd, is bekend
dat hij tussen 1364 en 1379 de helft van de heerlijkheid Borculo in bezit had.
De andere helft behoorde toe aan de heer van Wisch. In de 17e eeuw is de
leenband met Munster verloren gegaan. De heerlijkheid Lichtenvoorde werd in die
tijd zelfs formeel tot een Gelders leen gemaakt. De band met Gelderland is met
name versterkt ten tijde van de heren van Borculo uit het Huis Bronkhorst
(1360-1553). Deze waren afkomstig uit de graafschap Zutphen. Zij hadden daar en
op de Veluwe veel bezittingen. Tenslotte waren zij bannerheren van de graven,
later hertogen van Gelderland. Pogingen van de graven van Gelre om al in de
Middeleeuwen vaste grond onder de voeten te krijgen in de heerlijkheid Borculo
waren, op enkele uitzonderingen na, niet erg succesvol. De aankoop van Groenlo
in 1236 was wel het belangrijkste wapenfeit. Ook wisten zij in de heerlijkheid
Borculo en dan met name in de kerspelen Geesteren en Groenlo (Beltrum) veel
goederen te verwerven die zij vervolgens in leen uitgegeven hebben. Opvallend is
het ontbreken van enige Gelderse band met het kerspel Eibergen. Meer...
Verkoop van Groenlo
In 1236 verkocht heer
Hendrik van Borculo Groenlo aan de graaf van Gelre en Zutphen. Geldgebrek is
hiervan de vermoedelijke reden geweest. Groenlo werd vanaf dat jaar een
Gelderse enclave in de Munsterse heerlijkheid Borculo. Maar het kerspel Groenlo,
dat geheel Lichtenvoorde, een deel van Meddo in het ambt Bredevoort, de voogdij
Beltrum, de buurschap Dijcke of Dijkhoek bij Borculo, en - misschien - de
buurschap Hupsel omvatte, bleef geheel onder het gezag van de heer van Borculo.
Eenherig van 1360 tot 1616
Borculo en Lichtenvoorde werden eenherig door het huwelijk van Gijsbert van
Bronkhorst met Henrik(a) van Borculo-Dodinkweerde. Van Bronkhorst bezat namelijk
al het kasteel van Lichtenvoorde. Deze eenherigheid bleef bestaan tot 1616, toen
graaf Joost van Limburg-Stirum, als heer van Borculo, een drost benoemde voor
Lichtenvoorde. Daarmee werd de onafhankelijkheid van Lichtenvoorde ten opzichte
van Borculo hersteld. Lichtenvoorde ging voortaan als een zelfstandige
heerlijkheid verder.
20 december 1615: Borculo
wordt Gelders
Intussen was er in staatkundig opzicht een belangrijke wijziging gekomen. In het
langdurige conflict (dat in de literatuur bekend geworden is onder de benaming
"de kwestie Borculo") tussen de erfgenamen van de laatste heer van Borculo uit
het Huis Bronkhorst, graaf Joost (kinderloos overleden in 1553), en de
vorstbisschop van Munster als leenheer, over de opvolging in Borculo, wees het
Hof van Gelderland vonnis op 20 december 1615. Het Hof wees de heerlijkheid Borculo met Lichtenvoorde toe aan graaf Joost van Limburg en Bronkhorst. Het
Gelderse Hof was eigenlijk niet bevoegd zo'n uitspraak te doen, want de
heerlijkheid was zonder enige twijfel steeds een Munsters leen geweest. Het
vonnis werd ten uitvoer gebracht doordat troepen van het Kwartier van
Zutphen op 27 december 1615 het kasteel en stad Lichtenvoorde, en op 22 en 23
februari 1616 het kasteel en stad Borculo na een korte belegering
innamen. Daarbij zijn enkele doden en gewonden
gevallen.
Hoewel met name nog door vorstbisschop Christoph
Bernhard von Galen, die regeerde van 1650
tot zijn overlijden in 1674, nog twee pogingen werden ondernomen om Borculo te heroveren en blijvend onder Munsters gezag te brengen, markeert de
datum van 20 december 1615 achteraf gezien toch de definitieve overgang van Borculo van
het vorstbisdom Munster naar
de provincie, het voormalige hertogdom, Gelderland. De oude marke- en kerspelgrenzen tussen Eibergen en Vreden zouden
daardoor op den duur staatsgrenzen worden.
Grenssteen tussen het Zwilbroek en Meddo.
Links het Gelderse wapen, rechts het wapen van het vorstbisdom Munster.

Indeling
vanaf 1616
Vanaf 1616 bestond de heerlijkheid Borculo uit de stad Borculo met het
schependom en de buurschap Dijcke of Dijkhoek, de stad Eibergen met de marke van
de Holterhoek, en de vier voogdijen Geesteren, Eibergen, Neede en Beltrum. Elke
voogdij was verdeeld in buurschappen, die soms samen weer een marke vormden,
zoals in Geesteren, waar de buurschappen samen de mark van Geesteren vormden. De
marken van de voogdij Beltrum (Beltrum, Lintvelde, Avest en Zwolle) vergaderden
af en toe gezamenlijk, maar behielden ieder hun eigen markegronden. In de
overige gevallen stemden de gebieden van buurschappen en de marken met elkaar
overeen.
De kerspelgrenzen kwamen niet overeen met de
voogdijgrenzen. De gehele voogdij Beltrum en het schependom van Borculo met de
buurschap Dijcke, behoorden tot het kerspel Groenlo. De buurschap Haarlo (met
onderbuurschap Waterhoek en het kasteel van Borculo) behoorden eens tot het
kerspel Eibergen. Het kasteel werd in 1509 losgemaakt van de parochiekerk van
Eibergen en gevoegd onder de nieuwe, van Geesteren afgesplitste, parochie
Borculo. De buurschap Gelselaar, evenals Haarlo vallend onder de voogdij
Geesteren, was oorspronkelijk onderdeel van het kerspel Neede, waartoe ook de in
Diepenheim gelegen buurschap Markvelde behoorde.
De grenzen van de huidige gemeenten zijn in grote
lijnen (uitzonderingen buiten beschouwing gelaten) gebaseerd op de oude
voogdijgrenzen. De gemeente Borculo is in 1817 ontstaan door de opgeheven
gemeente Geesteren (was voogdij Geesteren) bij de gemeente Borculo (tot dan toe
bestaand uit stad en schependom) te voegen. En in 1819 werden de gemeenten die
waren ontstaan uit de oude voogdijen Beltrum en Eibergen in de nieuwe gemeente
Eibergen samengevoegd.
|