|
Inhoud:

Spelling in enkele oorkonden gerubriceerd
in perioden:
1188-1467:
Ecberg(h)e(n)
1340-1467:
Egberg(h)e(n)
1379-19e eeuw:
Eijberg(h)e(n)
Overleveringen
1. De naam zou ontleend zijn aan de eivormige gracht die eens om de plaats
liep;
2. Ei zou water betekenen (ee of aa, de naam van enkele riviertjes);
3. De drie eieren in het wapen symboliseren drie hoogten: de Mallerhaar,
de Woeste Es en de Kormelinksbult (gemakshalve wordt de hoge Eibergse Es
vergeten), die de plaats beschermden tegen het hoge water van de Berkel en
Ramsbeek;
4. In voorhistorische tijden gingen twee groepen bewoners eens
kievitseieren zoeken. 's Avonds vertelde men elkaar het resultaat. De ene
groep had er drie gevonden, die dus later in het wapen en de plaats werd
Eibergen genoemd. De andere groep moest de vraag of zij eieren hadden
gevonden met "nee" beantwoorden, zodat de plaats waar zij vandaan kwamen
voortaan Nee (dialect voor Neede) werd genoemd.
(bron: Hendrik Odink, Land en volk van de Achterhoek,
(Enschede, 1971), blz. 226-227
Eibergen, 1997. Links café-restaurant "De
Klok", voorheen bekend onder de naam "Harbershoes".

Het oude Eibergse orgel in de kerk van
Westervoort. Bovenaan prijkt het stadswapen. De bouw, in 1709, was een
aangelegenheid van het gehele kerspel, ongeacht geloofsrichting.

De Hagen, anno 1997.
 |
Van Ecberghe naar
Eibergen: schrijfwijzen
De oudste
schriftelijke vermelding dateert nog steeds uit 1188 (zie afbeelding). In de goederenlijst
van de graaf Von Dahl, heer van Diepenheim, wordt melding gemaakt van
goederen en rechten gelegen in de parochie of het kerspel Ecberghe
of Ecberghen. De schrijfwijze Ecberghe komt voor het laatst voor in
1467. In 1340 en 1408 vindt men Egberge(n). Uit 1383 dateert een tussenvorm: Eijgberghe. De -ij- doet voor het eerst zijn intrede in 1379:
Eijberghe. Vanaf de late veertiende eeuw breekt de benaming Eijberg(h)e(n)
door, ook al duurt het nog tot in de negentiende eeuw voordat de -ij-
definitief plaatsmaakt voor de -i-. De belangrijkste verandering, de
overgang van ec-/eg- naar eij- heeft zich dus in de slotfase van de
Middeleeuwen voltrokken. Dit soort overgangen van eg- naar ei- komt wel
meer voor. Zo bestaat er in de buurschap Hupsel onder Eibergen een
boerderij Eimers, afgeleid van de persoonsnaam Egbert. Deze naam wordt in
het dialect wel als Eimert uitgesproken. Tenslotte is er de eg (een
landbouwwerktuig), die in het dialect wel eide wordt genoemd.
Het tweede deel van de naam is minder aan verandering onderhevig geweest
en duidt hoogstwaarschijnlijk op het glooiende landschap in de omgeving.
Een verbinding met de hierna nog te bespreken "borg" ligt niet voor de
hand, omdat dit woord zich in de loop van de tijden heeft weten te
handhaven en bovendien in het dialect niet tot "barg" werd. Een barg is
een heuvel, maar ook een hooi- of roggemijt (netjes opgestapeld hooi of
rogge). De enige schriftelijke
overgeleverde vermelding die verwijst naar de Eibergse borg is de
Borggraven: een sloot of gracht achter het kerkhof (tot in het derde
decennium de 19e eeuw rondom de hervormde kerk), uitmondend in de Berkel.
De dialectnaam is Eibarge of Eibargen.
Betekenis van de naam
Hiermee is ook duidelijk dat de naam Eibergen
oorspronkelijk weinig met eieren te maken heeft gehad. "Egge" heeft een
Indo-Europese basis met de betekenis "scherp zijn". Mogelijk heeft dit
betrekking heeft op de natuurlijke ligging van de plaats, namelijk op de
hoge zuidoever van de Berkel, die ter hoogte van de plaats een steile of
hoge oever had. In dit geval zou de naam kunnen betekenen: plaats die ligt
op de rand van de hoge oever. Er kan echter ook een relatie
gelegd worden naar de verdedigbaarheid van de plaats, want ter plaatse
waar anno 2003 het gemeentehuis staat, heeft ooit een borg gestaan. Dit
was een verdedigbaar huis. Deze verklaringen doen geen recht aan het feit
dat er ook nog een buurschap Olden Eibergen is, die alleen al op grond van
de naam oudere rechten heeft. Dat oude Eibergen moet echter al vóór de
twaalfde eeuw verdwenen zijn, want de kerk en de borg waren in die eeuw al
gevestigd op de huidige locaties in het centrum van de plaats.
Van dorp naar stad
Het moet in de 15e eeuw geweest zijn dat het
dorp Eibergen stadsgerechtigheden heeft verworven van de heer van Borculo.
In 1408 en 1437 werd Eibergen nog "dorp" genoemd. Volgens Hendrik Odink
werd Eibergen voor het eerst als stad vermeld in 1447. Helaas vermeldde
hij niet waar hij dat gevonden had. In 1480 is er sprake van een huis binnen
Eibergen bij het "Herberscen huis ende bij der porten gelegen". Als dit
huis geïdentificeerd kan worden als het Harbershoes, dan is dat de locatie
van het huidige zalencentrum "De Klok" aan de Grotestraat in Eibergen. Tot
in de negentiende eeuw was dit inderdaad het meest westelijk gelegen pand van
Eibergen. De vermelding van de poort maakt aannemelijk dat we hier te
maken hebben met het Harbershoes. Zes jaar later, in 1486, is er sprake
van twee akkers gelegen op de Hemstede bij de stad ("oppidum") Eibergen.
Een stadsrechtprivilege is niet overgeleverd. Eibergen is in ieder geval
nooit een volle stad geweest, een stad die in het bezit was van de volle
rechtspraak (vrijwillige en hoge criminele of halsrechtspraak). Juridisch
is Eibergen altijd onderdeel gebleven van de heerlijkheid Borculo.
Borculose bollen werden
Eibergse eieren
Voor
een late stadswording pleit ook het zegel dat burgemeesters en gemeenslieden gebruikten. Daarop waren al de drie eieren te zien, die een
aanpassing waren van het Borculose wapen (drie bollen) aan de in de
vijftiende eeuw gangbaar geworden spelling van de naam Ei-bergen.
1408: Stichting vicarie Sint Matthias
Ook de stichting van de vicarie van de H. Driekoningen en Sint Matthijs in
de kerk van Eibergen in 1408 vormt ook een aanwijzing voor de late
verheffing tot stad. Op Sint Matthijs of Matthias (24 of 25 februari)
namelijk werd het stadsbestuur gekozen.
1500: Verbouw en uitbreiding Sint
Mattheuskerk
Een andere uiting van groeiend
zelfbewustzijn van de Eibergenaren was de uitbreiding en verbouw van parochiekerk Sint Mattheus in
laatgotische bouwstijl, rond 1500, terwijl de toren halverwege de
zestiende eeuw in dezelfde laatgotische stijl voltooid werd.
Verdedigbaarheid
Een stad zou niet kompleet zijn zonder verdedigingswerken als muren en
grachten. Nu moeten we
ons daarbij in het Eibergse geval geen grote voorstellingen van maken. Er
is waarschijnlijk wel een gracht geweest en aan de zuidzijde bood een haag
("De Hagen") enige bescherming. In 1480 is er sprake van een poort aan de
westzijde van Eibergen. Maar al in de zestiende eeuw stelde die verdedigbaarheid
niet veel meer voor. Op een kaart van de Berkel uit het eind van de
zestiende
eeuw werd Eibergen als een open plaats afgebeeld. Het bronnenmateriaal
betreffende de geschiedenis van de stad Eibergen neemt flink toe na de
overgang van de heerlijkheid Borculo van Munster naar Gelderland in
februari 1616. Als ook de Spanjaarden in 1627 uit Groenlo worden verdreven
keert de rust op het platteland voorlopig terug. Pas toen begonnen de
bronnen rijkelijk te vloeien, waardoor we een beeld kunnen krijgen van de
rechten van de stad Eibergen en de wijze waarop deze plaats werd bestuurd.
Archief
|